donderdag, september 28, 2006

De ui uit Askelon

Wij gedenken aan de vissen, die wij in Egypte om niet aten; aan de komkommers, en aan de pompoenen, en aan het look, en aan de ajuinen, en aan het knoflook.

Numeri 11: 5


Askelon
zal het zien, en zal vrezen; desgelijks Gaza, en zal grote smart hebben, mitsgaders Ekron, dewijl hetgeen, waar zij op zagen, hen heeft te schande gemaakt; en de koning van Gaza zal vergaan, en Askelon
zal niet bewoond worden.

Zacharia 9: 5


De ui wordt in de Bijbel alleen genoemd als het volk tijdens de Exodus klaagt over de barre omstandigheden waaronder ze op dat moment verkeren en denken aan al het overvloedige eten wat ze aten in Egypte. De ui komt dan ook veelvuldig voor op decoraties en hiërogliefen van piramides.


Askelon (Jozua 13:3; Richt. 1: 18; 14: 19; 1 Sam. 6:17; 2 Sam. 1: 20; Jer. 25:20; 47: 5, 7; Amos 1:8; Sef. 2: 7; Zach. 9: 5) was een van de vijf Filistijnse steden en ligt aan de kust. Een van de producten waar deze stad beroemd om was, was de ui. Reeds de Griekse historicus Strabo schreef “het land van de Ascalonitae is een goede uien-markt, hoewel de stad klein is” (Geographika, XVI, 2, 29). Er wordt dan ook regelmatig gediscussieerd of de naam van de stad aan de (etymologische) basis heeft gelegen van de naam sjalot (van de oude wetenschappelijke naam Allium ascalonium).

De ui (Allium cepa, var. aggregatum) wordt in oudere werken ook wel genoemd Allium ascalonium naar de stad Askelon in Israël, waar het voor het eerst gekweekt zou zijn. Theophrastus (372 - 288 v.C.) beschrijft de "Askolonion krommoon" waarmee misschien de ui wordt bedoeld. Plinius (23 - 79 n.C.) zegt dat "de Askalon ui, is genoemd naar een stad in Judaea" in zijn Natural History, Book XIX maar het lijkt erop dat hij (800 n.C.) met "ascolincas" een andere ui-soort bedoeld omdat in deze passage ook verschillende andere looksoorten worden genoemd.

De Nederlandse benaming Sjalot en Schalotte (Duits), Shallot (Engels) en Echalotte (Frans) zijn allen afgeleid van Ascalonium.

De etymologie van Allium is onzeker, misschien van het Keltisch all “brandend”, vanwege de scherpe smaak. Een andere mogelijkheid is van het Latijn olere “rieken”, waarmee de penetrante lookgeur wordt bedoeld.

Het Nederlandse Siepel en Duitse Zwiebel zijn verkleinwoorden van cepa, van cepula, dat is ontstaan uit cibulla, waarin we cibus “spijs” herkennen. Overigens was Zwiebel in het oudhoogduits zwibollo, wat tweevoudige bol betekent.


Opgeslagen onder: Ui

dinsdag, september 26, 2006

Online Bibles


Op de website van The Piano Player staan een honderdtal Engelse Bijbels, waarvan ruim 50 zijn te downloaden en een 90tal online zijn te bekijken.

Lokaal kerknieuws

De Protestantse Kerk draagt in Garderen ,,vrijwel het hele vermogen'' van de Hervormde Gemeente over aan de Hersteld Hervormde Gemeente. Er is er een regeling in Zwartebroek-Terschuur. Daar gaat een deel van het hervormde vermogen naar de Hersteld Hervormde Gemeente. Dit is besloten door de zogeheten kleine synode van de Protestantse Kerk, die eind vorige week plaatsvond.

De regelingen zijn van protestantse zijde getroffen door de Commissie van Bijzondere Zorg. Die commissie is ingesteld om een eventuele boedelscheiding te regelen in plaatsen waar gemeenten of delen van gemeenten niet meegingen met vorming van de Protestantse Kerk in Nederland, waarin de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken (synodaal) en de Evangelische-Lutherse Kerk zich in 2004 hebben verenigd.

In Garderen is het overgrote deel van de hervormde gemeente niet meegegaan met de fusie. Zij zetten hun kerkelijke leven voort binnen de Hersteld Hervormde Kerk. ,,Om die reden is vrijwel het gehele vermogen, inclusief de pastorie en de begraafplaats, overgedragen aan de hersteld hervormden'', aldus een persbericht van de Protestantse Kerk. Het kerkgebouw en verenigingsgebouw De Rank zijn ,,voor een symbolisch bedrag van 1 euro per jaar voor 50 jaar in erfpacht gegeven aan de hersteld hervormden''. ,,De hervormde gemeente te Garderen behoudt de mogelijkheid de kerk op zondag te gebruiken voor de eredienst en het verenigingsgebouw doordeweeks.''

In Zwartebroek-Terschuur is ongeveer tweevijfde van de Hervormde Gemeente niet meegegaan met de fusie. ,,Aan de herstelde gemeente is zowel kerkrentmeesterlijk als diaconaal vermogen overgedragen'', deelt de Protestantse Kerk mee.


Bron: Nederlands Dagblad

maandag, september 25, 2006

Citaat

"Eenzijdig informatie verstrekken is geen educatie, maar indoctrinatie"

dr. Kent Hovind

Hoe men een leeuw doodt op een sneeuwachtige dag

Benaja, de zoon van Jojada, de zoon eens dapperen mans van Kabzeel, was groot van daden; hij versloeg twee sterke leeuwen van Moab; ook ging hij af, en versloeg een leeuw in het midden des kuils, in den sneeuwtijd.
2 Samuel 23:20; 1 Kronieken 11: 22


De spannendste verhalen zijn meestal diegene die jammer genoeg ook de kortste zijn, zo lezen we in de Bijbel over een zekere Benaja die midden in de winter een leeuw dood in een kuil. Daarvoor zou hij twee sterke leeuwen van Moab gedood hebben. Geen wonder dat koning David deze held onderscheidde.

Om te beginnen met deze twee sterke leeuwen van Moab, zeer waarschijnlijk waren dat geen leeuwen, maar is het gebruikte Hebreeuwse woord 'ariel een militaire term, vermoedelijk werd er een een hoge militair mee bedoeld, misschien waren het een soort commando's berucht om hun militaire wapenfeiten. Nu is het vechten tegen commando's al geen "kattepis", maar het bleek dat deze Benaja nog dapperder was.

Benaja daalde op een sneeuwachtige winterdag in een keul, om daar een leeuw te doodden. Met deze leeuw wordt de Aziatische (ook wel Perzische) variant genoemd (Panthera leo persica), welke het kleinere broertje is van de Afrikaanse en tot de 19de eeuw voorkwam in Israël. Ondanks dat deze niet zo machtig is als zijn Afrikaanse soortgenoot is hij toch bizonder sterk en gevreesd. Zo werden tot de jaren 60 van de vorige eeuw in Korea regelmatig gevechten georganiseerd tussen tijgers en leeuwen. Gewoonlijk waren het de leeuwen die wonnen.

Bekend is ook de verfilming van zo'n gevecht door Dr. Louis Talbot in de eerste helft van de vorige eeuw. De twee katten waren om een één of andere reden toevallig in de zelfde put gevallen, toevallig was iemand aanwezig met een camera en filmde alles. In het begin draaiden en slopen ze om elkaar heen, zoals katten dat kunnen doen. Er werd gegromd en gegrauwd, ze bliezen naar elkaar tot op een gegeven moment de tijger plotseling op de grond stortte. Wat bleek de leeuw had het juiste moment afgewacht en sloeg met zijn poot simpel de hersenpan van de tijger in, wat meteen het einde van deze veldslag was.

