dinsdag, januari 31, 2006

Asher

Asher אָשֵׁר ("gelukkig") was de stamvader van een der 12 stammen van Israel en de achtste zoon van Jakob en tweede zoon van Jakob's bijvrouw Zilpah (Genesis 30: 1-6), de slavin van Lea.

Asher werd geboren in Paddam-Aram in Mesopotamië (Genesis 35: 26) en zijn naam betekent hij die gelukkig maakt (Genesis 30: 12-13). Hij werd zo genoemd omdat Lea zei Tot mijn geluk! (vs. 13), dit naar aanleiding dat ze geen kinderen meer baarde en via haar slavin Zilpah twee zonen kreeg Gad en Asher (draagmoederschap). De naam is teruggevonden in een Egyptische papyrus (~1750 v.C.) als de naam van een slavin, tevens is hiermee bevestigd dat het om een noordwest semitsche persoonsnaam gaat, wat overeenkomt met de geboorteplaats van Asher.
Verder is bekend dat hij vier zonen had Jimna, en Jisva, en Jisvi, en Berija, en een dochter Sera (Genesis 46:17; 1 Kronieken 7: 30) toen hij naar Egypte ging.

De enige Asheriet van enige betekenis was de profetes Anna, een dochter van Fanuel, welke tot groten ouderdom gekomen, welke met haar man zeven jaren had geleefd van haar maagdom af. En zij was een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren, dewelke niet week uit den tempel, met vasten en bidden, God dienende nacht en dag. (Lukas 2: 36-37)

Van de stam op zich weten we dat ze zo waren uitgebreid, dat ze ten tijde van de Exodus meer dan 41500 strijdbare mannen hadden en dat ten tijde van de invasie van Kanaän ze waren gegroeid tot 53400 (Numeri 1: 41). Was de zegen van Jakob zijn brood zal vet zijn; en hij zal koninklijke lekkernijen leveren (Genesis 49: 20), Mozes' zegen was Asher zij gezegend met zonen; hij zij zijn broederen aangenaam, en dope zijn voet in olie (Deuteronomium 33: 24). Uit de geschiedenis blijkt inderdaad dat de vijf belangrijkste geslachten van Asher (Numeri 26: 44-47) de zegeningen, straffen en verantwoordelijkheden van de omzwervingen in wildernis deelden (Numeri 1: 13; 2: 27; 7: 72; 13: 13). In de loop van deze Israelitsche omzwervingen door de woestijn, namen ze hun positie in naast de stammen van Dan en Naphtali. Hun legeringspositie was noordelijk van de Tabernakel (Numeri 2: 27), terwijl tijdens de tochten zelf ze met genoemde stammen de achterhoede vormden (Numeri 10: 25) onder leiding van Pagiel, de zoon van Ochran.

In de verdeling van het land, kreeg Asher van Jozua een smalle strook aan de kust toegewezen noordelijk van de Karmel tot het noorden van Sidon (Jozua 19: 24-31, 34). Dit deel was rijk aan bronnen en vruchtbare gronden, waar de beste olijvenplantages waren (Deuteronomium 33: 24). De verantwoordelijk om dit land in te nemen was de overste Achihud, zoon van Selomi (Numeri 34: 27).
Dat hij en zijn opvolgers hier niet in slaagden blijkt uit het feit dat ze de kuststeden niet konden veroveren op de Phoeniciërs Asher verdreef de inwoners van Acco niet, noch de inwoners van Sidon, noch Achlab, noch Achsib, noch Chelba, noch Afik, noch Rechob; Maar de Asherieten woonden in het midden der Kanaanieten, die in het land woonden; want zij verdreven hen niet (Richteren 1: 31-32) Ook deden ze niet mee aan de oorlog tegen Sisera, de krijgsoverste van Jabin welke de oostelijke grenzen van Asher beheerste (4: 2), wel kwamen ze later Gideon te hulp tegen de Midianieten (6: 35; 7: 23).

Bij de kroning van David stuurden zij 40000 manschappen (1 Kronieken 12: 36), maar worden later niet meer genoemd in zijn lijsten. Salomo gaf in ruil van cederbomen, en van dennenbomen, en van goud, naar al zijn lust opgebracht had), dat als toen de koning Salomo aan Hiram twintig steden gaf in het land van Galilea (1 Koningen 9: 11-14), dit waren steden van Asher en werden door Hiram hiernoemd in het land Kabul (vs. 13) zoals het ook tegenwoordig nog heet.

De laatste keer dat de stam wordt genoemd is in Openbaring 7: 6 waar zij met 12.000 dienaren behoren tot de 144.000 verzegelden.

Simeon (Gen 29:32)

Enige tijd geleden schreven we over de machtsstrijd tussen Lea en Rachel en de verschillende zonen die geboren werden. Eén van de zonen van Lea was Simeon שִׁמְעוֹן "God hoort" (zie de omschrijving in Genesis 29:32).

Simeon is de tweede zoon van Jakob bij Lea (Gen 29:33), vader van een van de 12 stammen van Israel. Hij en zijn broer Levi, wreekten zich op de bewoners van Sichem nadat een prins van deze hun zuster Dina had verkracht (Gen 34: 1-31). Hierdoor kwam de familie van Jakob in een slecht daglicht te staan bij de omringende buren (Gen 34: 30). Uit Jakob's testament (Gen 49:5-7) blijkt dat na al die jaren hij nog steeds Simeon en Levi als gewelddadige en onrechtvaardige mannen ziet. En in plaats van een zegen vervloekt hij hen, door te zeggen, dat hun nakomelingen over het gehele land verspreid zullen worden. Dit gebeurd dan ook later, zoals we zullen zien.

Simeon was ook de (half)broer die Jozef in gijzeling hield tot Benjamin bij hem gebracht zou worden in Egypte. (Gen 42: 24). Waarschijnlijk werd hij vastgehouden ipv. zijn oudere broer Ruben, om te voorkomen dat er een machtstrijd zou ontbranden om het leiderschap. Verder wasSimeon getrouwd met minstens twee vrouwen, waarvan een een Kanaanitische was (Gen. 46:10), hij had 6 zonen toen hij verhuisde naar Egypte.

Uit deze zonen is de stam Simeon ontstaan, tijdens de 40-jarige tocht door de woestijn, decimeerde het aantal met 50% (Num. 1: 22 aantal mannen 59.300, Num. 26:14 nog maar 22.200 mannen). Zie in dit verband ook Numeri 25: 14 waar Zimri een hoofd van de stam Simeon werd gedood door Pineas te Baal-Peor, omdat hij met een heidense Midianiet ging en daardoor afgoden ging vereren. Zij zijn de kleinste van alle stammen.

De stam kreeg in eerste instantie een gebied in het noordelijke deel van de Negeb (de tegenwoordige Gaza-strook), wat al eerder aan Juda was toegewezen (Jozua 19: 1-9). Het is niet duidelijk of ze ooit dit gebied ooit hebben bewoond, daar een paar honderd jaar later David de stad Ziklag kreeg van de filistijnse koning Achish (1 Sam 27: 6). Toch was de stam van belang voor deze zuidelijke gebieden, want er waren meer dan 7100 die zich aansloten bij David, dit is meer dan de stam Juda (6800; 1Kr. 12: 24-25).

Doordat de stam Simeon binnen de gebieden van de stam Juda woonde, gingen deze steeds meer op tot een stam. (Ri. 1:3; 17-19) Hun afwezigheid in de boeken van Samuel en Koningen is dan ook opvallend. In 1 Kronieken 4: 39-43 lezen we dat ze migreerden naar Edom en het land van Amalek. In 2 Kr. 15:9 en 34: 6 lijkt het erop dat ze worden vereenzelvigd met de gebieden van Efraim en Mannasse welke tot de noordelijke gebieden behoorden. Dit blijkt ook uit het feit dat ze niet tot het 2-stammenrijk ( Juda en Benjamin) behoorden, en dus tot het noordelijke 10-stammenrijk behoorden. Dus de zegen/vloek van Jakob is uitgekomen.

De laatste keer dat de stam wordt genoemd is in Openbaring 7: 7 waar zij met 12.000 dienaren behoren tot de 144.000 verzegelden. Een aanduiding dus dat het echt om Israel gaat en dat de kerk niet hun plaats heeft ingenomen.

zondag, januari 29, 2006

Pasen, Op welke dag!

De komende maanden zal ik de verschillende aspecten behandelen die met de Paastijd te maken hebben. Enkele dagen geleden heb ik al aangegeven wat de implicaties waren van de instelling van het joodse Pascha in mijn behandeling van de Egyptische kalender.

Als eerste wil ik een korte technische verhandeling geven hoe men de datum kan bepalen. Deze datum wordt bepaalt met de volgende algemene regel, welke tot stand kwam op het concilie van Nicea (325 n.C.): Pasen moest vallen op de eerste zondag na de 14de Nisan, in de maand waarin de 14de Nisan samenvalt met de lente-evening (21 maart), of die onmiddellijk daarop volgt; als de 14de Nisan een zondag was, moest het feest nar de volgende zondag worden verschoven. Anders gezegd, het Paasfeest wordt gevierd op de eerste Zondag na de veertiende dag van de eerste nieuwe Maan na 21 Maart (=lente-evening).

Een formulering die de beroemde wiskundige Gauss, in het begin van de 19de eeuw ontwikkelde, en die later door Butcher in 1876 is geperfectioneerd en hierdoor bruikbaar is voor alle jaren in de Gregoriaanse kalender, die begon in 1583, wordt hieronder gegeven. De methode is gebaseerd op een aantal delingen van het jaar. Hierbij wordt het resterende steeds weer vermenigvuldigd door de Deler. Vb. 2000 / 19 = 105,2631579. Het resterende 0,2631579 wordt vermenigvuldigd door 19 en geeft 5,0000001. Het restant is dus 5. Uiteindelijk krijgt men zo de datum, hieronder is de formule uitgewerkt in Javascript:
function pasen(form) {
var Mdate = "tekst" ;
Fyear = form.Myear.value;
a = Fyear%19;
c = Fyear%100;
b = (Fyear-c)/100;
f = ((b+8)-(b+8)%25)/25
g = ( ( b - f + 1 ) - (( b - f + 1 ) % 3) ) / 3;
h = ( 19 * a + b - (b-(b%4))/4 - g + 15 ) % 30;
l = ( 32 + 2 * (b%4) + 2 * ((c-(c%4))/4) - h - (c%4) )% 7;
mm = ( a + 11 * h + 22 * l ) % 451;
m = ( a + 11 * h + 22 * l - mm ) / 451;
p = ( h + l - 7 * m + 114 ) % 31;
n = ( h + l - 7 * m + 114 - p) / 31;
p = p + 1;
Mdate = p + " April";
if ( n == 3 ) Mdate = p + " Maart";
form.MDate.value = Mdate;
}
Als men deze functie samen met de volgende code in een html-document zet kan men de datum berekenen:
<FORM>
Invoer Jaar:
<INPUT TYPE="text" NAME="Myear" Value="2000" SIZE=4>
is
<INPUT TYPE="text" NAME="MDate" Value="23 April" SIZE=10>
<INPUT TYPE="button" Value="Bereken" onClick="pasen(this.form)">
</FORM>
Helaas kan ik het niet op mijn blog tonen daar de provider geen Javascript code toestaat. Een uitgebreider werkend voorbeeld is te vinden op de website van R.H. van Gent.

Nergal-sharezer (Jer 39:3, 13)

De naam Nergal komt ook voor in Jeremia 39:3 en 13, zij het als afgeleide in een van de namen van Nebuchadnezzar's prinsen: Nergal-sharezer (=Nergal, bescherm de koning!). Deze droeg de titel veldmaarschalk, of veldoverste (Rab-mag) en uit seculiere bronnen blijkt dat hij zeer waarschijnlijk de persoon was die Evil-merodach, de zoon van Nebuchadnezar, vermoorde en zijn plaats op de troon van Babylon voor een periode van 3 jaar (559-556 vC.) in nam. Verder was hij getrouwd met Kashshaya, een dochter van Nebuchadnezar.

