Deze blog wordt voortgezet via http://www.bijbelaantekeningen.nl/blog/


maandag, december 22, 2008

Resheph's zonen

כִּֽי־אָ֭דָם לְעָמָ֣ל יוּלָּ֑ד וּבְנֵי־רֶ֝֗שֶׁף יַגְבִּ֥יהוּ עֽוּף׃

Maar de mens wordt tot moeite geboren; gelijk de spranken der vurige kolen zich verheffen [tot] vliegen.
Job 5:7

Als we deze passage lezen, dan zien we dat in de grondtekst in plaats van "vurige kolen" gesproken wordt over "de zonen van Resheph". De vraag komt dan meteen op wat of wie zijn "Resheph's zonen"? Is het een metafoor voor vlammen, vonken of bliksem, zoals in de meeste vertalingen wordt gebruikt?

Kijken we in de niet Bijbelse literatuur dan zien we dat Resheph kan worden vergeleken met Nergal, de Mesopotamische god van de pestilentie en de onderwereld. In Ugaritisch wordt Resheph de “Heer van de pijl” genoemd, al dan niet verwijzend naar zijn bekwaam gebruik van de bliksem (als god van de bliksem).

Kijken we in de Bijbel dan zien we dat in Deut. 32:24 het woord parallel met qeteb (“vernietiging”) en in Hab. 3:5 met deber (“pestilentie”) wordt gebruikt, in het meervoud wordt het woord gebruikt voor bliksem (Ps 78:48). In Ps 76:4 echter, zijn de "resheph's" de “pijlen” van de boog en een toevoeging aan het schild, het zwaard en de veldslag.

Als we in het woordenboek van Gesenius kijken, dan zien we dat hij het het vertaald met “zonen van de bliksem”, waarmee hij dan roofvogels bedoeld die net zo snel vliegen als de bliksem. Ook in de LXX vinden we deze vergelijking.

De vraag is dan ook is hier sprake van afgoden, of een dier. Zelf denk ik dat in deze tekst wordt alleen maar de vergelijking wordt getrokken met, een mens [die] voor het ongelijk is geboren zoals vonken of vogels omhoog vliegen.