Tot slot in het boek "Vlucht in de taiga" van Iwan Bahrjany wordt beschreven hoe men levende tijgers ving in de sneeuwtijd. "Ik weet niet hoe ze in boeken die katten vangen; wij hebben onze eigen methode - wij met zijn vieren; zonder de hoden zou het niet te doen zijn. … Volwassen tijgers vangen we niet, dat lukt niet; wij schieten ze neer en vangen de jongen. Zij zijn even groot als de volwassen tijgers, maar ze wegen minder - ongeveer honderdvijftig kilo - en ze zijn niet zo gewiekst als de oudere. Maar toch kan een jonge kat met zijn tanden een klein paard grijpen, het op zijn rug gooien en ermee vandoor gaan. … De hoofdzaak is moed, snelheid en lawaai. Als weij de tijger eenmaal te pakken hebben, moet er geschreeuwd worden. … Ik duw de kat een staak toe en hij begint er naar te happen … zodra de kat hem vastbeet sprongt Mykola op zijn rug een en gooide een strop om zijn hals. Terwijl hij die stevig aantrok, gooide ik de staak weg en greep zijn voorpoten, zodat hij Mykola niet met zijn voorpoten kon bewerken. … dat moet snel gebeuren, voor je met je oogleden kunt knipperen, en je moet daarbij vooral luidkeels uit alle macht schreeuwen - alsof je aan repen gesneden wordt. Zie je, dat doet het beest verstijven; zijn zenuwen houden het niet uit en hij verliest zijn kracht" (p 163-164).

Zoals we zien, is de tijger al een zeer geduchte kat die je niet zomaar vangt, de leeuw blijkt nog gevaarlijker te zijn, gezien hoe hij een tijger afmaakt. Je kunt je voorstellen wat een moed Benaja had om in de winter in die kuil te gaan, om daar die gevaarlijke leeuw te doden. Er wordt niet verteld hoe hij het deed, maar we kunnen wel enige aannames maken, een speer was niet bruikbaar in die beperkte ruimte, dus waarschijnlijk had hij zijn zwaard of misschien alleen zijn jachtmes gebruikt. Hij kon de gevaarlijke klauwen ontwijken en door snel te handelen, misschien al schreeuwend de leeuw doden.





Opgeslagen onder: Leeuw; 2 Samuel 23:20; 1 Kronieken 11: 22

De leeuw van Trumpeldor

Als reactie op het bericht van Martha, het gaat om de "brullende leeuw" in Tel Chai, welke is opgericht ter ere van de eenarmige Joseph Trumpeldor die daar stierf bij de verdediging tegen arabische terreurgroepen. Het laatste wat hij heeft gezegd is: ‘Het is goed voor je land te sterven’.

Helaas zijn op 6 augustus een aantal Israëlische soldaten, bij ditzelfde monument, omgekomen tijdens een raketaanval van de Hezbollah.


Het doet me denken aan het bekende gedicht ter ere van Trumpeldor:
In the Galilee, in Tel-Chai, Trumpeldor fell,
For our people, for our country, the hero Joseph fell,
Over hills and mountains
He ran, to save the name of Tel-Chai,
Saying to the comrades there:
"Follow in my footsteps. "

Opgeslagen onder: Leeuw

zondag, september 24, 2006

De brullende leeuw (2)

Voor hen die mijn vorige blog over dit onderwerp niet hebben gelezen, raad ik aan dit eerst te doen.

Leeuwen leiden een zwervend bestaan, en blijven zelden langer dan een dag op een vaste plek. In de Serengeti volgen ze bijvoorbeeld meestal de grote trekkende kudden gnoes, zebra's en gazellen, om van tijd tot tijd terugkomen op hun favoriete plekken. Het komt dan ook vreemd over dat we in de meeste vertalingen lezen dat een leeuw zich bevind in zijn hol of leger.

Wat heeft de schrijver bedoeld? Nu blijkt dat de leeuw het grootste deel van de dag inactief is. Soms ligt hij tot twintig uur per dag te rusten in de schaduw, tussen de struiken, en als hij actief is, dan is dat enkel om te jagen. Als hij na het eten een "rustplaats" opzoekt, dan is dat doorgaans een plek vanwaar hij een goed overzicht heeft over de omgeving. Als er een prooi is gedood, wordt deze soms onder een struik gesleept om hem overdag aan de aandacht van gieren te onttrekken. Maar gewoonlijk eten ze de prooi op waar het is gedood.

Het Hebreeuwse woord ma'on betekent in het algemeen een "woonplaats, schuilplaats" of soms "vluchtplaats". Als het woord betrekking heeft op dieren, dan kan het ook "leger, hol" betekenen, 'een uitholling in de grond, verborgen achter struiken.' Maar het kan ook een bredere betekenis hebben van een "schuilplaats" tot zelfs gewoon "leefgebied". Mijns insziens hebben de keuzes die door de meeste vertalers zijn gemaakt, te maken met de onkunde ten aanzien van het gedrag van leeuwen. Een alternatieve vertaling in onze vers van ma'on die ook mogelijk is, is "schuilplaats".

Als we nu het Bijbebelgedeelte uit Amos 3:4 nog eens lezen, maar dan vanuit de werkelijke gedragingen van leeuwen, dan moeten we bepalen welke geluiden een leeuw maakt en waarom. We zien dat in het Hebreeuws de woorden sha'ag en qol worden gebruikt. Als eerste het woord sha'ag dat in betrekking tot menselijk gedrag meestal een uiting van pijn of wanhoop weergeeft (Job 3:24; Ps 32:3; 38:8). Bij dieren is het een agressief geluid, dat vertaald kan worden met "loeien, brullen, grommen, grauwen" (Richt. 14:5; Ps. 104:21). Soms wordt het gebruikt voor de "donder" van de bliksem (Job 37:4; cf. Amos 1:2). Het woord qol is algemeen woord dat ieder stemgeluid kan weergeven, van 'roepen' tot 'kreunen' en 'zingen'. In de context van onze passage passen de woorden "grommen" en "grauwen" beter dan het "brullen" en "de stem verheffen", bovendien passen deze beter bij het gedrag van de leeuw en het zijn mogelijke alternatieve vertalingen van de Hebreeuwse woorden.

Dan blijft er nog één probleem over, in ons vers worden twee verschillende woorden gebruikt voor 'leeuw', namelijk 'arieh en kephir. In de meeste Bijbelvertalingen wordt 'arieh weergegeven met 'leeuw' en kephir met 'jonge leeuw', welke goede vertalingen zijn. Echter hoe dit toe te passen. De vorige keer hadden we besproken dat er 2 groepen leeuwen zijn tijdens de jacht: de benedenwindse en de bovenwindse. Hierbij zijn de benedenwindse de sterkere (en dus jongere) leeuwen, die vanuit het struikgewas de aanval inzetten, terwijl de bovenwindse zichtbaar (en ruikbaar) vanuit hun schuilplaats de prooi richting de benedenwindse leeuwen opjagen.

Op grond van bovengenoemde interpretatie, zou ik Amos 3:4 dan ook als volgt willen vertalen:
Gromt een (aanvals)leeuw in het struikgewas
tenzij hij een prooi heeft?
Grauwt een (jacht)leeuw in zijn schuilplaats
tenzij hij iets gevangen heeft?
Nu slaat het grommen en grauwen op het agressieve gedrag van de leeuwen die hun prooi verorberen en het is een gedrag die zich richt tegen de andere roofdieren (hyena's) en aaseters (gieren) en meer een waarschuwing is dan dat het een begin is van een dodelijke aanval. Bovendien past deze vertaling in de totale context van het hoofdstuk.




Opgeslagen onder: Leeuw, Amos 3:4

zaterdag, september 23, 2006

De brullende leeuw

Zal een leeuw brullen in het woud, als hij geen roof heeft? Zal een jonge leeuw uit zijn hol zijn stem verheffen, tenzij dat hij [wat] gevangen hebbe?
Amos 3:4

Deze keer wil ik het hebben over de brullende leeuwen in Amos 3: 4,wat me aan dit vers opviel is dat in de meeste vertalingen een beeld wordt geschetst van leeuwen die totaal niet overeenkomt met leeuwen in het wild. Het lijkt erop dat alle vertalingen ervan uitgaan, dat een leeuw 'brullend' zijn prooi bespringt, en dan vervolgens blijft doorbrullen van genot. Een tweede punt is dat er wordt gesproken dat de leeuw een "hol, leger" heeft waar hij zich steeds weer terugtrekt.