De ruïnes van het enige paleis dat op de rechterbank van de Eufraat ligt, heeft inscripties dat het gebouwd is door deze koning. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Labashi-Marduk, toen nog een kleine jongen, welke werd vermoord na een periode van negen maanden door een samenzwering van edelen, een van hen, Nabonadius, besteeg de vacante troon en regeerde voor een periode van 17 jaar (555-538 vC.), de zoon van de Nabonadius was de Belshazzar, welke Nebuchadnezar's zoon (Dan. 5:11, 18, 22) werd genoemd, omdat hij getrouwd was met zijn dochter.
Tegenwoordig weet men uit inscripties dat Nabonadius een zoon had met de naam Belshazzar (Nabonidus Stele), welke de honeurs van zijn vader waarnam op de troon ten tijde van de val van Babylon, en zou zodoende de kleinzoon zijn van Nebuchadnezzar. De Hebreeuwse taal kent geen onderscheid tussen vader, grootvader of achtergrootvader, dus is dit op deze manier te verklaren.

Gen. 3:6 Was Adam bij Eva?

Targuman heeft de interessante vraagstelling of Adam bij Eva was op zijn blog Gen. 3:6 Was Adam with Eve?

In de grondtekst staat: וַתִּתֵּ֧ן גַּם־לְאִישָׁ֛הּ עִמָּ֖הּ "en zij gaf ook aan haar man met haar". Men kan hier onder verstaan dat Adam al bij Eva stond, zoals de Nieuwe Vertaling en de Willibrord vertaling doen, maar men kan er ook van uitgaan dat er een tijdsperiode tussen het ontvangen van de vrucht door Eva en het doorgeven aan Adam was.

Tot slot nog een opmerking, in deze tekstpassage wordt niet vermeld om wat voor soort vrucht het gaat. In de 4de eeuw n.C. gebruikte de latijnse Vulgata in de frase "de boom der kennis des goed en des kwaads" (Gen 2:9) het woord malum. Nu heeft in het Latijn het woord malum niet alleen de betekenis van "kwaad" maar ook de betekenis van "de appel", de vergissing was dus op deze manier gemakkelijk gemaakt.


Update: Targuman heeft een update op "Gen 3:6 - Oh yeah. He was there." over dit onderwerp.

Update: Targuman gaat verder op dit onderwerp met Gen. 3.6 - Targumim.

zaterdag, januari 28, 2006

Nergal, de god Mars (2 Kon 17:30)

Maar elk volk maakte zijn goden; en zij stelden ze in de huizen der hoogten, die de Samaritanen gemaakt hadden, elk volk in hun steden, waarin zij woonachtig waren. Want de lieden van Babel maakten Sukkoth Benoth, en de lieden van Chut maakten Nergal, en de lieden van Hamath maakten Asima, En de Avieten maakten Nibhaz en Tartak, en de Sefarvieten verbrandden hun zonen voor Adramelech en Anamelech, de goden van Sefarvaim, met vuur.
2 Koningen 17: 29-31

Tijdens de ballingschap werd Israël gekoloniseerd door andere volken welke hun eigen afgoden hadden meegenomen. Veel van deze afgoden hadden een astrolatrische oorsprong, zo ook Nergal welke de planeet Mars voorstelde.

Nergal (Nar'-gal, uitspreken als Nereghal) was een god van de stad Cuthah, Cuth of Kutu. In 2 Koningen 27: 30 wordt er gezegd dat de mensen van Cuth, welke door Sargon verbannen waren naar Samaria, een afbeelding maakten van Nergal. Een Phoenisiche begravenis inscriptie opgericht door een Sidoniër te Athene geeft aan dat Nergal ook werd aanbeden te Sidon. Cuthah was een van de prehistorische steden van het rijk Babylon. Zijn god was waarschijnlijk van agriculturele origine en vervulde alle functies, als god, van zo'n stad. Hij werd in latere tijden, toen door politieke verbonden de goden van diverse steden werden gecombineerd in pantheons, de god van de onderwereld. Misschien kwam dit omdat Kutu een belangrijke begraafplaats was; temeer daar Kutu zelf ook een belangrijke naam werd voor de onderwereld. In deze periode werd Nergal ook gezien als de god van pestilentie, van de destructieve effecten van de oorlog en van de gloeiende hitte van de zon. Misschien als god van de doden en de onderwereld werden deze fenomenen met hem geassocieerd.

Volgens de Joden leek hij op een haan, maar een haan vaak werd vaak geassocieerd met een priester op Assyrische monumenten. Anderen zeggen dat het eerste deel van het woord duid op een lamp, bedoeld wordt vuur welke aanbeden werd door de Perziërs waarvan men in de eerste instantie dacht dat deze mensen vandaan kwamen. Hillerus (Onomastic. Sacr. p. 601.) ziet in het woord de fontijn van licht en denkt dat het de zon is welke door de Babyloniërs werd aanbeden.

Door moderne critici, kijkend naar het astrologische karakter van de Babylonische afgoderij, wordt algemeen aangenomen dat hij als god van de oorlog werd geassocieerd met de planeet Mars. In dit kader wordt ook regelmatig het bijbehorende sterrenbeeld Sagittarius genoemd welke onder bescherming staat van Nergal of Nerigal waarmee dan de planeet Mars wordt bedoeld. Interessant is dat de Mandeaen de naam Nerig hebben voor de planeet Mars.

Yetarim, Simson's touw (Ri. 16:4-9)

Als de richter Simson verliefd wordt op de filistijnse Delilah, probeert deze laatste erachter te komen hoe de Filistijnen Simson kunnen overmeesteren. Als antwoord geeft Simson dat daar "zeven verse zelen" of zoals anderen vertalen "zeven verse pezen" voor nodig zijn.

Er wordt hier voor pezen het hebreeuwse woord yetarim gebruikt. Deze pezen of touwen van yetarim zijn gemaakt van de plant yitran (Thymelaea hirsuta), in het arabisch wordt de plant mitnam "snoer van een tent" genoemd. In feite is het materiaal van deze plant zeer geschikt voor het maken van touwen en is zeer sterk.

Als we de geschiedenis van Simson en Delilah lezen, dan valt ons een paar dingen op. Als eerste leefde Simson in Mahaneh Dan tussen Zorah en Eshtaol (Ri 13:25), echter de yitran groeit daar niet, maar aan de kust. Nu hadden de Filistijnen deze touwen kunnen kopen op de lokale markt, echter Simson's instructie was duidelijk: het moesten nieuwe verse touwen zijn. Met andere woorden, de Filistijnen moesten dus de plant zelf gaan plukken bij de kust, ze verwerken tot touwen en daarna moesten ze weer terug (een afstand van zo'n 20 kilometer!).

Simson zet dus heel duidelijk de Filistijnen aan het werk, daarnaast is het zeer voorstelbaar dat deze bezigheden is opgevallen door de inwoners van de verschillende plaatsen waar de Filistijnen door heen moesten. Al met al een gigantische publiciteitsstunt. Iedereen zal zich verzameld hebben om de sterke Simson te zien worden gebonden en gevangen te worden genomen.

Men kan de kreten van verbazing en opwinding bijna horen, toen bleek dat deze zeven touwen gemaakt van yitran niet sterk genoeg waren.

vrijdag, januari 27, 2006

Egyptische kalender (2)

Is de vorige blog is gesproken over de breuk die de Joden maakten aan het begin van de Exodus, deze keer wil ik iets dieper op de kalender zelf ingaan.

Ik hoop dat de verschillende hieroglyphen correct overkomen, naast de verschillende arabische teksten (UTF).

In eerste instantie begon het jaar bij de Egyptenaren met het rijzen en overstromen van de Nijl halverwege juli. Dit is niet verwonderlijk daar de rivier veel vruchtbare grond uit de bergen meedroeg en afzette op de vlakten van Egypte. De verrijkte gronden werden zo bruikbaar voor het agriculturele systeem, dat een groot volk kon onderhouden. Niet voor niets werd eeuwen later Egypte de korenschuren van Rome genoemd.

In de achtste eeuw voor Christus werd de vizier, de rechterhand van de farao, belast met het rapporteren van het eerste verschijnen van de ster Sirius nadat deze ongeveer twee weken (afhankelijk van de latitude van de waarnemer) niet zichtbaar was. Deze eerste (heliacale) verschijning van Sirius (lett. "opgang van Sothis") in de vroege ochtend werd gebruikt om het Egyptische "maan" kalender jaar in te luiden. Kort na deze eerste verschijning in het Oosten, begon de Nijl met zijn jaarlijkse overstromingen. Sir Edwin Arnold {RH Allen, p. 124} schrijft hierover in zijn Egyptian Princess:

"And even when the Star of Kneph has brought the summer round,
And the Nile rises fast and full along the thirsty ground".

Hoewel veel andere sterren gebruikt kunnen worden voor het begin van een siderisch jaar, maakten de Egyptenaren een uitstekende keus voor dit doel. Sirius, door de Egyptenaren "Sothis" genoemd, komt niet alleen tegelijkertijd op met de overstroming van de Nijl, maar is ook de helderste 'vaste' ster aan het firmament. Het is de enige ster waarvan met zekerheid bekend is welke hieroglief de Egyptenaren hiervoor gebruikten: {RH Allen, p. 123} In het huidige Egypte gaat Sirius eind juli op voor de Zon, maar kan voor het ongeoefende oog gewoonlijk niet eerder worden gezien dan augustus. De reden hiervan is, dat als de Zon opkomt, de sterren snel vervagen in het heldere licht van de ochtenstond. Op het moment dat Sirius voor het eerst begint te verschijnen, is het sterrenbeeld Orion volledig zichtbaar net boven de oostelijke horizon. Met de heldere ster Betelgeuse op zijn schouder, en de drie sterren in zijn gordel, is voor iedereen die een beetje bekend is met de sterrenbeelden Orion moeilijk te missen. Sirius is dan de eerste constellatie welke daarna aan de horizon verschijnt (zie afbeelding).

Het jaar {Gardiner p. 203} werd genoemd rnpt, en bestond uit 12 maanden ,'bd, van 30 dagen hrw, gecomplementeerd tot 365 dagen door vijf epagomenale of "toegevoegde" dagen hryw rnpt {Gardiner p. 191}. Verder werd het jaar verdeeld in 3 seizoenen, 1. 'ht "overstroming"; 2. prt "winter", waarschijnlijk van pr "te voorschijn komen" van de velden uit het water; 3. smw "zomer" waarmee misschien bedoeld wordt wsr het "tekort" van water. Verder bestond ieder seizoen uit 4 maanden van 30 dagen, waarvan de griekse benaming is overgeleverd:

  1. 'ht
    • Maand 1 = , Thot, genoemd naar de god Tegot, Tut of Tuhout, welke de god van wijsheid, wetenschap was. Is de periode van 11 september tot 10 oktober. {Volgens de Coptische kalender: http://www.ecopts.org/coptic_calendar.htm en http://www.saintmark.com/easter.html}
    • Maand 2 = , Phaophi genoemd naar Yee-pee of Ha-pee, de god van de Nijl of van Thebes, ook wel de god van vegetatie, omdat in deze maand de aarde groen wordt door het gewas. Is de periode van 11 oktober tot 9 november.
    • Maand 3 = , Athyr genoemd naar Hator of Hatho,de godin van liefde en schoonheid, dit omdat de landerijen nu op zijn mooist zijn. Is de periode van 10 november tot 9 december.
    • Maand 4 = , Khoiak genoemd naar Ka-Ha-Ka, de god van deugzaamheid, de stier Apis wordt aan hem geofferd. Is de periode van 10 december tot 8 januari.
  2. prt Winter
    • Maand 1 = , Tybi genoemd naar de god Amso of Khem, hij is de regengod, omdat in deze maand de meeste regen valt. Is de periode van 9 januari tot 7 februari.
    • Maand 2 = , Mekhir de god van de storm, omdat juist in deze maand de meeste stormen zijn. Is de periode van 8 februari tot 9 maart.
    • Maand 3 = , Phamenoth genoemd naar Mont, de oorlogsgod. Is een van de warmste maanden van het Egyptische jaar. Is de periode van 10 maart to 8 april.
    • Maand 4 = , Pharmouthi, of Thot genoemd naar Renno, de god van de wind en dood. Gedurende deze maand verdord de vegetatie en wordt de aarde droog door de beruchte woestijnwind Sharav {Zie de sharav}. Is de periode van 9 april tot 8 mei.
  3. smw Zomer
    • Maand 1 = , Pakhon genoemd naar Khonso, de god van de maan. Is de periode van 9 mei tot 7 juni.
    • Maand 2 = , Payni genoemd naar Khenti, een van de namen van Horus de zonnegod. De betekenis is "de god van de metalen". Is de periode van 8 juni tot 7 juli.
    • Maand 3 = , Epiph genoemd naar Api-fee of Abib, het monster welke de zonnegod Horus , de zoon van Osiris, vermoorde om zijn vader te wreken. Is de periode van 8 juli tot 6 augustus.
    • Maand 4 = , Mesorê Vertegenwoordigd de geboorte van de Zon, wat ook wel bekend staat als de "wisseling van de zomer". Is de periode van 7 augustus tot 5 september.