Om terug te komen op het eerste punt, dat een leeuw zijn 'brullend' prooi bespringt, dat doen leeuwen niet, ze bespringen hun prooi in stilte, omdat ze geen andere (roof)dieren, zoals hyena's willen aantrekken, die hen van hun prooi zouden kunnen beroven. We moeten ons dan ook afvragen wanneer leeuwen brullen en waarom. Er zijn 3 redenen te vinden:
1) Ze brullen in de paartijd om indruk te maken op de leeuwinnen en de andere mannelijke leeuwen af te schrikken. Een soortgelijk fenomeen zien we als ze hun territorium afbakenen. Ze grommen dan vooral tegen leeuwen van andere troepen die op hun territorium willen komen. Ook brullen ze in dit kader tegen andere roofdieren, zelfs tegen mensen als deze te dichtbij komen. Gevechten tussen de (dominante) leeuwen van verschillende troepen zijn luidruchtig, maar heeft niets te maken brullen, danwel met de jacht en hun eetgedrag, zoals in bovenstaand vers.
2) Ze brullen als ze gerust hebben, dit doen ze omdat de verschillende leden van de troep zich hebben verspreid om een plek te zoeken van waaruit ze hun eventuele prooi kunnen besluipen. Hierbij nemen sommige leeuwen een bovenwindse positie in, terwijl andere een benedenwindse positie innemen. De afstand tussen deze leeuwen kan groot zijn, soms wel 3 kilometer. Het doel van dit brullen schijnt dan ook te zijn om de positie van elkaar te bepalen. Zie ook het volgende punt.
3) Leeuwen brullen als ze hongerig zijn. Hoe hongeriger ze zijn, des te harder brullen ze. Vooral 's middags zijn brullende leeuwen erg hongerig. Nu valt op dat de bovenwindse leeuwen brullen, benedenwindse zelden. We zien hierin een bepaalde tactiek: De prooidieren merken niet alleen door het brullen dat er leeuwen zijn, maar ruiken ze ook. Hierdoor beangstigd zullen ze wegvluchten, richting de benedenwindse leeuwen, die zich wijselijk stilhouden om de prooidieren niet alert op hen te maken.
Ook wil het geval dat ze tegen elkaar grommen als ze zich tegoed doen aan de dezelfde (gezamelijk) gevangen prooi. Dit is hetzelfde gegrom als tegen de hyena's en de gieren die mee willen profiteren van de prooi. Is de leeuw alleen dat is hij stil.


Een volgende keer zal ik het probleem bespreken dat de leeuw een "hol/leger" zou hebben.

Opgeslagen onder: Leeuw, Amos 3:4

vrijdag, september 22, 2006

De leeuw is los

Dat is het thema van kinderboekenweek 2006 welke in oktober wordt gehouden. De boekenweek is in het leven geroepen om de jeugd tot lezen aan te zetten, wat op zich een goed initiatief is. Nu wil het geval dat de laatste jaren deze kinderboekenweek regelmatig in het nieuws gekomen vanwege de verschillende anti-christelijke thema's zoals, de toveracademie (2005) en Heksenketel (1996).

Nu werd mijn aandacht getrokken, daardat plotseling veel bezoekers kwamen van de bestellink van deze organisatie, de reden was dat ik verschillende keren over dieren op mijn blog heb geschreven. Bij het bekijken van de site viel me op dat er meerdere links waren naar christelijke sites.

Het thema is "de leeuw is los" en is overgenomen van de titel van een gedicht van A.M.G. Schmidt, een dichteres waar je van kan genieten. Hieronder zal ik het gedicht plaatsen, de komende weken, beloof ik zal er meer aandacht worden besteed aan Leeuwen in de Bijbel.

De leeuw is los!

De leeuw is los! De leeuw is los!
Hij wandelt al door de straten.
Hij wil naar 't Amsterdamse bos,
dat heb ik wel in de gaten.
Hij bromt en hij briest en hij brult
en iedereen schrikt zich een bult.

Daar is ie al op de Postzegelmarkt,
daar loopt ie al over het Singel!
De tram blijft staan en klingelt hard
van klingeldeklingeldeklingel.
Het hele verkeer staat stil...
en de tramconducteur geeft een gil!

Nu is hij op de Overtoom!
We worden hoe langer hoe banger...
En iedereen klimt in z'n eigen boom,
de timmerman en de behanger.

O! roept de pianostemmer,
waar blijft nou die leeuwentemmer!

O kijk, daar komt een jongetje aan,
o, zou z'n moeder dat weten?
Tjee, kijk dat jongetje daar eens staan!
Straks wordt ie opgevreten!
Wie is dat jongetje dan?
Warempel, het is onze Jan...!
Hij haalt een klontje uit z'n zak,
wat gaat hij toch beginnen?
De leeuw wordt mak! De leeuw wordt mak!

De leeuw begint te spinnen!
Hij aait hem eens over zijn rug
en brengt hem naar 't circus terug. Hoi!
En brengt hem naar 't circus terug. Hoera!!!!

Rosh HaShana

Vandaag is het Rosh HaShana, de inluiding van een nieuw jaar zoals dat in Leviticus 23: 14 en Numeri 29: 1 werd ingesteld.

De spelregels tot bepaling van deze dag is vrij eenvoudig, het start in de 7de maand als het nieuwe maan is. Dit laatste is interessant daar er dan ook een zonsverduistering kan zijn. Vandaag was dat ook het geval en deze was zichtbaar Guyana. Ik heb nog geen berichten gehoord of de "umbraphiles" zoals deze liefhebbers van de schaduw van de zon zich noemen geluk hebben gehad. Uit de berichten van vanochtend bleek dat het daar erg regenachtig was.

Voor hen die meer willen weten over het ontstaan van zonsverduistering, zie de website van Fred Espenak "Solar Eclipses for Beginners", of mijn blogs Zonsverduistering, Zonsverduistering (2), Zonsverduistering (3) en die in Amos 8:9 wordt genoemd.

Een ander soort zonsverduistering is op onderstaande foto, waar het ruimtestation ISS en de Atlantis er voor zorgden dat een klein stukje van Zon werd afgedekt.

Credit & Copyright: Thierry Legault

Opgeslagen onder: Rosh HaShana

L'shana tova!

Rosh haShana het begin van het Nieuwe (Israëlische) jaar begint vanavond als de eerste 3 sterren aan de hemel zichtbaar zijn.

Doordat de Joodse jaartelling vanaf het begin van de schepping telt, gaat Israël het 5767ste jaar in.

woensdag, september 20, 2006

Christenvervolging: Indonesië

De drie Indonesische christenen, die ter dood zijn veroordeeld voor geweld tegen moslims, worden morgen terechtgesteld. Dat heeft hun advocaat gisteren bekendgemaakt.Tegen hun executie is wereldwijd geprotesteerd, en ook paus Benedictus XVI heeft de Indonesische regering gevraagd de executie niet uit te voeren.

De drie mannen hebben om gratie gevraagd, maar het is niet duidelijk of en wanneer de Indonesische regering daarover zal beslissen.

Fabianus Tibo, Marianus Riwu en Dominggus Silva zijn in 2001 ter dood veroordeeld omdat ze een rol zouden hebben gespeeld in de aanval door een groep woedende christenen op een islamitische kostschool in Poso op het eiland Sulawesi. Bij de aanval zouden meer dan tweehonderd moslims zijn gedood.

Tijdens chistelijk-islamitische botsingen op Sulawesi zijn tussen 1998 en 2001 in totaal zo'n tweeduizend mensen om het leven gekomen. Christenen vormen in Indonesië een kleine minderheid.

Volgens advocaat Roy Rening hebben de aanklagers gisteren aan de drie veroordeelden de brief overhandigd waarin staat dat zij morgen geëxecuteerd zullen worden. Zij zouden aanvankelijk vorige maand ter dood worden gebracht, maar dat werd uitgesteld na felle betogingen van duizenden Indonesiërs en de oproep van de paus.

In Indonesië wachten ook drie islamitische militanten op executie, die veroordeeld zijn voor hun rol in de bomaanslag op nachtclubs op Bali in 2002, waarbij meer dan tweehonderd mensen werden gedood.

Hun executie is enkele weken geleden aangehouden omdat de verdediging een herziening van het proces heeft afgedwongen.