In de Coptische kerk {Dr. Medhat R. Wassef http://www.saintmark.com/easter.html} worden deze maanden nog gebruikt en worden in iets gewijzigde vorm als volgt uitgesproken: 1. توت (Tout), 2. بابه (Baba), 3. هاتور (Hator), 4. كيهك (Kiahk), 5. طوبه (Toba), 6. أمشير (Amshir). 7. برمهات (Baramhat), 8. برموده (Baramouda), 9. بشنس (Bashans), 10. بوؤنه (Paona). 11. أبيب (Epep), 12. مسرى (Mesra) en de schrikkeldagen الشهر الصغير (Nasie)

De eerste dag van de maand had vaak een speciale betekenis, zo was tpy (n) 'kht, wpt-rnp, hb Hnmw; wat betekent "Eerste maand van de overstroming, openende het jaar (= dag 1 ), het feest van de Chnum". {Gardiner p. 203; Urk. iv. 823}

Verder werd iedere maand nog eens onderverdeeld in decaden , of "weken" van 10 dagen . Deze decaden zijn genoemd naar de kalender maanden in welke zij voorkomen, met als toevoeging "de eerste decade" , "de middelste decade" , en "laatste decade" . Daarnaast hadden ze namen welke zijn afgeleid van de 36 sterrenbeelden, of gedeelten van deze, welke zichtbaar worden op specifieke uren van de nacht gedurenden de 36 verschillende perioden van het jaar. Voor de schrikkeldagen was een 37ste decade toegevoegd met als symbool de ster Sirius.

1 Tepi ken mout. 19Tepi a semdet.
2Ken Mout. 20Seret.
3Kher khepet Ken Mout. 21Sasa seret.
4Hat djat. 22Kher khepet seret.
5Pehouy Djat. 23Akhouy.
6Tjemat Heret. 24Baba.
7Tjemat Kheret. 25Khent Herou.
8Oustya. 26Heri ib khentou.
9Beka ti. 27Khent kherou.
10Tepi a khentet. 28Qed.
11Khentet heret. 29Sasa qet.
12Khentet kheret. 30Aret.
13Tjesech en khentet. 31Khaou.
14Sa pet khenou. 32Remen herou ioun sah.
15He ib ouia. 33Mesdjer sah.
16Chemsou. 34Remen kher sah.
17Ken mou. 35A sah.
18Semdet. 36Sah.

37Sah.

Er is een oude tekst die beweert dat het Egyptische kalenderjaar vanaf het eind van de 17e dynastie van farao's (circa -1500) 365 dagen had, maar daarvoor 360 dagen {G.P. Verbrugghe & J.M. Wickersham: Berossos and Manetho, Introduced and Translated (1996, University of Michigan Press), waarin delen verzameld zijn van de Geschiedenis van Egypte van Manetho van rond het jaar -280} Met een jaar van 360 dagen zou het begin van het kalenderjaar in slechts ongeveer 70 jaar door alle seizoenen teruggelopen zijn, en met een jaar van 365 dagen in ongeveer 1460 jaar. Die laatste periode wordt nu de Sothisperiode genoemd, maar werd klaarblijkelijk van geen enkel belang geacht in het oude Egypte zelf.

Egyptische kalender (Ex 12:2)

Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste vande maanden des jaars zijn.
Exodus 12:2

De Egyptische kalender, was een zonnekalender van 365 dagen. Daarvoor hadden de Egyptenaren gebruik gemaakt van een maankalender welke zij alleen in stand hielden voor het gebruik van sommige religieuze feesten. Het Egyptische jaar begon op 19 juli (volgens de Juliaanse kalender) met de overstroming van de Nijl, daarnaast observeerden zij ook een astronomisch fenomeen welke zich voordeed in deze periode: het heliacale rijzen van de ster Sirius en wat zij noemden het opgaan van (de godin) Sothis. Volgens Herodotos waren de Egyptenaren het eerst van alle mensen die het jaar hebben uitgevonden.

Op het eerste gezicht lijkt het erop dat er in de Bijbel weinig is terug te vinden van een Egyptische kalender. Toch zijn er verwijzingen te vinden die erop wijzen dat de Joden, zij het tijdelijk, de Egyptische kalender hebben gehanteerd.

Zo wordt in het boek Exodus de verdrukking van de Joden in Egypte beschreven en lezen we dat God diverse plagen over het Egyptische volk uitzend. Vlak voor de laatste plaag krijgt Mozes instructies van God om het Pascha in te stellen. Vooraf aan deze instructie lezen we in Exodus 12 vers 2 een totaal ander bevel: "Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn." Of zoals Rashi een van de belangrijkste joodse commentatoren uit de 12de eeuw het stelt: "deze zal het begin zijn van de tellingsorde der maanden." Er wordt hier dus een kalenderhervorming ingesteld en klaarblijkelijk moeten de Joden dus daarvoor een andere kalender hebben gehad. Sommige geleerden menen hierin dan ook te lezen dat de Joden hiervoor de Egyptische kalender hanteerden, wat gezien de omstandigheden logisch lijkt. Ook bij joodse schrijvers als Flavius Josephus en later bij Louis Ginzberg zien we soortgelijke ideeën.

Dat de instelling van het Pascha en die van de nieuwe kalender niet zonder ernstige consequenties was voor de Joden zal blijken uit het volgende. Vanuit de zienswijze van de Egyptenaren, waren deze acties door de Joden een regelrechte opstand. Men moet beseffen dat het lam, of beter gezegd, daar het om een mannelijk dier gaat, de ram , de personificatie was van onder andere de goden Khnem, Medes, Amun en Heryshef. Juist dit offeren was voor de Egyptenaren een direct afwijzen en verwerpen van hun godsdienst. We lezen dit in Exodus 8:26 waar Mozes zegt dat de Egyptenaren aanstoot hieraan nemen en dat de Egyptenaren de Joden zouden stenigen als ze dit zouden doen. In Exodus 12:12 lezen we de andere kant, nl. die van God: "en Ik zal gerichten oefenen aan al de goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE."Rammen waren het symbool van vruchtbaarheid en juist in deze hoedanigheid had de god van de vruchtbaarheids Heryshef de vorm van een man met een ramshoofd. De Joden moesten dus in het openbaar deze goden afwijzen. De straf van God was zoals in Numeri 33 vers 4 wordt gesteld "de Egyptenaren begroeven degenen, welke de HEERE onder hen geslagen had, alle eerstgeborenen; ook had de HEERE gerichten geoefend aan hun goden." In deze context blijkt dan ook dat juist in de dood van de eerstgeborenen, God de afgoden van Egypte, symbolen van vruchtbaarheid en leven heeft getroffen.

Het andere bevel van God, namelijk de instelling van een nieuwe kalender had gelijke consequenties, was het eerste een afwijzing van de religieuze macht der Egyptenaren, dit tweede was een afwijzing van de wereldlijke macht. In tegenstelling tot onze kalender, werd de kalender van de Egyptenaren ieder jaar opnieuw vernoemd naar een specifieke gebeurtenis uit dat jaar. In veel gevallen was dat een vernoeming van de heersende Farao of naar een van zijn heldendaden.

Vergelijk de verschillende Kanttekeningen bij de Staten Vertaling: Deze zelfde maand bij de Hebreën genoemd Abib, Exod. 13:4; anders genaamd Nisan; Neh. 2:1; Esth. 3:7. 3) het hoofd der maanden zijn; Dat is, het begin; alzo staat er Ezech. 40:1, het hoofd des jaars; dat is, het begin des jaars. 4) de eerste van de maanden des jaars zijn. Dat is te verstaan van kerkelijke zaken, maar in politieke zaken begon het jaar met de zevende maand. Zie Exod. 34:22, en Lev. 25:9.

woensdag, januari 25, 2006

Nachash, de draak

Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen.
Job 26: 13

Niet tegenstaande het scepticisme van enige moderne commentatoren, is het bijna wel zeker dat de langwemelende slang, de נחש בריח (nachash bariach) uit Job 26: 13, de coluber tortuosus in de Vulgaat staat voor een oud sterrenbeeld aan de hemel. Door veel commentaren wordt naar analogie van Jes 27: 1 gedacht dat het gaat om een grote slang, hetzij in de zee of op het land, daar in beide versen het bijwoord, vluchtig, welvliedende, wegwemelende wordt gebruikt. Sommigen, zoals ook de Kanttekeningen, zien hier het sterrenbeeld, de slang in. De constellatie Draco is zeer oud en reeds bekend bij de diverse volken in Mesopotamië en het dus zeer aannemelijk dat Job hier bekend mee was.

Het woord נחש בריח uit Job 26: 13, betekent, de vluchtende, kronkelende slang en wordt in de LXX omschreven als δρακοντα αποστην en in Vulgata coluber tortuosus. Sommigen zoals Aben Ezra, James Orr, gaan er van uit dat hier het sterrenbeeld Draco mee wordt bedoeld, terwijl anderen als Ben Gersom er van uitgaan dat het de Melkweg is. Schiaparelli maakt het beeld compleet door aan te geven dat het anders misschien een van de andere slangen aan de sterrenhemel mee wordt aangeduid: Ophiuchus of Hydra.

Dat hiermee niet het sterrenbeeld Draco mee wordt bedoeld blijkt uit het feit dat dit sterrenbeeld het gehele jaar zichtbaar is, dit geldt ook voor de andere genoemde sterrenbeelden of de Melkweg. Veeleer valt te denken aan de bewegelijke banen van de Maan en planeten door de Dierenriem, zoals de Arabische astronoom Firuzabadi het in zijn bloemrijke spraak zegt:

"Tinnin ist eine grosse Schlange, am Himmel ein dunkler Schimmer. Der Körper erstreckt sich durch sechs Zeichen, der Schwanz liegt im siebenten. Sie ist dünn, schwarz und voller Krümmungen, und bewegt sich von der Stelle, wie die Planeten,"

De kans echter dat het helemaal niet gaat om een sterrenbeeld of een sterrenkundig fenomeen is zeer wel mogelijk. Leest men het hoofdstuk in het geheel en men ziet vers 13 in context met Jesaja 27 vers 1 dan kan hier ook de Leviathan mee worden bedoeld en in deze context ziet ook de Targum het "Zijn hand heeft geschapen de Leviathan, welke is als een bijtende slang" Echter als men deze passage nu nog een keer leest, maar dan in combinatie met vers 12, dan ziet men een mooi voorbeeld van parallelisme, zoals die gebruikelijk is in de Hebreeuwse dichtkunst:

Door Zijn kracht klieft Hij de zee,
door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing (lett. Rachab).
Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd;
Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen.

Door de herhaling van de diverse uitdrukkingen van het thema, steeds in een iets andere gewijzigde betekenis. In deze dichtkunst gaat het niet om de klank, maar om de aanduiding. Dus in deze vier regels hierboven aangehaald hebben we drie uitdrukkingen: oorzaak, aktie, onderwerp.

Zijn krachtZijn verstand
klieftverslaat
de zeeRachab (verheffing)


Zijn GeestZijn hand
heeft versierdheeft geschapen
de hemelende langwemelende slang

Uit deze twee parallelen blijkt duidelijk de betekenis van de 'langwemelende slang'. Wordt in de eerste parallel gesproken over de zee (= de Rode Zee?) in verhouding met het verslaan van Rachab, de trotse, vaak gebruikt voor Egypte (cf. Jes. 30: 7) In de tweede parallel wordt 'het versieren van de hemel' geplaatst in verhouding met de 'langwemelende slang', welke aan de hemel is geplaatst als kroon voor alle constellaties. Vanuit deze zienswijze gaat het dan misschien niet om een direct aanwijzbaar sterrenbeeld, maar om een symbool aan de hemel.