Bronnen:

Kappertje

En de amandelboom zal bloeien, en dat de sprinkhaan zichzelven een last zal wezen, en dat de lust zal vergaan; want de mens gaat naar zijn eeuwig huis, en de rouwklagers zullen in de straat omgaan.
Klaagliederen 12: 5

In de Bijbel komt het Kappertje (Capparis spinosa L.) maar één keer voor en wel in boven-genoemd vers. Voor de identificatie van "kappertje" האב vinden we bewijsmateriaal in de LXX (ἡ κάππαρις, Arab. alkabar), de Syr., en Jerome (capparis), ook de Vulgaat heeft "kapperstruik". Het kappertje wordt in de Mishna צלף, (Beza 25a, cf. Shabbath 30b) genoemd, terwijl in het modern Hebreeuws de uitdrukking צָלָף קוֹצָנִי wordt gebruikt. Het woord נביּונה betekent "lust", nl. de lust in voedsel, van אביון (van de stam אבה, "lust hebben in"), hieruit blijkt dat men reeds wist dat het kappertje de spijsvertering bevorderd en sterk eetlustopwekkend is.

De struik komt in het wild voor in de Europese en Afrikaanse landen rondom de Middellandse Zee voor. Zij groeien daar vooral in rotsspleten en op oude muren.
Ook komen varianten voor in Californië. In Nederland worden ze als kasplant gekweekt.

Plutarcho (Sympos. vi. qu. 2) noemt reeds de plant vanwege zijn pikante smaak, ook Plinius (Hist. Nat. xx. 14) schrijft uitvoerig over de effecten van de plant.
Tegenwoordig worden de gesloten bloemknoppen van de kapperstruik, vanwege hun zurige aroma, gebruikt in salades, sauzen, pasta's en in stoofschotels. Bekend is het gebruik in de biefstuktartaar.
Bereiding is als volgt, de knoppen worden geplukt en worden in de zon gelegd om te verwelken; daarna worden ze in zout of in azijn gezet om hun bittere smaak te verdrijven. In Zuid-Frankrijk en Cyprus eet men de vruchten van de kapperstruik, die er (ingelegd) uitzien en smaken als augurkjes (cornichons). Het is bekend dat het kappertje de spijsvertering bevorderd en sterk eetlustopwekkend is.

Opgeslagen onder: Kappertje

dinsdag, september 19, 2006

Tweede Holocaust in voorbereiding

Ik kreeg enige dagen geleden een artikel van Edjan Westerman, een theoloog en predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Dit artikel geeft mijns inziens een goede analyse van het Midden-Oosten conflict, heb daarom de schrijver om toestemming gevraagd zodat ook anderen toegang tot dit zeer interessante artikel zouden hebben.


Tweede Sjoa in voorbereiding ! – niet te geloven ! ?

Ongekend duister was de ‘toekomst’ waarin de Joden verdwenen, die in de jaren ‘39 - ’45 van de vorige eeuw door de Nazi’s werden weggevoerd.
Nooit eerder was in onze landen op zo’n grote schaal de haat jegens het Joodse volk tot ‘in aller Konsequenz’ doordacht en uitgevoerd.
Waarschuwende stemmen klonken wel degelijk, maar voorafgaand aan en tijdens de oorlog konden velen zich een dergelijke systematische uitroeiing van het Joodse volk gewoon niet voorstellen. Zelfs waren er Joden die hun koffers pakten en – misschien tegen beter weten in – nog hoopten op een leefbare toekomst in ‘het oosten’. Ongeloof en verbijstering tekenden dan ook de reactie van velen toen de omvang van deze vernietiging na 1945 tot ons begon door te dringen.
Aanvankelijk leken ook wij – regeringen en gewone burgers in Europa – vooral slachtoffer te zijn van ons onvermogen om ons zulke duisternis voor te stellen. In zekere zin was dat ook wel comfortabel en kon zo vooral bij de Nazi’s de schuld aangewezen worden. Een grotere afstand in de tijd en een meer genuanceerd zicht op onszelf laat onze ‘onwetendheid’ minder onschuldig zijn en laat zien dat de consequente uitvoering van de Endlösung in de landen van Europa op z’n minst mede mogelijk gemaakt werd door morele apathie, aanwezig antisemitisme, anti-joods kerkelijk denken en het verlangen om vooral zelf te overleven.
‘Nooit meer’ – aanvankelijk een uiting van vastberadenheid tegen een buiten onszelf gelokaliseerde duistere mogelijkheid blijkt steeds meer ook een diepe confrontatie met onszelf en de duisternis in onszelf en onze cultuur te omvatten.
De strafbaarstelling van de ontkenning van de Holocaust – beter is te spreken van de Sjoa (het hebreeuwse woord dat vernietiging betekent) – toont dat niet elk ‘ongeloof’ door de beugel kan en dat ontkenning van de onder ons geschiede duisternis strafwaardig is.
Toch kunnen we het ons nog steeds niet echt voorstellen. Een geplande miljoenenvoudige Jodenmoord. Al hebben we inmiddels nog kennis moeten nemen van de misdaden van de voormalige Sovjet Unie, het communistische China en vele andere regimes, elke keer worden we weer verrast. Eigenlijk kunnen we ons zulk kwaad niet indenken.

Ook rond de oorlog tussen Hezbollah en Israël krijgen we weer te maken met dat onvermogen om ons het duister voor te stellen en in de aanwezigheid ervan te ‘geloven’. Veel berichtgeving werd gekarakteriseerd door dit ‘ongeloof’.
Af en toe werd wel gemeld dat Iran en Syrië de rol van instigator en facilitator spelen. Soms hoorde je wel iets over de dictatuur van Hezbollah binnen de samenleving en de regering van Libanon. Maar vooral richtte de media-aandacht zich middels door Hezbollah geredigeerd nieuws op de burgerslachtoffers in Libanon. Kritische Libanese stemmen (zoals Mona Fayad) die klagen over de dominantie van de Iraanse revolutie via Hezbollah in Libanon vinden nauwelijks gehoor in de westerse media.
We hoorden wel dat de president van Iran heel Israël van de kaart wil vegen, maar we kunnen ons niet voorstellen dat hij dat ook werkelijk zal willen bereiken. We weten wel dat Hezbollah hetzelfde doel heeft, maar het dringt niet tot ons door dat de 12.000 raketten nu juist daarvoor bedoeld waren. We hebben ze zelfs als wereldgemeenschap onder VN-toezicht laten aanvoeren. We kunnen daarom ook niet echt geloven dat Iran en Syrië zelfs na de wapenstilstand doorgaan met de aanvulling van het wapenarsenaal van Hezbollah. We kunnen gewoon niet geloven dat er voorbereidend werk gedaan wordt voor een tweede Sjoa. Daarom wil niemand ook echt zijn handen branden aan de ontwapening van Hezbollah. We gaan er eigenlijk van uit dat Hezbollah, Iran en Syrië de soep niet zo heet willen opdienen aan het volk van Israël. Datzelfde ongeloof maakt ook dat de wereldgemeenschap zo traag en besluiteloos is als het gaat om de dreiging van een nucleair bewapend Iran. We kunnen ons niet voorstellen dat dit land ook daadwerkelijk nucleaire chantage en ‘chirurgische ingrepen’ in de wereld van het Midden-Oosten zal willen gaan uitvoeren.
Het is datzelfde ongeloof waardoor we veelal onze ogen dicht deden voor de taktieken van Hezbollah dat burgers als schild gebruikte bij de poging een forse stap vooruit te doen in de realisering van de tweede Sjoa. Daardoor konden velen onder ons in de oorlog van de afgelopen weken alleen maar een overtrokken reactie zien van Israël op het kidnappen van twee soldaten.
Wie ten diepste niet gelooft dat Hezbollah en Iran menen wat ze zeggen, sluit zich ook af voor allerlei overduidelijk bewijs van kwade bedoelingen, van manipulatie van de media, van misbruik van VN-posten en ambulances enz.
Wie eigenlijk meent dat Israël als agressor aangewezen moet worden kan ook makkelijker leven met het feit dat bekend is geworden dat Unifil tijdens de oorlog allerlei militaire informatie met betrekking tot Israël op zijn website plaatste zonder dat zulke gedetailleerde informatie ten aanzien van Hezbollah op die website verscheen. In feite leverde de wereldgemeenschap zo via Unifil militaire inlichtingen aan Hezbollah (zie de dagelijkse press releases van Unifil : www.un.org).
Tegelijk is er onder ons het gevoel dat het Joodse volk nu maar eens over de angst voor een herhaling van het verleden heen moet zijn. Wij en ook de andere volken van de wereld vallen immers wel mee. Zo barbaars zijn we toch met z’n allen niet, dat we een tweede bedrijf van de Sjoa zouden willen opvoeren. Als er maar een oplossing komt voor het Palestijnse probleem dan zal alles pais en vree zijn.
Als wereldgemeenschap beseffen we wel dat er ook in dit opzicht een probleem ligt in de doelstelling van de gekozen Hamasregering. Vooralsnog praten we dan ook nog niet met Hamas. Maar ergens gaan we er vanuit dat het ook met Hamas wel zal meevallen. Hamas zal het toch wel niet echt menen als het zegt dat de omverwerping van de Joodse staat het uiteindelijk doel is! En als Hamas zegt voor dat uiteindelijke doel eventueel een langdurige wapenstilstand over te hebben, denken wij dat het over vrede gaat. Begrijpen doen we het dan ook niet echt dat Israël niet wil praten met Hamas. Op den duur zullen wij als wereldgemeenschap Israël daartoe wel brengen. Het gaat immers om vrede. Zulke gesprekken zullen vast geen onderhandelingen tussen slachtoffers en hun toekomstige beulen zijn – menen wij. Ondertussen zijn wij ziende blind voor de massale wapensmokkel naar de Gazastrook. In het afgelopen jaar zijn daar meer wapens binnengekomen dan in de bijna 40 jaar sinds de Zesdaagse oorlog (feiten gerapporteerd aan de Israëlische parlementaire commissie voor buitenlandse zaken en defensie). Ook lange afstandsraketten staan op de bestellijst!