  • Clerke, Agnes M., "Astronomy in the Bible", The Catholic Encyclopedia, Volume II, Robert Appleton Company, 1907
  • Gill, J., "Exposition of the Entire Bible, Job 26"
  • Ideler, L., "Untersuchungen über den Ursprung und die Bedeutung der Sternnamen", Berlijn, 1809, p. 36.
  • Maunder, F.R.A.S. E.Walter, "The Astronomy of the Bible, An elementary Commentary on the Astronomical References of Holy Scripture", Richard Clay & Sons, Suffolk, 1908, p.204-205
  • Orr, James, M.A., D.D. General Editor. "Entry for 'ASTRONOMY, II'". "International Standard Bible Encyclopedia", http://www.searchgodsword.org/enc/isb/view.cgi?number=T911. 1915.
  • Schiaparelli, G.V., "Die Astronomie im Alten Testament", J.Ricker'sche Verlagsbuchhandlung, Gieszen (Germany), 1904, p. 65-66.

Tovenarij כשפים

Israel Today heeft een artikel "Sorcery כשפים" over tovenarij en magie in het oude Judaïsme en het Nieuwe Testament. Reden waarom is niet helemaal bekend.

Zie ook het Reformatorisch Dagblad welke een recensie heeft van het pas verschenen boek van M.J. Paul "Occulte machten en bevrijding".

maandag, januari 23, 2006

De techeletkleur van de purperslak

Een van de dieren die niet bij name in de Bijbel wordt genoemd en toch een heel belangrijke rol speelt is de Purperslak (Murex trunculus). Van deze slak werd nl. de hemelsblauwe kleur "techelet" gemaakt die nodig was voor de Tsittsith, de draadjes die de Joden aan hun kleren moesten dragen (Numeri 15:38, 39). Daarnaast werd de kleurstof verwerkt in de kleding van de priesters.

Deze blauwe kleurstof werd verkregen uit de klieren van de genoemde slakken en was zeer kostbaar. Kleding dat met techelet geverfd was, was twintig maal zijn gewicht in goud waard, er werden zelfs oorlogen gevoerd om vast te stellen wie de controle had over deze lucratieve handel. Veroveraars van Israël, van Sisera tot Nebukadnezar, van de Perzen tot de Romeinen, trachtten de handel in deze kleurstof te beheersen. In de vierde eeuw n.C. werd de privé handel in techelet en het dragen ervan verboden, op een gegeven moment stond er zelfs de doodstraf op.

De Joden gingen echter door met het dragen van techelet tegen hoge kosten en zelfopoffering. In de Talmud lezen we over de gevaren van de handel in techelet, één verhaal gaat over twee studenten die gepakt werden bij de adelaar (het symbool vor Rome) toen zij techelet smokkelden en op wonderbaarlijke wijze aan de dood ontsnapten.

Techelet werd aan het einde van de 6de eeuw n.C. nog steeds van Israël naar Babylonië vervoerd, maar tegen het midden van de 8ste eeuw was de verfstof niet meer te verkrijgen. Dit verlies van de techelet had te maken met de Islamitische expansie en de massamoorden op de Joden in deze periode door de verschillende partijen.

Echter in het begin van de tachtiger jaren van de vorige eeuw ontdekte Otto Elsner, toen hij antieke verftechnieken bestudeerde, geheel toevallig het geheim van de productie van een zuivere blauwe kleur uit de trunculus slak. Elsner merkte op dat wanneer wol op bewolkte dagen geverfd werd, het de neiging had om purper te kleuren, terwijl op zonnige dagen de kleur zuiver blauw was. Samen met Ehud Spanier van de Universiteit van Haifa onderzocht hij de foto-chemische eigenschappen van de trunculus kleurstof en ontdekte dat wanneer de kleurstof is een gereduceerde staat was en werd blootgesteld aan ultra-violet licht, de purper-blauwe kleur overging in een zuiver blauw.

Dankzij Elsners werk dat voor het eerst onder de aandacht van de halachische gemeenschap werd gebracht door Dr. Israël Ziderman, was het weer mogelijk om deze kleur te produceren. Er werd nog enige jaren research gedaan en in 1993 werd door Joël Guberman, Ari Greenspan, baruch Sterman een poging ondernomen om techelet voor het grote publiek beschikbaar te stellen en werd de Ptil Techelet Stichting opgericht om techelet-draden te produceren en de research en opvoedkundige projecten daarin te stimuleren en te bevorderen. Momenteel dragen duizende Joden over de hele wereld, van allerlei gemeenschappen techelet, verkregen uit de ware chilazon, de Murex trunculus.

Als men tegenwoordig naar de tombe van David gaat in Jeruzalem dan is het niet vreemd dat deze nu bedekt is met een kleed gemaakt van deze kleur, terwijl een paar decennia geleden deze nog rood was.



zondag, januari 22, 2006

Sjofar

Regelmatig wordt aan mij gevraagd wat dat voor een apparaat is dat bij mij in de boekenkast ligt. Het betreft dan de 'sjofar', de bazuin waar de Joden bij verschillende gelegenheden op blazen.

Op zich is de sjofar een heel eenvoudig instrument. Meestal de horen van een ram of een bok, zelden van een ander dier (bv. antilope), waar de pit uit wordt verwijderd. Het omhulsel om die pit, nu hol en zo goed mogelijk geschikt gemaakt, wordt met de spitse kant, waar de punt af is om er doorheen de blazen, aan de mond gezet. Het is even oefenen, en als je na de eerste keer bijna buiten adem bent, komt er eindelijk geluid uit. Als je het goed kan, komen er rechtlijnige, gebroken en klaterende, schallende of jammerende geluiden uit. Het is eigenlijk niet eens zozeer blazen, je moet de lucht er doorheen stoten in een bepaalde volgorde. Enige tijd geleden was ik in een dienst in Jeruzalem en daar was iemand die het voor elkaar kreeg om bepaalde liederen op te vrolijken met het geluid van de sjofar.

Het muziekinstrument is oud en bekend, soms in de vorm van een zilveren trompet, diende het tot het verzamelen van de joodse volksvergaderingen. Tijdens de tocht door de woestijn diende het ook tot marssignalen. Het diende als alarmsignaal bij de nadering van een vijand of van ander onheil (Num 10:1-10; Joel 2:15; Amos 3:6; etc.). Hij klonk bij de verovering van Jericho (Jozua 6). Maar ook in het einde van dagen zal de ramshoorn klinken (Jes 27: 13).

Maar het belangrijkste is dat het geluid van de sjofar tot de harten van de Joden moet doorklinken, zoals Maimonides het met de volgende woorden onder woorden heeft gebracht:
"ontwaakt gij, die dommelt en gij, die in diepe slaap verzonken is. Onderzoekt uw daden en brengt u tot inkeer en denk aan uw Schepper! Gij, die in het onwezenlijke van de tijd de waarheid hebt vergeten of het hele jaar achter nietigheden dwaalt waar geen baat bij is, kijk in uw binnenste en kijk naar uw handelingen en gedragingen. En een ieder wie het aangaat, verlaat de verkeerde weg en verwijder alle verkeerde gedachten en slechte voornemens!"

Sabra

De naam van een plant die niet voorkomt in de Bijbel. Van origine is deze cactus (Opuntia cochinillifera) ingevoerd uit Mexico. De rode vrucht is zeer smakelijk. Werd de cactus in eerste instantie in de omgeving van Nablus gekweekt, tegenwoordig komt hij al dan niet verwilderd overal in Israël voor. Op de cactus ziet men vaak de schildluis Coccus cacti, welke vroeger werd gebruikt voor de fabricatie van verf.

Het woord ṣābār, (צבר) is afgeleid van het Hebreeuwse woord, tzabar, de naam van de "prikkelende peer" cactus (ook wel bekend als de "cactus peer"). De naam is het symbool voor iedere Jood die in Israël geboren is. Hard, prikkelend van buiten, maar zacht en goed van binnen.

Pepermunt (Mat. 23:23; Luk. 11:42)

Een van de heerlijkst geurende kruiden die in de Bijbel worden genoemd is de munt (Mentha sativa). Het duidt een gewas aan dat tot de tuinkruiden behoort, de ‘munt’ (Mentha longifolia). Eigenlijk is het een gehele familie, waaronder de pepermunt één van de bekendste is. Veel van deze muntsoorten werden in de negende eeuw in Europa ingevoerd. Een monnik uit die tijd schreef dat er zo veel soorten waren dat hij nog liever de vonkjes uit de vuurhaard van de Vulcanus zou willen tellen. Met meer dan zeshonderd soorten en bastaardvormen, kan men een goede plant beter met de neus dan afgaande op de naam kiezen.

In de Bijbel wordt de plant tweemaal genoemd, samen met andere planten als de wijnruit en de dille, door Christus als verwijt richting de Farizeeën, die dit kruid vertiende, maar voorbijgingen aan het oordeel en de liefde van God. (Mat. 23:23; Luk. 11:42)

De Hebreeuwse naam nan'a of na'na komt ook voor in het Arabisch na'na en in het Egyptisch na'na', lemam, nemam. In het Grieks ήδύομος, hēduosmon en is oorspronkelijk de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord hēduosmos ‘zoet of aangenaam geurend, welriekend’, dat niet in het NT voorkomt. Het woord is afgeleid van hēdus ‘zoet; aangenaam’ (vgl. hēdeōs ‘graag, gaarne’) en osmē ‘reuk, geur’.

Volgens de Griekse mythe is de munt ontstaan door een ruzie tussen twee vrouwen. Hades, de Griekse god van de onderwereld, werd verliefd op de nymph Mentha (Minthe volgens Hippocrates), de dochter van Kokytes van Proserpina. Hierdoor maakte de vrouw van Hades hevig ruzie met Mentha. Hades probeerde de ruzie te sussen, maar dit lukte niet, hierop besloot hij het meisje Mentha te veranderen in het welriekende kruid, die de naam kreeg van het meisje.

Munt is in de geschiedenis erg gewaardeerd en staat symbool voor de gastvrijheid. Zo legden de Joden het op de synagoge vloer, een gebruik dat eeuwen later in Italiaanse kerken werd overgenomen (hier wordt het kruid Erba Santa Maria genoemd). Ook de Romeinse dichter Ovidius, in het verhaal van Baucis en Philemon, wordt deze gastvrijheid beschreven, daar zij hun dienblad met munt insmeerden voordat ze de gasten bedienden. Een verwijzing naar dit verhaal staat ook in Handelingen 14: 11-18 waar de menigte denkt dat Barnebas en Paulus de (af)goden Jupiter en Mercurius zijn.

De Romeinen brachten ook hun wijnen en sauzen met munt op smaak. Toen echter vrouwen die wijn dronken met de dood bedreigd werden, camoufleerden stiekeme wijn drinksters hun adem door op een mengsel van munt en honing te kauwen. In de geneeskunde wordt de plant gebruikt tegen maagdarmkrampen en de mentholdamp wordt tegen vastzittende kou in het hoofd ter verlichting opgesnoven (wel de ogen bedekken). Daarnaast wordt het kruid in veel gerechten verwerkt, om zijn verfrissende smaak.

zaterdag, januari 21, 2006

DrDino: Kent Hovind

Vanochtend kreeg ik twee DVD's van Dr. Kent Hovind, oprichter van Creation Science Evangelism (CSE) te Pensacola. Zowel op DVD's als op de Nederlandse site wordt vermeld dat "Eenzijdig informatie verstrekken is geen educatie, maar indoctrinatie". Een statement die heel wat moet waarmaken.

Bij het bekijken van één van de DVD's viel me op dat Dr. Hovind een goed spreker is, hoewel de vele Amerikaanse grapjes, voor mij als "nuchtere" Nederlander, op een gegeven moment als irritant overkwamen, naast de vele reclame voor zijn spullen, maar dat is de American way of life zullen we maar zeggen. Voor de rest niets dan lof, vele argumenten haalt hij aan die een wetenschappelijke theorie waardig zijn. Daarnaast is zijn betoog goed te volgen, mede dankzij het vele beeldmateriaal, ook voor de leken.

Natuurlijk worden alle vragen niet in detail behandeld, en het moge logisch zijn dat verschillende argumenten die hij aanhaalt ook anders uitgelegd kunnen worden. Een voorbeeld zijn de vele waarnemingen van zeemonsters, bij verschillende afbeeldingen kan aan de echtheid worden getwijfeld. Toch blijft zijn verhaal overeind, daar niet alle waarnemingen op deze manier weggeredeneerd kunnen worden. Daarnaast is hij zo eerlijk, dat hij verschillende keren in zijn betoog aanhaalt dat hij sommige dingen ook niet weet. Bij sommige waarnemingen of oude bronnen constateert hij alleen maar, zonder er een conclusie aan te verbinden.