Vanuit onze geseculariseerde westerse wereld missen wij de antenne om te verstaan wat er gaande is. Het is een islamitische stelregel dat een land dat eenmaal onder islamitisch bestuur heeft gestaan tot in alle eeuwigheid toebehoort aan de Islam. Zo ligt er een islamitische claim op heel Israël (zie bijv. Bernard Lewis, De crisis van de Islam, Jihad en de wortels van de woede, 2003). Het is die claim die de diepe bron is voor de strijd tegen de Joodse staat Israël. Een bron waaruit niet slechts de zogenaamde extremistische moslims putten, maar waaruit ook de grote massa’s op ‘de islamitische straat ‘ inspiratie opdoen. Dit is de realiteit die wij ons niet kunnen voorstellen en waar wij onze ogen voor sluiten. Dit is de realiteit waar Israël en het Joodse volk mee te leven hebben. Voor Joden is er ook onder de Islam slechts een bestaan als tweederangs en onderdrukt burger mogelijk, zoals de geschiedenis van het Joodse leven in islamitische landen aantoont. Een bestaan dat volgens de Koran hooguit een voorportaal van het vuur is dat er voor Joden wacht.
Wij kunnen dat alles niet echt geloven en we willen dat ook eigenlijk niet geloven. In onze samenlevingen met grote moslimminderheden en in een wereld met een toenemende energieschaarste willen we liever een wat comfortabeler en diffuser zicht op de werkelijkheid.
Oog hebben voor het feit dat Joden in Israël en de diaspora zich niet ten onrechte nog steeds bedreigd voelen zou onze politiek realistischer, onze media minder gekleurd en ons mee zoeken naar oplossingen minder verdacht maken.
We zullen als volken daarbij onontkoombaar keuzen moeten maken. Daniël Goldschagen wees er op dat de eerste Sjoa mogelijk werd door massa’s van gewone burgers die ‘willing executioners’ waren. De vraag rijst of wij wijzer geworden zijn.
Het duister in ons eigen verleden is vandaag nog steeds een mogelijkheid. Volken hebben het in zich om ‘op te trekken tegen Jeruzalem’, zoals de joodse profeet Zacharia in de bijbel zegt. Was het ‘Nooit meer’ wat ons betreft iets waar we echt voor menen te moeten staan ? Of was het een schuldbewuste reactie die langzaam wegebt waardoor het duister opnieuw de ruimte krijgt ? Als dat gebeurt zal dat niet slechts het morele bankroet van onze volkeren en de wereldgemeenschap zijn, maar ons ook een diepe Godverlatenheid opleveren.

maandag, september 18, 2006

Cartoon


Deze geinige persiflage vond ik op de website van Michiel Dijk.

Johannesbroodboom (2)

De vorige keer hebben we een start gemaakt met de Johannesbroodboom, deze keer gaan we kijken wat deze te maken heeft met de verloren zoon.

Waar de Johannesbroodboom wel wordt genoemd is in de gelijkenis van de verloren zoon (Luk. 15), die zijn hele hebben en houden verbraste. Toen hij niets meer had en er ook nog een hongersnood kwam kon hij een baantje krijgen, door bij een boer op de (onreine) varkens te passen. Overmant door de honger, wilde hij het varkensvoer eten, wat hem werd belet. Dit varkensvoer, ϰεράτιον keration waren de peulen van de Johannesbroodboom. Ook tegenwoor-dig worden nog regelmatig de peulen gebruikt als voedsel voor de dieren. Vermoedelijk dienden ze indertijd soms ook als voedsel voor de armen en vluchtelingen. Zo bestaat er in de Talmoed (Shabbat 33b) een verhaal van rabbi Shimeon Bar-Yochai die samen met zijn zoon naar een grot in het noorden van Israel vluchtten, toen de Romeinen de Joden verboden om nog langer de Torah te bestuderen. Zij hadden geen middelen van bestaan, maar er gebeurde een wonder en een Johannesbroodboom ontsprong in de grot, waarnaast een waterstroom ontstond. Zo overleefden rabbi Shimeon en zijn zoon 12 jaar in de grot.

Opgeslagen onder: Johannesbroodboom

De maan

Dat hij heengaat, en dient andere goden, en buigt zich voor die, of voor de zon, of voor de maan, of voor het ganse heir des hemels, hetwelk ik niet geboden heb;

Deuteronomium 17: 3


De Makkabeeën

Op de website van Livius zijn de 2 boeken van de Makkabeeën online.

Het interessante aan de apocrieve boeken is, dat de auteurs zich enerzijds keren tegen de vergrieksing van Judea, maar ondertussen beoefenen ze zelf de Griekse kunst der geschiedschrijving, schrijft men in het Grieks, en citeert men zelfs een buitengewoon klassieke en heidense auteur als Isokrates.

Op de website van Livius zijn verschillende links naar achterliggende informatiebronnen:
http://www.livius.org/maa-mam/maccabees/1macc01.html
http://www.livius.org/maa-mam/maccabees/2macc01.html

zaterdag, september 16, 2006

Johannesbroodboom

De naam Johannesbroodboom (Ceratonia siliqua) verwijst naar Johannes de Doper, die tijdens zijn verblijf in de woestijn grotendeels van sprinkhanen heeft geleefd (Mat. 3: 4; Mark. 1: 6).

Sommigen zijn echter van mening dat het hier niet om sprinkhanen gaat, maar dat het de peulen van de Johannesbroodboom zijn geweest. Zij baseren zich dan op de overeenkomst van de Hebreeuwse naam charuv met die van chagavim (sprinkhaan). In het Engels wordt de boom dan ook wel "locust tree" (= sprinkhaanboom) genoemd en de peulen "locust beans" (= sprinkhaanbonen). In werkelijkheid is het zo dat de Johannesbroodboom een van de weinige bomen is die niet door sprinkhanen wordt bezocht, vanwege de taaie leerachtige bladeren, die veel looistoffen bevatten.

Opgeslagen onder: Johannesbroodboom

woensdag, september 13, 2006

Koriander

In het Oude Testament wordt twee keer melding gemaakt van Koriander (Coriandrum sativum L.), beide keren als vergelijking van het Manna: "Het Manna nu was als korianderzaad" (Ex 16:31; Num 11:7)

De geur van de plant zelf is niet zo aangenaam, vandaar dat men koriander soms "wantsenkruid" noemt (de reuk doet denken aan wantsen: deze kleine insecten verspreiden bij aanraking dezelfde geur).

Koriander is een hoog aromatische eenjarige plant met een hoogte van 40 - 70 cm, die behoort tot de schermbloemigen. De stengels zijn stevig en geribd. Het blad is een tot drievoudig geveerd. Korianderblad lijkt enigszins op dat van bladpeterselie. De bloemschermen zijn wit tot roodachtig. De zaden zijn 2-6 mm groot, en zijn klein, rond, geribbeld, groenbruin.

Het kruid heeft een lichte, kalkhoudende grond en een beschutte zonnige plaats nodig.

Koriander was al bij de oude Egyptenaren bekend, in oude graven zijn zaden gevonden. Ook de oude Grieken en Romeinen hebben het gebruikt. Waarschijnlijk is het door Romeinse troepen naar Midden-Europa gebracht.

Opgeslagen onder: Koriander

dinsdag, september 12, 2006

Cartoon




Met dank aan mijn neef Abraham

maandag, september 11, 2006

Cartoon


Met dank aan Dokus

zondag, september 10, 2006

Eri (zijderups)

Maar God beschikte een worm des anderen daags in het opgaan van den dageraad; die stak den wonderboom, dat hij verdorde.

Jona 4:7

In Jona 4 vers 7 wordt gesproken over de Wonderboom (Ricinus communis) welke in een nacht wordt opgegeten door een worm. De meeste commentaren gaan hieraan voorbij of stellen slechts dat de Wonderboom hier bizonder vatbaar voor is, nergens heb ik in mijn commentaren kunnen ontdekken om wat voor dier het ging.


De Ricinus communis is een van de meest giftige plantsoorten die in de Bijbel wordt genoemd. In de litteratuur wordt vele malen verwezen hoe deze plant gebruikt kan worden als natuurlijk gif tegen allerlei ongedierte als termieten, insecten, muizen en ratten. Het gif van 15-20 zaden is reeds dodelijk (5-6 reeds voor kinderen), dit lijkt veel maar het gaat om slechts een paar milligram!!. De keren dat ik de plant heb gezien, heb ik dan ook nooit een wormachtig dier in de buurt gezien. Mijn vraag is dan ook lange tijd geweest wat dit voor een bizondere worm geweest kan zijn.

Bij toeval kwam ik erachter dat Dr. Günter C. Müller en Prof. Yosef Schlein enige jaren geleden onderzoek hier naar hebben gedaan en ontdekten dat de Eri zijderups (Samia ricini) in zeer korte tijd de metershoge ricinusstruiken kan vernietigen. Tijdens het laboratoriumonderzoek bleek dat de rups op de giftige Ricinus leven kan, lichtschuw is en alleen 's nachts eet. Zoals Müller zei, is "tot nu toe geen enkel dier bekend geweest, dat deze plant eet. ... Ik ben verrast, hoe nauwkeurig de rups in de Bijbel beschreven werd".

Het kweken van de Samia ricini is vrij eenvoudig, daar ze ook (op de eveneens giftige) liguster kunnen leven. Binnen een aantal weken zijn de rupsen veranderd in een mooie zijdevlinder (of is het een mot?).


Opgeslagen onder: Eri (zijderups)

vrijdag, september 08, 2006

De Westerse Bijbel

Had ik het pas over de Naardense Bijbel die probeerde zo dicht mogelijk bij de grondtekst te blijven, deze keer over de "Westerse Bijbel".


Van de zomer is deze nieuwe Bijbel verschenen. Volgens een van de redactieleden prof. Dr. W. de Rijke is deze nieuwe Bijbel nodig omdat "als je de oude Bijbel leest, dan vergaat het plezier je snel. Om de haverklap krijg je weer een waarschuwing dat er iets mis is met je geld, of dat je weer wat moet doen. Altijd maar dat zuinige, dat zure, dat belerende. De tijd heeft die teksten ingehaald. Het is de tijd om stappen te zetten. Het is tijd voor een nieuwe bijbelvertaling: de Westerse Bijbel. Geknipt voor de westerse consument! We hebben er alles uitgeknipt wat niet past bij de 21e eeuw. Geen woord over geld of armoede. Dit kunt u met een gerust hart aan uw kinderen laten lezen!"

Op vragen als waarom deze teksten dan oorspronkelijk in de Bijbel, lezen we op hun site bijvoorbeeld deze reactie: "Dat doet er in principe niet zo toe. Een deel was gewoon domheid, waarschijnlijk, van de boeren en de vissers die de bijbelboeken schreven. Maar misschien heeft de kerk er wel expres andere teksten ingezet. De kerk heeft altijd negatief gedaan over eerlijk geld verdienen."

Dat niet alleen de schrijvers domme boeren en vissers waren (voor het gemak wordt vergeten dat Paulus een van de best geschoolden uit zijn tijd was en dat Lukas een dokter was), ook Jezus wordt gedegradeerd tot een eenvoudige timmerman die geen verstand heeft van economie. Om die reden, moet je volgens de Rijke ook passages als "dat je je geen zorgen over de dag van morgen moest maken" anders lezen. "Tegenwoordig is de wereld een stuk ingewikkelder. Het zou wat moois worden als we stopten met sparen en onze spullen weggaven, en alles van God zouden verwachten, wie zorgt er dan voor je? Integendeel: God geeft ons juist een goede economie. Maar je hebt gelijk: die teksten zijn verwarrend en kun je beter weghalen."

Zover ik van hun website heb begrepen, is het eigenlijk heel eenvoudig, alles wat verwarrend is, of wat je niet zint schrap je weg. De dieven knippen dan andere passages weg als de leugenaars. De moeilijke passages over overspel, homofilie, en dergelijke moeten ook maar weg want ook die horen niet meer in deze tijd.

Blijkbaar had (de domme) Paulus dit allemaal al voorzien toen hij schreef "Want er zal een tijd zijn dat ze de gezonde leer niet zullen verdragen, maar omdat ze jeuk krijgen aan het gehoor zich naar hun eigen verlangens leraren zullen opstapelen, en van de waarheid het gehoor wel zullen afkeren maar zich zullen keren naar de fabels." (2 Tim 4:3-4), althans volgens de Naardense Bijbel, weet niet zeker of dit ook in de Westerse Bijbel staat.

Babylonische kalender (2)

Als een vervolg op het vorige artikel hieronder een overzicht van de Babylonische maanden:

De Maanden van de Babylonische Kalendar
MaandDagen MaandDagen
1. Nisannu30 7. Tashritu30
2. Aiyaru29 8. Arakhsamna29
3. Simannu30 9. Kislimu30
4. Du'uzu29 10. D.abitu29
5. Abu30 11. Sabad.u30
6. Ululu I29 12. Addaru I29
6. Ululu II29 12. Addaru II30


Voor hen die meer willen weten over de Babylonische kalender wil ik verwijzen naar de site van Jona Lendering waar (in het Engels) een uitgebreid artikel is geschreven over deze kalender.

Opgeslagen onder: Babylonische kalender

donderdag, september 07, 2006

Babylonische kalender

De Babylonische kalender is net als de Hebreeuwse gebaseerd op de Maan. Het begin van de maand wordt bepaald door directe observatie van de jonge wassende Maan bij zonsondergang na de astronomische nieuwe maan. Dit gebruik is door de Joden overgenomen tijdens hun ballingschap.

Een van de belangrijkste dingen die we van de Babylonische astronomie hebben overgenomen is het sexagesimale (=zestallig) stelsel voor minuten en seconden, ook de uren zijn hier een (in)directe afleiding van.

In de Bijbel zijn diverse aanduidingen te vinden naar de Babylonische of Assyrische kalender. Vooral tijdens en na de ballingschap zien we dat de joden de Babylonische naamgeving van de maanden hebben overgenomen.