Dit laatste is een verademing, daar dit laatste juist bij veel evolutionisten niet aan de orde is (Dit lijkt op een dinosauriër, maar kan het niet zijn want die zijn al 70 miljoen jaar uitgestorven).

Ik kan niet anders dan deze reeks met DVD's promoten via deze blog, koop er eens een en bekijk hem op je gemak. Informatie is te vinden op de volgende sites:

www.drdino.nl
www.drdino.com

Andere sites over dit onderwerp zijn:

www.creaton.nl
www.answersingenesis.org
www.morgenster.org/evolutie.htm
www.scheppingofevolutie.nl
www.evolutie.biz
www.degeneratie.nl
www.alpha-online.nl
www.oude-wereld.nl
www.thebereancall.org

Wijnruit (Luk 11:42)

De (wijn)ruit (Ruta graveolens) wordt alleen in Lukas 11: 42 genoemd: "Maar wee u, Farizeeën, want gij vertient munt, en ruit, en alle moeskruid, en gij gaat voorbij het oordeel en de liefde Gods." Blijkbaar was het een van de kruiden waarover volgens de opvatting van de Farizeeën tienden gebracht moesten worden wanneer men deze had gekweekt.

De ruit is een sterk geurende plant, die veel verwilderd langs de kant van de weg voorkomt. Van de wetenschappelijke naam Ruta graveolens, wil men in Ruta zien het Griekse ryesthai "remmen, redden, helpen" vanwege de geneeskracht, of rhyein "vlieden, stromen" vanwege de uit de plant stromende geur. Dat de plant sterk geurt is met graveolens aangeduid van gravis "sterk" en olens "riekend". Het Nederlandse woord ruit is gevormd uit Ruta.

Het Griekse woord πήγανον, pēganon wat in Lukas wordt gebruikt is afgeleid van pēgnumi "vastmaken, bevestigen; samenvoegen, in elkaar zetten" en dankt dit misschien aan zijn stevige (‘vaste’) bladeren. Deze bladeren rieken nogal sterk en werden in de geneeskunde en bij de bereiding van voedsel gebruikt. Dit kruid werd doorgaans geplant aan de rand van een bloembed. Als geneesmiddel wordt het voornamelijk gebruikt bij gezichtszwakte ten gevolge van oogspiervermoeidheid, maar wordt ook gebruikt bij spataderen, duizeligheid en bloedarmoede.

Uit de geschiedenis blijkt dat, wegens de vijf bladeren van de eerste bloei, de plant een geliefd amulet was die bij langdurige ziekte in de kamer of in het bed van de zieke werd gelegd.
  • Daems, W.F., Geneeskruiden II, p. 158, 159
  • Dalman, Gustaf, Arbeit und Sitte in Palästina, Vol II, p. 292, 293
  • SBNT, 3545

vrijdag, januari 20, 2006

De Amandelboom

Nu, een aantal weken na de feestmaand december, horen we bij het woord amandel allerlei soorten associaties: sneeuw, kaarslicht, marsepein en taaitaai, of studentenhaver, müsli, of nog veel meer. Waar we bij amandelen aan denken is het beeld van de eetbare amandelpit.

Maar hoe ziet de plant er zelf eigenlijk uit? Eerste verrassing: de tot 8 meter hoge, kale en vorstgevoelige amandelboom met zijn grijze schors is een roosachtige en is dus naaste familie van de kers, de perzik, de abrikoos en van de roos. Deze verwantschap is te zien aan de rose bloemen met gele meeldraden, die in de landen aan de Middellandse Zee al in januari opengaan. Een ander opmerkelijk feit is dat wat wij eten als amandelen het binnenste is van de harde pit. Om die harde pit heen ligt een droog, groen, friszuur-bitter en oneetbaar vruchtvlees.

De meeste bekendheid heeft de amandel wellicht gekregen in de vorm van marsepein, oorspronkelijk afkomstig uit het Oosten en traditioneel gemaakt van amandelen, suiker en rozenwater. De Perzische variant is de baghlaba; dit met kardemom gekruide product is een traditioneel onderdeel van het daar vier weken durende Nieuwjaarsfeest. In de 16e eeuw was het maken van marsepein in de Duitse landen een taak van de apotheker; de "confectiones" die hij maakte werden alleen met suiker gemaakt om het bittere geneesmiddel beter te verteren te maken. Marsepein werd onder andere beschouwd als "hartsuiker". Langzaamaan werd de marsepein steeds meer een tafelgenoegen en veranderde van een geneesmiddel in een lekkernij.

Alle benamingen van de amandel in Europese talen zijn afgeleid van het Griekse amygdale of amygdalos. De oorsprong van dit woord is niet meer te achterhalen. Het voorvoegsel 'al-' in sommige talen (bv. Spaans 'almendra', Engels 'almond') is in de samenstelling terechtgekomen van het Arabische lidwoord 'al' of 'el' dat tijdens de Islamitische bezetting van Iberië ingang vond in vele wetenschappelijke termen. De geslachtsnaam prunus is afgeleid van het Griekse proumnon = pruim, familie van de amandel. De soortnaam dulcis = zoet slaat op de smaak van de pit.

De amandel was in de Steentijd al bekend en werd waarschijnlijk vanaf de Bronstijd al gecultiveerd. Hiermee is de amandel een van de oudste cultuurvruchten van de oude wereld en het succesverhaal loopt door tot in de huidige tijd. Al in de 17de tot 16de eeuw voor Christus kwam de uit Azië afkomstige amandelboom via Perzië naar Klein-Azië, Syrië en Egypte. In de 5de eeuw kwam de plant ook naar Griekenland en het Romeinse Rijk en tegenwoordig is de boom niet meer weg te denken uit de mediterrane landen. Hij geldt daar als het symbool van de waakzaamheid en van de wedergeboorte, want hij bloeit al in januari.

Vooral uit het oude Griekenland komen vele sagen waarin de amandelboom een rol speelt. Volgens een sage zou de amandel zijn ontstaan uit een druppel bloed van de Griekse godin Cybele, de 'moeder van de Goden', die in Klein-Azië oorspronkelijk de berg- en vruchtbaarheidsgodin was. Volgens andere versies zou de amandelboom zijn ontstaan uit de mannelijke helft van een tweeslachtig wezen dat door Zeus was verwekt.

De Bijbel noemt de amandel meermalen. Bij de roeping van Jeremia toonde God hem een amandelstokje (Jer 1:11). Om dit beeld te verstaan moeten we weten dat de amandelboom, zoals hierboven al gesteld, de eerste boom in het Midden Oosten is, die na de winter gaat uitbotten en bloesemen. Reeds in januari, als de andere planten nog in hun winterslaap zijn, gaan zijn knoppen al groeien en zelfs bloesemen. Hij reageert dus sneller dan andere planten op de lentezon en lenteregen. De Hebreeuwse betekenis van het woord amandel שקד is dan ook waakzaam, oplettend. Welnu, zo zal God met grote ijver en met spoed waken over zijn woord dat het zal doen, waartoe Hij het zond. De NV geeft als vertaling "zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen.", maar vergeet daarbij het Hebreeuwe beeld van de "waakzaamheid".

De zesarmige kandelaar van de bijbelse tabernakel, de plaats van samenkomst van God met Mozes en zijn volk, is gemaakt naar het model van een amandelboom. Later zag het christendom in de amandel een symbool van de onbevlekte ontvangenis: "Christus werd verwekt in Maria, zoals de amandelpit wordt gevormd in de maagdelijke amandel" (Konrad von Würzburg, 13e eeuw).

De Farizeeën

Het evangelie schildert de Farizeeën meestal af als hardvochtige lieden, hoewel enkele van hen als vrienden van Jezus worden vermeld. Op meerdere plaatsen in Joodse bronnen worden de Farizeeën van schijnheilighied beschuldigd. Er waren enige Farizeeën, die slechts God en hun naaste wilden dienen, maar de meesten maakten de fundamentele fout om overdreven waarde te hechten aan de traditie en de letter van de Wet. Jezus daarentegen kwam tegemoet aan de behoeften van de enkeling en Hij liet zich niet tegenhouden door barrieres die mensen hadden opgeworpen. Reden om eens iets dieper in te gaan wie deze Farizeeën nu waren.

Het woord Farizeeën is afgeleid van het Hebreeuwse perushim ('afgescheidenen'), als groepering genoten ze grote achting bij het volk, de am ha'aretz, letterlijk 'het volk van het land', maar beter te vertalen met 'de schare die de wet niet kent' (zie Johannes 7:49).

De perushim schuwden alle heidense invloeden, zowel culturele als religieuze. Zij distantieerden zich door betrachting van rituele reinheid van alle mensen in Israel die de Wet niet naleefden.
De Farizeeën vormden na afloop van de opstand der Makkabeeën (168-164 v.C.) een aparte religieuze partij. Tegenover de bezetters namen zij een berustende houding aan. Ze waren tevreden met de verkregen religieuze onafhankelijkheid en beseften dat politieke vrijheid onmogelijk was. In wezen waren zij realisten, die hun belangstelling voor het politieke lot van Israel verloren en zich tot de godsdienst beperkten.

Net als alle andere Joden stelden de Farizeeën de Wet boven alles, maar in tegenstelling tot nog strengere sekten beperkten zij zich niet tot de letterlijke tekst van de Torah, maar vulden zij deze aan met mondelinge commentaren. Op basis van bepaalde vaste regels interpreteerden zij omzichtig de teksten en voegden zo aan de bestaande Wet nieuwe wetten toe die tegemoet kwamen aan de eisen en noden van hun tijd.

De interpretaties van de Farizeeën ontwikkelden zich tot de officiële Joodse leer. De Farizeeën geloofden net als anderen in de herrijzenis van de doden en keken ook uit naar het Messiaanse tijdperk, maar op het goddelijke element van deze verwachting legden zij geen nadruk. Zij beperkten zich in wezen tot het gewone dagelijkse leven op aarde, waar zij het Koninkrijk Gods wilden vestigen door gehoorzaamheid aan de Wet.

Net als de meeste religieuze groeperingen hadden ook de Farizeeën een liberale en een conservatieve vleugel. De zachtaardige, humane en vrome rabbijn Hillel, de leider van de liberalen, was soepeler dan rabbijn Shammai, de toonaangevende conservatieve rabbijn. Hillel beschouwde het gezegde "Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet" als de Wet in notedop. Hij predikte de leer van liefde, rechtvaardigheid en vrede. Shammai daarentegen was strenger in zijn interpretatie van de Wet. Shammai wilde dicht bij de Torah-tekst blijven, terwijl Hillel een uitgebreid stelsel van regels ontwikkelde waarmee de Torah kon worden bediscussieerd.

Zoals reeds gesteld stonden de Farizeeën voor trouw aan de dienst van Israëls God; ze waren in hun eigen termen 'ijveraars' voor de Wet. (In Handelingen 21:20 wordt over hen gesproken). Als Paulus in Filippenzen 3 over zijn eigen farizeese verleden spreekt, bezigt hij ook het woord 'ijver', voor hem een positief woord. Ze waren mensen die het geloof zeer serieus namen, en daarvoor geprezen werden, ook door hen die zelf geen vergelijkbare geloofsernst ten toon spreidden.

Iets van deze geloofsernst komen we tegen in de gelijkenis van Lukas 18:9-14, waar de Farizeeër tot God spreekt en zegt: 'ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van al m'n inkomsten.' Als hij inderdaad twee maal per week zich van eten onthield, dus 104 keer per jaar, deed hij dat precies 103 keer meer dan was voorgeschreven! Volgens Leviticus 16 moesten alle Joden slechts eenmaal per jaar vasten (Lev.16:29,31; 23:27-32; Num. 29:7). In Zacharia's profetieën wordt inderdaad gesproken van vier vastendagen die in het Israel dat uit de Ballingschap was teruggekeerd gehouden werden (Zacharia 8:19). De gedrevenheid van vromen die daarboven nog honderd maal per jaar vastten ('s maandags en donderdags) blijft ook dan uitzonderlijk.