De heerser van Assyrië had er veel voor over dat zijn naam op een correcte manier in de annalen voorkwam en dan in connectie met het kalender jaar. Dit deed hij door veelvuldig het Pur (=lot) te gooien, van dag tot dag en van maand tot maand. Deze praktijk kunnen we onder andere zien in het boek Esther, waar de minister van de koning, Haman het Pur gooide (Esther 3:7) om de dag te bepalen voor de vernietiging van de Joden. Door Ahasveros wordt uiteindelijk opdracht gegeven om op de dertiende dag van Nisan (=de eerste maand) deze vernietiging uit te voeren. Esther komt erachter en weet het plan van Haman te verijdelen.
Dat dit geval van het Pur gooien niet op zichzelf staat blijkt uit opgravingen. In de Yale University Library is een kleitablet (YBC 7058) gevonden "Het lot van Yahali" (zie afbeelding), met het volgende gebed: In zijn jaar aangewezen tot hem door het lot [puru] zal de oogst van het land Asserië doen bloeien en voorspoedig doen gedijen, voor het aangezicht van de goden Assur en Adad moge zijn lot [puru] vallen. Het kleitablet wordt gedateerd uit de regering van Salmaneser III (858-824 v.C..) en werd gebruikt in ceremonies en wordt aangeduid als de Yahali naamgeving, dat wil zeggen dat de regeringsjaren naar de koning werd genoemd.

Opgeslagen onder: Babylonische kalender

woensdag, september 06, 2006

Komijn

In de Bijbel komen we de Komijn (Cuminum cyminum) in het Oude Testament (כּמּן) tegen als een van de vele gewassen, terwijl we in het Nieuwe Testament (ϰύμινον) deze tegenkomen als een van de kruiden die de Farizeeën vertienden.

Het Nederlandse "Komijn" en het Engelse cumin komt van het Latijn cuminum, welke een leenwoord is uit het Grieks kyminon [κύμινον]. De origine van het woord is verder te herleiden uit semitische talen: Aramees kamuna [ܟܡܘܢܐ], Hebreeuws kammon [כמן], Egyptisch kamnini, Akkadisch kamûnu. Moderne Semitische talen hebben vaak gelijk luidende vormen: Arabisch kamoun [كمون], modern Hebreeuws kamon [כמון] en Amharisch kemun [ከሙን]. Vermoedelijjk hebben al deze vormen een Sumerische herkomst gamun, overgeleverd vanuit het Akkadisch kamûnu.

Als we in Nederland over Komijn spreken, dan bedoelen we de zaden van een plant met lange dunne stengels die ca. 30 cm kunnen worden, met fijne diepgroene, draadachtige blaadjes en kleine lila of witte bloempjes. Komijn behoort tot de peterselie familie en wordt ook wel eens comino genoemd.
Komijn wordt ingenomen tegen spijsverteringsproblemen en helpt bij maagproblemen die migraine veroorzaken. En Komijn is goed voor de eetlust.

Komijn is oorspreonkelijk afkomstig uit het Midden-Oosten. De plant groeit het best in een zanderige, gedraineerde bodem en in een gebied met een warm klimaat, zoals aan de kust van het Middellandse-Zeegebied, waar het kruid aangetroffen kan worden. Een warm klimaat is echter geen vereiste.

Naar een volksoverlevering zou het woord verbonden zijn met de Perzische stad "Kerman", waar de meeste Komijn werd geproduceerd. De Perzische uitdrukking "Komijn brengen naar Kerman" heeft dezelfde betekenis als in het Nederlands ""water naar de zee dragen.
Later gebruikten de Romeinen gebruikten Komijn in plaats van peper. Daarnaast gebruikten zij het in gemalen vorm als broodbeleg en in liefdesdrankjes. Zij waren er van overtuigd dat het gebruik van Komijn zorgde voor een trouwe partner.
In de middeleeuwen werd het in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en India gebruikt bij de bereiding van couscous en curry. Het meest populair is het gebruik in chili con carne. Vanaf de 16de eeuw nam de interesse in komijn af in Europa. Men vermoedt dat Karwij de plaats heeft overgenomen gezien de overeenkomsten in smaak.
Tegenwoordig neemt het gebruik weer toe, vooral in Nederland waar de Komijn verwerkt wordt in de zogeheten "komijnenkaas" (waarbij vooral de oude kaas het lekkerst is!). Daarnaast gebruikt men in Duitsland de Komijn samen met Karwij in de bekende likeur Kummel.

Opgeslagen onder: Komijn

dinsdag, september 05, 2006

Helft Nederlanders gelooft in God (2)

Hieronder als vervolg op mijn vorige post het verloop in de diverse kerken. Zie ook mijn andere andere post: Nederland in top-20 Atheïstische landen.



19701980199020002004/’05% verschil 1970-1990% verschil 1990-2004/'05
Rooms-Katholieke Kerk5.273.6655.453.2175.559.5505.106.3334.644.8005–16
Oud-Katholieke Kerk8.0156.1136.001

Vrij-Katholieke Kerk1.019851869800–15–8
Nederlandse Hervormde Kerk3.075.5652.930.9282.677.2441.579.627–13
Gereformeerde Kerken (synodaal)864.978869.100794.008676.627–8
Evangelisch-Lutherse Kerk48.19533.99823.81114.928–51
Protestantse Kerk Nederland2.002.155–12–43
Hersteld Hervormde Kerk53.900

Voortgezette Gereformeerde Kerken3.400

Christelijke Gereformeerde Kerken69.64174.48275.92474.73973.9789–3
Gereformeerde Gemeenten76.64383.80091.03898.495102.4801913
Gereformeerde Gemeenten in Nederland15.94619.12421.00020.64421.646323
Gereformeerde Gemeenten (buiten verband)3.0002.500

Oud-Gereformeerde Gemeenten in Nederland18.33017.00018.00018.000–76
Vrije Oud Gereformeerde Gemeente5.000

Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt)86.45198.606114.120125.048126.9493211
Nederlands Gereformeerde Kerken27.73829.32929.62430.16931.59077
Voortgezette Vrijgemaakte Kerk1.500

Algemene Doopsgezinde Sociëteit32.61522.50019.55311.7769.600–40–51
Remonstrantse Broederschap18.35512.1668.2685.4455.460–55–34
Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB5.7056.2875.338

Unie van Baptistengemeenten9.61111.95112.35912.22411.36429–8
Broederschap van Baptistengemeenten3.5004.200

Onafhankelijke Vrije Baptistengemeenten4.200

Zevende-Dags Adventisten3.9144.120
4.3004.500239
Bond van de Vrije Evangelische Gemeenten8.6507.6917.2396.2005.821–16–20
Leger des Heils11.0008.5007.5116.915–23–19
Diverse Pinkstergemeenten en Evangelische Gemeenten17.48034.19070.00080.00081.00030016
Evangelische Broedergemeenten5.24021.00020.000

Nieuw-Apostolische Kerk in Nederland12.50012.23311.856

Apostolisch Genootschap30.43026.29020.81018.673

Jehovah’s Getuigen18.26126.61331.35931.08929.63272–6
Mormonen 4.6005.8007.0007.5007.500527
Christelijke Gemeente Nederland (Noorse Broeders)2.0002.100..
Anglicaanse Kerk in Nederland33.000

Geredja Indjili Maluku (Moluks Evangelische Kerk)25.000

Oosters-Orthodoxe Kerken6.59022.000









Totaal Nederlandse kerken9.738,109.763,209.572,607.979,507.403,50–2–23
Nederlandse bevolking12.975,6014.091,0014.892,6015.848,3016.292,40159
% Nederlanders lid van een kerk75%69,30%64,30%50,30%45,40%–14–29

Helft Nederlanders gelooft in God

Voor bijna de helft van de Nederlanders speelt God een rol in hun leven, maar steeds minder mensen hebben daarvoor de kerk nodig: twee op de drie Nederlanders noemen zich buitenkerkelijk. Twaalf procent gaat wekelijks naar de kerk. Daarmee neemt Nederland in Europa een middenpositie in. Dat blijkt uit het rapport Godsdienstige veranderingen in Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het onderzoek richt zich op de beleving van de christelijke godsdienst in ons land. Bijna twee op de drie Nederlanders (64 procent) vinden zich buitenkerkelijk. 42 procent is, al dan niet bewust, lid van een kerk. De helft van de Nederlanders denkt dat er leven na de dood is. Twee op de vijf Nederlanders geloven in de hemel.

Ontwikkelingen in het ledental van de Rooms-Katholieke Kerk en de kerken die vanaf 2004 de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) vormen, vergeleken met de omvang van de totale bevolking, 1947-2005

Vergelijking tussen het aantal leden van de twee grootste christelijke kerkgenootschappen en het aantal moslims en hindoes in ons land, sinds 1971


Bronnen:

maandag, september 04, 2006

De Naardense Bijbel

Een van de meest letterlijke moderne vertalingen van de Bijbel in het Nederlands taalgebied is die van Pieter Oussoren, in de volksmond ook wel bekend als de Naardense Bijbel. Ik heb hem al tijden op mijn buro liggen en maak er dan ook veelvuldig gebruik van.