Ook in het geven van tienden 'van al mijn inkomsten' was de in Lukas 18 genoemde Farizeeër veel toegewijder dan in Mozes' Wet was vereist. (Vergelijk Deuteronomium 14:22) We weten uit Lukas 11:42 en Mattheus 23:23 ('gij geeft tienden van de munt, de dille en de komijn') dat Farizeeën ook bij de opbrengst van tuinkruiden het principe van de tienden uiterst stipt in acht namen. In een aantal gevallen besteedden Farizeeën veel tijd en aandacht aan verkondiging van hun Joodse geloof, kennelijk ook onder de heidenen. In een polemische redevoering tegen Farizeeën (die in menig opzicht theologisch heel dicht bij Hem stonden!) zegt de Here Jezus: 'Wee u, Schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij trekt zee en land rond om een bekeerling te maken, en als hij het wordt, maakt gij van hem een kind der hel, tweemaal zo erg als gij het zelf zijt.' (Mattheus 23:15).

Al is de teneur van deze woorden niet zo erg positief te duiden, we kunnen uit deze woorden wel opmaken dat ook in 'zendingswerk' Farizeeën grote daadkracht toonden. 'Ik getuig van hen dat zij ijver voor God bezitten, maar zonder verstand', zegt de voormalige Farizeeër Saulus van Tarsus, die de apostel Paulus werd, in het begin van Romeinen 10. Dat kan men negatief opvatten, en zo is het daar ook bedoeld, maar met evenveel reden kan men concluderen dat Farizeeën grote 'ijver' en 'toewijding' bezaten. Ze bezaten in elk geval moreel gezag, zo niet rechtstreeks politieke macht en invloed.

De ironie wil dat juist doordat de Farizeeën strak vasthielden aan hun opvatting over de Wet, het Jodendom niet alleen de geboorte van het Christendom, maar ook de vernietiging van de Joodse staat heeft overleefd. Nadat de wetsrollen bij het afbranden van de tempel in vlammen waren opgegaan gingen de Farizeeën, die het ook zonder de geschreven tekst konden stellen, omdat zij de Wet in hun geest en hart droegen, door met hun "eeuwige discussies over het Eeuwige" en legden zij deze vast in de Talmoed.

donderdag, januari 19, 2006

De verwording van de kerk (3)

Hadden we het vorige keren over wat een kerk is en hoe deze zou moeten functioneren, deze keer wil ik het hebben over de situatie als wij mensen ons van God afkeren en wat dan de gevolgen zijn.

Een aantal zaken valt dan meteen op, normen en waarden vervagen en kunnen niet meer goed worden ingevuld. (Nb. In de politiek is niet de norm de basis, maar de waarde, waardoor het mogelijk is geworden om al naar gelang de waarde die men ergens aan hecht, de normen hierop aan te passen!) Als gevolg van deze vervaging ziet men dat geweld toeneemt. Dit lezen we ook in Genesis 6 vers 5 "En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was." en in de verzen 11 en 12 "Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht; en de aarde was vervuld met wrevel. Toen zag God de aarde, en ziet, zij was verdorven; want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.
Door deze normvervaging zullen de mensen meer egocentrisch gericht worden, ook dit wordt in 2 Timothëus 3 vers 2 genoemd: "Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelven," met alle gevolgen van dien geldgierig, laatdunkend, hovaardig, lasteraars, den ouderen ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig. Zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, achterklappers, onmatig, wreed, zonder liefde tot de goeden, Verraders, roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods; (vers 3-4). Er wordt hier opgemerkt dat de natuurlijke liefde verdwijnt, Jezus voorspelt dit "En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden." (Matthëus 24 : 12)

Als de liefde verkilt, dan komt de wreedheid om de hoek kijken. In de kranten lezen we regelmatig dat er zinloos geweld is gepleegd waarbij al verschillende doden zijn gevallen, terwijl de mensen eromheen niets of weinig deden. Hoe anders dan in de Bijbel beschreven: "De Here toetst de rechtvaardige en de goddeloze; en wie geweld bemint, die haat Hij." (Psalm 11:5), "Weest niet afgunstig op een man van geweld en verkies geen enkele van zijn wegen." (Prediker 3:31), "Laat af van geweld en onderdrukking, handelt naar recht en gerechtigheid." (Ezechiël 45:9) en "Niet door kracht noch geweld, maar door mijn geest, zegt de Here der heerscharen." (Zacharia 4:6)

Daar de acceptatie van dit geweld, wordt men gevoelloos en zaken welke volgens de Bijbel met moord wordt aangegeven worden verbloemd met mooie worden als abortus en zo goedgepraat. Abortus is het afbreken van een zwangerschap. Dat een foetus als volwaardig kind wordt gezien blijkt onder andere uit Psalm 139 waar David zegt "U hebt mij immers in de buik van mijn moeder gemaakt? Mijn hele lichaam werd door U geweven. U zag elk van mijn botten, terwijl zij in het verborgene werden gemaakt. U zag mij al toen ogen mij niet konden zien." (vers 13-16) en over de profeet Jeremia wordt gezegd "Ik kende u al voordat Ik u vormde in uw moeders buik; nog voordat u werd geboren, heb Ik u al bestemd als mijn profeet." (Jeremia 1: 5) Nu we hebben gezien dat een foetus een mens is, houdt abortus niets anders in dan moord. En in Exodus 13 vers 10 wordt gesteld "Gij zult niet doden".
Hoe nu in een situatie als een abortus per ongeluk plaatsvind, bijvoorbeeld door het slaan van een zwangere vrouw? In Exodus 21 vers 22 wordt gesproken over een abortus "Als twee mannen aan het vechten zijn en een stoot een zwangere vrouw zo hard aan dat zij een miskraam krijgt, moet de dader een boete betalen" En als een vrouw wordt verkracht, is dat een reden voor abortus? Naast het reeds eerder genoemde feit dat abortus verboden is, kan men in Ezechiël 18 vers 20 lezen "Degene die zondigt, is degene die sterft. De zoon zal niet worden gestraft voor de zonden van zijn vader."
Op dit moment alleen al vinden in Nederland meer dan 18.000 abortus provocatus plaats per jaar. Is het logisch dat sommige bewogen christenen wakker liggen van het stille geween van deze tienduizenden uit elkaar verscheurde babies? Zijn wij daar nog gevoelig voor?

Euthanasie, is ook zo'n mooi woord wat letterlijk betekent bewust doen eindigen van het leven, dus ook hier gaat het om doden en is dus in strijd met het gebod "Gij zult niet doden". Toch is het in Nederland gelegaliseerd onder het mom van vrijheid tot eigen zelfbeschikking en zodoende vinden ieder jaar 3400 geregistreerde moorden plaats, het werkelijke aantal is waarschijnlijk het dubbele. Euthanasie is niet iets van de laatste jaren, 2000 jaar geleden schreef de Griek Hypocrates "Ik zal aan niemand dodelijk medicijn toedienen, hoe dringend mij er ook om gevraagd zal worden, ook zal ik nooit een dergelijk advies geven." Iedere Nederlandse arts legt nog steeds de eed van Hypocrates af, waar deze regel onderdeel van is. Moeten wij als christenen zwijgen, onder het mom dat we de overheid moeten volgen? In Hosea 2:1 roept Hosea de inwoners van Israël (de kinderen) op om tegen hun moeder (de staat) te twisten. Er staat: "Twist tegen (oppositie) ulieder moeder omdat zij Mijn Vrouw niet is, en Ik haar Man niet ben; en laat ze haar hoererijen van haar aangezicht, en haar overspelerijen (afgodendienst) van tussen haar borsten (bergen) wegdoen." De staat Israël ten tijde van Hosea was zo goddeloos dat elke burger die God vreest in de oppositie moest gaan. Voor twisten staat in het Hebreeuws "rivoe", dit komt van het werkwoord rawav/rajav en betekent "(be)strijden, (be)twisten en tot slot twist zoeken". Hier is dus allerminst sprake van een gouvernementele houding. Daarom kan (voorzichtig) gesteld worden, op grond van Hosea 2:1, dat men tegen een zeer goddeloze overheid oppositie (twisten) mag voeren.

Een ander kenmerk is de verwaarlozing van de natuur in al zijn facetten. In Genesis 1 vers 26 geeft God aan waarom Hij ons maakte "Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt." Heerschappij betekent niet alleen de baas spelen, maar ook het verantwoord beheren. In Romeinen 8 vers 22 lezen we de constatering als we deze verantwoordelijkheid niet meer nemen "Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is."
Waaruit blijkt dat we deze verantwoordelijkheid niet meer nemen. Door de industrialisatie zijn grote gebieden van de wereld vervuild, dieren sterven door de giftige stoffen die gedumpt zijn. Vanwege de grote economische belangen worden iedere dag grote delen van de oerwouden gekapt omdat het hout zo waardevol is. Vanwege diezelfde economische belangen schromen we er niet voor om het vee massaal te fokken in monoculturen zodat ze nog meer opleveren. Als dan blijkt dat er ziekten uitbreken worden deze dieren vanwege nog steeds diezelfde economische belangen massaal geëuthanaseerd. Hoe moeten we in dit kader Habakuk 2 vers 17 lezen? "Want het geweld, dat tegen de Libanon begaan is, zal u bedekken, en de verwoesting der beesten zal ze verschrikken." Onder geweld wordt hier bedoeld het massaal kappen van de bossen en wat moeten we verstaan onder de verwoesting der beesten? Hoe moeten we de voorgaande tekst interpreteren "de beker der rechterhand des Heren zal zich tot u wenden." Is het land zo goddeloos geworden dat we allerlei straffen mogen verwachten?

Een geheel ander punt is de decadentie welke zal toenemen zoals we daarnet al lazen: meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods; (2 Timothëus 3:4). Dit is door de eeuwen heen steeds gebeurd, we zagen het al voor de zondvloed (Genesis 6), later zien we het gebeuren bij Sodom en Gomorra (Genesis 19) en bij het ooit zo machtige rijk van Babylonië (Daniël 5) waar tijdens een decadent drankgelag van Belsazar, Darius, de Medier de macht overnam. Uit buiten Bijbelse bronnen, als Herodotos, blijkt dat dit niet alleen betrekking had op het hof, maar dat in het hele land deze decadentie aanwezig was, de Meden kwamen alleen maar dronken soldaten tegen. Ook de Griekse en Romeinse rijken gingen hieraan tenonder. Een laatste voorbeeld is het Azteekse rijk, welke ten onderging dankzij interne verdeeldheid, decadentie en de enorme gruwelijkheden. Hierdoor kon een kleine groep Spanjaarden, met hulp van vele onderdrukte indiaanse volken de macht overnemen. Maar hebben we dit ook niet zien gebeuren met het Engelse rijk, het land waar de zon nooit onder ging? Toen ze God verlieten na de tweede Wereld Oorlog, wat is er van overgebleven?

Door de afwijzing van God begon het zoeken naar een goddelijke entiteit. Door deze afwijzing werd de mens, geschapen naar Gods beeld. De heerser over de vissen van de zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat over de aarde kruipt (Gen.1:26,28) slaaf. De erfgenaam werd onmondig en hij verschilt in niets van de slaaf, al is hij ook erfgenaam van alles (Gal.4:1). En de reden? Paulus geeft hem heel duidelijk aan in vs. 3 van Galaten 4: "Zo bleven ook wij, zolang wij onmondig waren, onderworpen aan de wereldgeesten". Kenmerkend voor de mens is, dat hij erfgenaam kan zijn door Gods wil te volgen, toch in zijn slaaf zijn, een godenkind wil worden. Men denke hierbij aan Titus (een Romeins veroveraar welke in de eerste eeuw na Christus tegen de joden vocht), die zijn soldaten aanspoorde, door aan te halen dat een gedode soldaat tussen de sterren wordt geplaatst als geest. Denk aan Herodes van wie de mensen zeiden Een stem Gods, en niet eens mensen!" en de straf die daarop volgde hij werd van binnenuit opgevreten door wormen en stierf. (Handelingen 12: 20-25; cf. Flavius Josephus Antiq. viii.2) Maar denk ook aan de hedendaagse mens die zijn horoscopen leest en de New Age aanhangt.

Hoe moeten wij hier nu op reageren. Paulus zegt "maar let erop dat u zich altijd zo gedraagt als christenen past" (Filippenzen 1: 27) "En laat u daarbij in geen enkel opzicht schrik aanjagen door uw tegenstanders. Dat zal hun duidelijk maken dat zij verloren gaan, maar voor u zal het een duidelijk teken van God zijn, dat Hij u heeft verlost." (vers 27).

woensdag, januari 18, 2006

Vreemdeling in Egypte

Den Edomiet zult gij voor geen gruwel houden, want hij is uw broeder; den Egyptenaar zult gij voor geen gruwel houden want gij zijt een vreemdeling geweest in zijn land. Aangaande de kinderen, die hun zullen geboren worden in het derde geslacht, elk van die zal in de vergadering des HEEREN komen.
Deuteronomium 23: 7-8

Af en toe kom je van de Bijbelteksten tegen waarvan je zegt, dat heb ik nou nooit geweten. Zo ook vandaag, kom voor het eerst bij een nieuwe zakenrelatie, dus het is dan altijd afwachten wat voor soort bedrijf en wat belangrijker is wat voor soort persoon het is met wie je hoopt zaken te gaan doen. Je doet je huiswerk kijkt op hun website, probeert één en ander over hun te weten te komen. Groot was dan ook mijn verbazing, dat ook zij hun huiswerk gemaakt hadden EN nog meer dat zij op mijn blog hadden gekeken.

Tijdens de algemene introductie, kwam de opmerking dat ze op mijn blog hadden gekeken en of ik wel eens had gehoord dat de Egyptenaar van het derde geslacht opnomen zal worden in de vergadering van de Heer? Het zou ergens staan in Deuteronomium en of ik daar eens mijn mening over wou zeggen. René bij deze mijn eerste opmerkingen over deze tekst:

Wat mij opviel is dat de Joodse geleerde Rambam dit 55ste gebod van de Joden iets anders interpreteert: Het is ons verboden om de Egyptenaren af te wijzen, als hij zich bekeerd tot het Judaïsme. Ook andere Joodse geleerden zoals Rashi hebben eenzelfde interpretatie. Als argumentatie, dat de Egyptenaar eerst een proseliet (bekeerling tot het Joodse geloof) moet worden, wordt afgeleid van het vers 8 waar wordt vermeld tot het derde geslacht, de vraag die we ons moeten stellen is het derde geslacht vanaf wie? Terecht is volgens mij de interpretatie dat het gaan om hen die tot het Joodse geloof zijn gekomen. Nu weten we dat er Egyptenaren, of afstammelingen van deze, tijdens de Exodus meegingen (Ex 12:38; Lev 24:10; 1 Kr 4:18) en blijkbaar werden deze "allochtonen" niet direct opgenomen door de Joden en dat deze later, zoals blijkt uit 1 Kr 4:18, volledig geassimileerd met het Joodse volk. Deze stelling dat het om bekeerde Egyptenaren gaat wordt nog eens onderbouwd door de geschiedenis van Rachab (Jozua 6:23), waaruit blijkt dat er na hun bekering eerst een periode van onderwijzing nodig was en dat ze pas daarna volledig werden opgenomen.

Rashi geeft nog een andere aanwijzing, hij stelt zich de vraag waarom dit gebod is gesteld en geeft als antwoord: omdat zij in tijd van [hongers-]nood voor u herbergzaam waren, waarmee hij verwijst naar de periode van Jozef toen zijn familie naar Egypte verhuisde. Hij ziet het dus ook als een wederzijdse dankbaarheid, er was een tijd geweest dat de Egyptenaren de Joden gunstig gezind waren en dat hierdoor, naast hun bekering, de mogelijkheid werd geschapen dat zij "in de vergadering van de Heer" konden worden opgenomen.

Hetzelfde geld ook voor ons christenen, door onze bekering EN door de kruisdood van Christus is het ook voor ons mogelijk geworden om als allochtonen, jodengenoot en medeerfgenaam te worden (Ef 3:6).

dinsdag, januari 17, 2006

Weblog Jim West

Vandaag kwam ik er achter dat de weblog Biblical Studies van Jim West vrij abrupt is beïndigd.
Jim West is ondertussen wel een nieuwe weblog begonnen onder de noemer van First Baptist Church of Petros waar hij dominee is. Onder deze posting schrijft hij waarom hij tot deze keuze is gekomen:

I have a few minutes so I thought I would offer something of a rationale for this particular site. Readers of various weblogs will know that most recently I redacted the Biblical Theology blog. That blog, it seemed to me, had run its course and it was time for a re-evaluation of its purpose, and my own efforts in the use of this important web communication tool.

So today I laid the Biblical Theology weblog to rest. It's time had come. Though enjoyable, and I believe useful to many, I thought it important to refocus. It has been my very strong feeling since my College days that people in the pew are in need of serious, disciplined, concise, and well researched biblical and theological information. Hence, with the new year comes a new direction in my own efforts in the blogosphere. The former blog focused on Biblical Theology for the academic community- and this blog will focus on biblical and theological studies for the Church itself- the community of faith.

I hope that those who valued the previous incarnation will also enjoy visiting here. Many things will remain the same. Many things will change. Stay tuned!

Bij deze laatste regel wil ik me dan ook graag aansluiten en hoop dat zijn nieuwe blog net zo waardevol wordt als de vorige.

maandag, januari 16, 2006

de DaVinci Code voorbij

Heerlijk een weekendje op Terschelling geweest. Daarbij hoort standaard een hoop boeken meenemen, weliswaar wordt de helft maar ingebladerd. Maar zeg nu zelf, een vakantie zonder boeken en stel je voor dat je nou net dat ene boek wil lezen en het ligt nog thuis.

Nu is het ook een vaste gewoonte om dan ook nog eens naar de boekwinkel te gaan, bij Formerum is er de boekenschuur boordevol met allerlei tweedehands boeken, een echte aanrader voor hen die naar Terschelling gaan. Helaas was deze, net als de vele restaurantjes, cafeetjes in januari dicht. In de winter is Terschelling echt uitgestorven. Dus gingen we uit arremoede maar naar Midsland waar ook een boekwinkel(tje) was.

Wat me verbaasde was de grote hoeveelheid pulp die daar te vinden was. Van de vijf rijen boeken, was er één die over Terschelling ging, één jeugdboeken de andere 3 gingen allemaal over boeken met New Age achtige trekken. De daVinci Code was natuurlijk ook in grote getale aanwezig naast verschillende werken welke we als een vervolg op dit boek konden beschouwen.

Is de daVinci Code al een grote onzin, die andere werken waren nog erger: Maria Magdalena zou met Christus zijn getrouwd, een ander deel ging erover dat Christus' dood slechts een verzinsel was vele eeuwen later door christenen werd bedacht, in "werkelijkheid" zou Hij naar India zijn gegaan en daar het evangelie hebben gebracht.

Wat me het meest verbaasde was dat er geen enkele Bijbel in de winkel te vinden was, blijkbaar is de (post-)moderne mens niet meer geinteresseerd in wat de Bijbel zelf zegt, maar alleen maar in ficties die nog slecht geschreven zijn ook.

Gelukkig konden we deze gebeurtenis wegdrinken bij een goed kop koffie met echt cranberry gebak. Uiteindelijk Terschelling is het land van de cranberry!!

woensdag, januari 11, 2006

Bijbels Grieks en Hebreeuws Quizen

Ulrik Petersen heeft een tweetal leuke quizen gemaakt. Het betreft uw kennis over de Bijbels Griekse en Hebreeuwse paradigma's van werkwoorden. Helaas in het Engels, hieronder de eerste uit vele vragen:

What is this form?


Aspect

perfective

imperfective

imperative

infinitive construct

infinitive absolute

cohortative

jussive

active participle

passive participle


Stem

Qal


Person

3rd

2nd

1st

Not spec.


Gender

Masc.

Fem.

Common

Not spec.


Number

Sing.

Plur.

Not spec.



dinsdag, januari 10, 2006

Venus

"o morgenster, gij zoon des dageraads!"

Jesaja 14: 12


Vandaag is er een schitterende animatie van de planeet Venus op Astronomy Picture of the Day:



Hieronder dezelfde fases vanuit een ander gezichtspunt bekeken:



De verwording van de kerk (2)

Gisteren hadden we een begin gemaakt met een onderzoek waaraan een kerk moet voldoen. Deze keer gaan we verder met de leer van een kerk en de waakzaamheid die er moet zijn binnen een kerk.

De leer van een kerk
De vorige keer is in het kort uitgelegd dat Christus het Middelpunt is, dat Zijn Woord de basis is en dat er goede redenen zijn om als kerken samen te gaan naar de universele Kerk van Christus, is het wel van belang dat gecontroleerd wordt of inderdaad aan deze eisen wordt voldaan.
In veel kerken wordt gesproken over "de Zuivere Leer" en dat deze onderwezen moet worden, Paulus zegt hierover "Omdat u onderwijs uit de wet krijgt, kunt u onderscheiden wat goed is. (Rom. 2: 18) en deze "Zuivere Leer" is dan vaak een afzetting op christenen die anders geloven of gewoon minder weten van de Bijbel. Omdat in Gods wet de waarheid en de kennis onder woorden zijn gebracht, denkt u buitenstaanders en kinderen iets te kunnen leren. (vs. 20) Dit is een verkeerd uitgangspunt, en Paulus vraagt zich dan ook af in vers 21 Maar als u anderen onderwijst, waarom onderwijst u zichzelf dan niet?
Is dit niet de hoofdreden waarom de Naam van God over de gehele wereld door het slijk wordt gehaald? (Jes. 52: 5) en dat de kerken leeglopen. Is het daarom dat de profeet Hosea de klacht van God als volgt verwoord: Er is geen trouw, liefde of kennis van God in uw land. (Hos. 4: 1)
Als we een "zuivere leer" willen hebben dan moeten we de Bijbel, Gods Woord, bestuderen. We moeten achterhalen wat God tot ons wil zeggen. Niet alleen het opdoen van kennis maar echt leren door Gods Geest. Vergelijk in deze de passage in Handelingen 8 vers 26-40 over Filippus en de kamerling, ook hier werd de vraag gesteld "Begrijpt u wat u leest?

Als ik de Efeziërs brief lees, dan vallen een aantal kernwoorden op die slaan op bovenstaande: Het eerste kernwoord is "zitten" (Ef. 2: 6) God heeft ons met Christus in de hemelse gewesten doen zitten en ik geloof dat iedere gelovige zijn geestelijk leven moet beginnen vanuit die plaats van rust. Ik denk dat dit het sleutelwoord en het geheim is van de werkelijke geloofservaring. Geestelijk zitten is eenvoudig ons gehele gewicht te laten rusten op de Heer. Wij laten Hem de verantwoordelijkheid dragen en houden op dit zelf te doen. Het managen van ons geloofsleven of van de kerk krijgt dan plotseling een geheel andere inhoud.

Het 2de kernwoord is "wandelen" (Ef. 4: 1) Als we uitgerust zijn en God's Kracht hebben opgedaan, pas dan kunnen we gaan wandelen waardig de roeping met welke we zijn geroepen, geheel vernieuwd in de geest van ons denken (cf. 4: 17, 23), kunnen we toetsen wat de Heer behaaglijk is (cf. 5: 8,10). Paulus schrijft hier iets over aan de Filipenzen (2: 12, 13): Bewerkt uw behoudenis met vreze en beven, want God is het, Die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.

Het laatste en 3de kernwoord is "standhouden" (Ef. 6: 11) Op het moment dat we gaan wandelen zal ook onze tegenstrever actief worden, daarom moeten wij onze wapenuitrusting aandoen en standhouden.

De praktische vraag is hoe dit toe te passen. Als eerste te onderzoeken wat ons nu onderscheid van de wereld. Of de oproep volgen zoals deze in de Romeinen brief staat (12: 1-) Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst. En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij mocht erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene. Hier wordt het woord 'heilig' gebruikt en zoals we hebben kunnen lezen in de Efeziërs brief betekent dit dat we apart zijn gezet. We zijn heilig omdat we door God zijn afgezonderd. Daarom gebruikt de Bijbel het woord heiligen voor alle doorsnee gelovigen, daarom werden alle christenen in de eerste eeuwen heiligen genoemd. Dat in ons spraakgebruik en vooral bij de RK kerk alleen super rechtvaardige mensen zo genoemd mogen worden is dus niet waar. God zelf zei tegen de Israëlieten Weest heilig, want Ik ben heilig.