Bij veel vertalingen is de vertaling van de godsnaam een ander heikel punt, in deze Bijbel is gekozen voor de ENE, waarbij men in een bijlage deze keuze heeft verantwoord.

Als je deze Bijbel leest dat vallen een aantal zaken op:
  1. De tekst grotendeels in de tegenwoordige tijd (presens) is vertaald. De Hebreeuwse werkwoorden in de suffix conjugatie worden met een presens in plaats van een perfectum vertaald. Oussoren volgt daarmee de opmerkingen in het oude commentaar van Rasji en de moderne (Franse) bijbelvertaling van André Chouraqui.
  2. De ordening van de bijbelboeken in het Oude Testament is volgens die van de Hebreeuwse bijbel. De bijbelboeken staan daarmee in drie afdelingen: Tora, Profeten en Geschriften (waarin de Feestrollen). Daarmee wijkt de indeling af van de meeste christelijke bijbelvertalingen die de historiserende indeling van de Septuagint volgen. De ordening van de boeken van het Nieuwe Testament is volgens de gangbare volgorde.
  3. Als uitgangspunt bij de vertaling is gekozen om zo consequent als mogelijk vast te houden aan vaste vertaalwoorden, zodat o.a. woordspel hoorbaar wordt. Daarmee wordt recht gedaan aan het eigen literaire karakter van deze tekst. Oussoren is er in geslaagd om met literaire vindingrijkheid een krachtige en toegankelijke tekst te maken. Het resultaat is dat de welwillende lezer op den duur zal thuisraken in het bijbelse woordveld, de eigenaardige wendingen en nuances - en de daarmee samenhangende zeggingskracht.
Door bovengenoemde keuzes is het lezen in eerste instantie niet makkelijk, het is geen vloeiend Nederlands leesboek geworden zoals de Nieuwe Vertaling van het NBG, daarentegen is het een zeer goede letterlijke vertaling geworden die iedere dominee of student beslist moet aanschaffen.

Sinds kort heeft de uitgever ook besloten om de gehele vertaling online op het web te zetten. U kunt deze hier vinden.

Dille (Mat 23:23)

De Dille (Anethum graveolens) wordt alleen in het Nieuwe Testament in Mattheus 23: 23 genoemd, waar we lezen dat de Farizeeën het gebod van het tienden geven over de bodemopbrengst (Lev.27:30,32 en Deut.14:22-23), zoals koren, olie, most en vruchten, in hun ijver hadden uitgebreid tot de kleinste veldvruchten en tuinkruiden, zoals munt, dille en komijn. In het Oude Testament lezen we dat deze tienden betaald moesten worden voor het levensonderhoud van de priesters, Levieten (Num.18:20vv.) en armen (Deut.14:28-29; 26:12vv.). In deze Bijbelpassage zien we dan ook dat Jezus niet het geven van tienden op zichzelf ('het andere niet nalaten') kritiseert, maar de overdreven stiptheid in kleine dingen zoals de tienden van tuinkruiden, terwijl het belangrijkste van de wet, het liefhebben van de naaste met rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw (vgl. Mich.6:8; Zach.7:9), juist verwaarloosd werd.
Bij de Grieken was de naam voor de plant ἄνηθον (anethon), een naam die soms ook werd gebruikt voor de Anijs (Pimpinella Anisum). Vandaar dat in oudere vertalingen zoals de King James de Anijs wordt genoemd en niet de Dille, blijkbaar bestond er vroeger verwarring tussen beide schermbloemigen. De naam is afgeleid van het Griekse aèmi "ik blaas uit, adem uit", wat betrekking heeft op de sterke geur van de plant. Dit komt verder tot uiting in de Latijnse toevoeging graveolens van gravis "zwaar" en olere "rieken"
De Dille wordt in het Arabisch bisbāsa, in Syrië šibitt, šibit, kerawija, šemār genoemd. In de rabbijnse literatuur wordt de Hebreeuwse naam šébet genoemd (Maim. šebet).

Dille (Anethum graveolens) is een winterharde eenjarige plant uit de Schermbloemenfamilie, verwant aan anijs-achtige kruiden zoals venkel en kervel. De plant wordt ongeveer 120 cm groot en gedijt het beste in de volle zon. Het heeft fijne naaldachtige bladeren en platte bloemschermen met kleine gele bloempjes.

De plant is een echt keukenkruid waarbij de jonge plant wordt gebruikt in wortelgerechten, rauwkostschotels. Bekend is ook de inleg van augurken (vandaar de Duitse benaming Gurkenkraut) en de bereiding van (kruiden)azijn.

Als medicijn wordt het toegepast tegen slapeloosheid en een eetlustopwekkende effect. Dille met heet water of witte wijn kalmeert de maag.

Oorspronkelijk komt de Dille uit Zuid-Europa, het Midden Oosten en het westen van Azië, in Israël komt de plant in het gehele land voor.
Door het veelvuldige gebruik als keukenkruid komt de plant tegenwoordig in heel Europa en delen van Rusland voor. Vooral Denemarken en Duitsland zijn productiegebieden van het kruid. Het is hierbij opmerkelijk dat het vooral voor Noord-Europa een van de belangrijkste exportproducten is, terwijl het zuiden van Europa geen interesse toont in Dille. In de Franse en Italiaanse kookboeken wordt het niet of nauwelijks genoemd, terwijl het in Duitsland, Scandinavië en Rusland van essentieël belang is in bepaalde gerechten.

De Romeinen gaven Dille aan de gladiatoren, omdat zij geloofden dat dit hen geluk zou brengen. Met Dillezaad brandden ridders open wonden dicht om de genezing te bevorderen. In Duitsland draagt een bruid een takje Dille in het haar of stopten ze wat Dille in hun schoen en spraken het volgende rijmpje uit: "ik heb mosterd en dil en mijn man ik wil". Het kruid hield echtelieden in toom, maar zou ook heksen tegenhouden. Vermoedelijk met dezelfde achterliggende gedachten werden kalveren ingesmeerd met dille en zout.

Opgeslagen onder: Dille

Cartoon

Gezegende ouderdom

Photobucket - Video and Image Hosting
Wie bescheiden is en ontzag heeft voor de HEER,
wordt beloond met rijkdom, eer en een lang leven.
Spreuken 22:4

Van de weblog van Willem de Vink

zaterdag, september 02, 2006

Regenboog (Gen 9:14)

En het zal geschieden, als Ik wolken over de aarde brenge, dat deze boog zal gezien worden in de wolken;
Genesis 9:14


Copyright © 2006 D. Bush

Opgeslagen onder: Regenboog

vrijdag, september 01, 2006

Biblical Studies Carnival IX

Biblical Studies Carnival IX is gepubliceerd op de blog Hypotyposeis van Stephen C. Carlson. Een schitterend overzicht van alle belangrijke posts die de afgelopen maand op de diverse Bijbelstudie blogs zijn verschenen.

Meekrap (2)

Enige tijd geleden heb ik al een keer geschreven over de Meekrap (Rubia tinctorum), toen had ik al aangegeven dat het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de plant Klein-Azië en het oostelijk Middellandse-Zeegebied is.

Steden in dit gebied zoals Thyatira en Sardis waren bekend geworden wegens hun productie en handel van purperen stoffen. Zo wordt in de Bijbel gesproken over een zekere Lydia die een purperverkoopster was en woonde in de stad Thyatira (Hand 16:14) en een volgeling was van Paulus. Hoe belangrijk de productie van deze purperen verfstoffen was blijkt dat ze tot in de vorige eeuw toe onder de naam "Turkey Red" verkocht.

Helaas is door het veelvuldig gebruik, de Meekrap een zeldzame verschijnen geworden in deze gebieden. Misschien dat de plant zich kan herstellen, nu er chemische kleurstoffen voor in de plaats zijn gekomen.

Zie hier voor meer achtergronden en mooie foto's over de stad Thyatira.

Opgeslagen onder: Meekrap