Ten tweede, hetgeen we onderzocht hebben, vertellen aan de anderen, of zoals Paulus het zegt: Ik schaam me niet voor dit goede Nieuws. Het is immers door de kracht van God het middel waardoor mensen die het geloven, gered worden. (Rom. 1: 16)
Ten derde, door waakzaam te blijven. Want de mensen kunnen heel goed weten dat God er is. Hij heeft het hun Zelf bekendgemaakt, waardoor? door alles wat Hij geschapen heeft. Want sinds het ontstaan van de wereld is Zijn bestaan duidelijk te herkennen uit wat Hij gemaakt heeft. (Rom. 1: 20) Ik wil hierover in een aparte perikoop wat dieper op ingaan.

Waakzaamheid in de kerk
De afgelopen tijd is terecht opgemerkt dat er vraagtekens gezet mogen worden bij het Samen op Weg proces. Ik heb eerder uitgelegd dat het samengaan van kerken een goede zaak is mits dit op Bijbelgetrouwe basis gebeurd. Het is daarom goed om waakzaam te zijn. Hieronder een aantal belangrijke punten:

  • In veel kerkgenootschappen is het standpunt betreffende homofilie een hot item. In Romeinen 1 lezen we dat dit een gruwel voor God is. Verschillende andere teksten (zonder volledig te) , over dit onderwerp, zijn; Lev. 20: 13; Deut. 29:22-29; 1 Tim. 1: 9-10.
  • In Lev. 20 wordt uitvoerig over overspel gesproken. En deze passage wordt aangehaald in Johannes 8, let op het antwoord van Christus aan de Farizeers (de mensen van de "zuiver leer") Laat hij die zelf nooit zondigt, de eerste steen gooien, maar ook wat Hij zegt tegen de vrouw: Ga en zondig niet meer. Overspel wordt dus niet goedgekeurd, maar het afwijzen van de zondaars ook niet. Laten we dus mild zijn als mensen welke gescheiden zijn, opnieuw trouwen.
  • Ook de doop is een groot meningsverschil, de kamerling in Hand. 8 liet zich dopen, was dat besprenkelen? In Hand. 2 lieten 3000 mensen zich op een dag dopen, was dat allemaal door onderdompeling? (cf. Rom. 2: 25-29) In Kampen mocht een student die volwassen gedoopt was niet in een SoW kerk preken, maar de professors aan de diverse theologische universiteiten mogen wel het bestaan van Christus ontkennen.
  • Hierbij kom ik dan ook op het belangrijkste punt. Ik heb al aangegeven dat Christus het Middelpunt van de Kerk is. Paulus zegt dat deze mensen in staat waren om God te kennen, wilden zij Hem niet de eer geven die Hem toekomt en Hem niet eens danken voor alles wat Hij heeft gedaan. Zij hielden zich met allerlei ideeen bezig. Deze geleerde mensen dachten dat ze alles wisten, maar in werkelijkheid waren zij dom (Rom. 1: 21-22) Door deze geleerden en dominees, de priesters van onze tijd, komt het volk om, omdat het God niet meer kent en dat is hun schuld. Want zij willen God niet kennen. (Hos. 4: 6) Dit was de reden waarom Luther en Calvijn zich afscheidden, daarom zegt de Psalmist: Het diepe ontzag voor de Here is de eerste voorwaarde om ware wijsheid te verkrijgen. Ieder die ontzag voor de Here heeft, krijgt van Hem verstand en inzicht. (Ps. 111: 10; Spr. 9: 10)
    Wil de kerk voorbestaan, dan zullen we Christus als Middelpunt van de Kerk moeten zien en Zijn Woord als het fundament. Wil men daar niet aan, dan is het enige argument dat deze "geleerden" zwijgen over God voor eens en voor altijd, zoniet dan moeten ze rekening houden met wat God zelf zegt: Ik waak over Mijn Woord en zal Mijn dreigementen zeker uitvoeren." (Jer. 1: 12) Het zijn huichelaars die monumenten bouwen voor de profeten en de heiligen, die door hun voorouders om het leven zijn gebracht. (Mat. 23: 29)
    Voor hen die dan wel Gods Woord willen volgen moeten rekening houden dat ze worden gefolterd, gedood en overal ter wereld gehaat worden en waarom? omdat jullie bij Mij horen! (Mat. 24: 9 ev.) Het opgeven van een kerkgebouw, of zelfs het opgeven van de naam van een kerkgenootschap is dan een lichte prijs. Wees waakzaam!! (Mat. 24: 25) Want wie dwars door alles heen aan Mij vasthoudt, zal gered worden. (Mat. 24: 13)
  • De afgelopen jaren hebben we heel duidelijk gezien dat het SoW proces een scheiding teweeg heeft gebracht tussen de gelovigen en de naam-gelovigen. Ook hebben we gezien dat dit proces er toe heeft geleid dat er nieuwe vormen van kerken en gemeentes zijn ontstaan, dit is niet iets nieuws maar is in de loop der eeuwen steeds gebeurd want God waakt over Zijn Woord (Jer. 1: 12). Lees ter bemoediging 1 Koningen 19, we staan niet alleen er zijn nog vele medechristenen.

    Delftse Bijbel

    Vandaag vermeld het Reformatorisch Dagblad dat het Nederlands Bijbel Genootschap de Delftse Bijbel digitaliseert, zodat deze later op internet toegankelijk wordt voor het publiek.

    De Delftse Bijbel is de eerste gedrukte Bijbel in het Nederlands en werd gedrukt in 1477 door Jacob Jacobszoon van der Meer en Mauricius Yemantszoon van Middelborch en bevat alleen het Oude Testament. De tekst is een anonieme bewerking van een ook al weer anonieme vertaling: de ‘Historiebijbel van 1360’. Het is toch nog een boek in twee delen folioformaat met in totaal bijna 1300 pagina's.

    De Delftse Bijbel had een oplage van ongeveer 250 exemplaren, waarvan er op dit moment nog zo'n kleine 50 exemplaren aanwezig bewaard zijn gebleven en waarvan de meesten in het bezit zijn van het NBG.

    Dr. A. J. van den Berg, bibliothecaris van het NBG, is enthousiast over het project. „De Delftse Bijbel is een erg fraai exemplaar. De overgang van handgeschreven werk naar drukwerk is goed te zien.”

    maandag, januari 09, 2006

    Karamat, een hond met een Egyptische achtergrond

    Enige tijd geleden wees Jim West ons op een nieuwe en uitstekende blog van Kevin Wilson: Karamat. Daily Hebrew gaf als extra aanwijzing dat de blog was genoemd naar de hond van Kevin.
    Reden voor Kevin om de vraag te stellen aan alle bibliobloggers/doggers naar wie die hond was vernoemd.

    De hint dat de naam indirect met de Bijbel te maken had, was intrigerend genoeg om na te denken wie Karamat was. Temeer daar deze naam niet in de Bijbel voorkomt en de afgelopen maand niemand met een correct antwoord was gekomen. In een aantal naslagwerken zag ik dat Karamat de vrouw was van pharao Shoshenq (of Shishak) welke in de Bijbel wordt genoemd (1 Kon 14:25-28), zij echter niet.

    Interessant is dat ze de dochter was van pharao Pasebkhanu en volgens sommige commentaren de zuster van de Egyptische prinses die met Salomo trouwde (1 Kon 9:16). Zoals ook Kevin Wilson stelde is dit niet erg waarschijnlijk. In ieder geval mag ik nu een jaar zijn blog gratis lezen ;)

    Het feit dat Salomo getrouwd was met een Egyptische prinses is niet vreemd. Salomo had vele vrouwen en concubines en vele van die vrouwen waren in wezen politieke pasmunt. Ze vormden 'levende contracten' met andere landen en volken en zorgden op die wijze voor een politieke stabiliteit tussen de landen. Dit huwelijk van Salomo zorgde er bijvoorbeeld voor dat hij gevrijwaard bleef van Egyptische overvallen.

    Laten we hopen dat de Karamat van Kevin minstens zo'n taak vervult en voorkomt dat zijn baasjes huis wordt overvallen door inbrekers.

    De verwording van de kerk

    De afgelopen jaren zijn er veel veranderingen in de kerk gesignaleerd. In Nederland zijn veel kerken door het SoW proces opgegaan in de PKN of hebben zich juist hiervan afgescheiden en hebben zich verzameld in een "hersteld hervormd verband". In Amerika waren op Kerstmis verschillende kerken dicht. In verschillende christelijke tijdschriften wordt met regelmaat gesproken over dwaalleraars, voorgangers die in discrediet zijn gebracht en steeds vaker wordt de religieuze boodschap van de kerk in twijfel gebracht. Dr. Henk Bakker beschreef enige tijd geleden de huidige kerkveranderingen als de McChurch mentaliteit (zie ook hier en hier).

    Al met al een reden om eens kritisch te onderzoeken onderzoeken wat in de Bijbel wordt geschreven over Gemeente zijn. Om een helder inzicht te verkrijgen, moeten we ons afvragen wat een kerk is, wat de structuur maar ook de leer van de kerk moet zijn. We moeten ons in eerste instantie niet laten leiden door de traditie, maar door Gods Woord zelf. Op basis van de antwoorden, die we op deze manier verkrijgen, kunnen we bepalen of de vele veranderingen in de huidige kerk een verwording zijn, of juist een positieve werking heeft.

    Wat is een kerk?
    Tegenwoordig zie je veel mensen die eenzelfde interesse of binding hebben regelmatig bij elkaar komen, bijv. in een bioscoop om naar een film te kijken, een theater om naar een opera te kijken. Ook zie je dat mensen vanuit een religieuze gedachte bij elkaar komen (Moslims, Hindoes, Joden, Christenen, etc.). We moeten ons dan ook afvragen wat het grote verschil is tussen de hierboven genoemde groepen en ons kerkgangers. Het grote verschil zit hem in het feit dat Christus het Middelpunt is van de kerk, zonder Hem is er geen bestaansrecht voor welke kerk dan ook. Vandaar dat Christus zegt: Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden (Joh. 10: 9). Een kerk die het bestaan van Christus ontkent is geen kerk maar is gelijk geworden aan de eerdergenoemde willekeurige bijeenkomsten. Het is een leesgezelschap geworden met de Bijbel als thema, men had net zo makkelijk "Oorlog en Vrede" van Tolstoi kunnen nemen.

    Een andere vraag welke nu opdoet is: Als Christus het Middelpunt is, hoe moeten we Hem dan volgen? Door Gods Woord welke ons in de vorm van de Bijbel is gegeven. In Deuteronomium 10 vers 12 staat: Wat verlangt de Here, uw God, anders van u dan dat u met eerbied en ontzag luistert naar alles wat Hij zegt. Dat u voor eigen bestwil de geboden die ik u vandaag geef, gehoorzaamt. en in Jakobus 2: 12 Spreek en handel dus volgens de onderwijzing van Jezus Christus, want daarnaar zult u geoordeeld worden. Als we dus tijdens de samenkomsten andere zaken bespreken en bestuderen dan heeft dit niets te maken met de universele kerk van Christus.

    Op grond van bovengenoemde bepaling wat een kerk is, kunnen we ons afvragen hoe de organisatie of structuur van een kerk er uit kan zien.

    De structuur van een kerk
    Als we in de Bijbel lezen, dan merken we op dat zodra er over gemeentes wordt gesproken, de nadruk licht op "leven", veel hedendaagse kerken en gemeentes zijn koud, vormelijk en soms geestelijk dood. Geestelijk dood, daar veel leden passief zijn of helemaal nergens meer komen, terwijl door de synode, oudstenraad of andere bestuurders zich voornamelijk richten op het managen van de gemeente(s). Ook zie je dat de dominee of voorganger een zware rol krijgen toebedeeld, die vaak te zwaar is voor zo'n persoon. In de Bijbel lezen we dat de toenmalige gemeentes heel anders waren georganiseerd.

    Als eerste wordt bij gemeentes gesproken over apostelen, waarbij in Hebreeën 3: 1 wordt gesproken dat Christus de allereerste apostel is. Wat is nu een apostel? Een apostel is een gezondene, Christus was de Gezondene door God Zijn Vader. In Handelingen 1: 8 lezen we dan dat de discipelen getuigen (of gezondenen) waren, nog later zien we dat er nog meer gezondenen komen (Paulus, Barnabas). Zij werden gezonden door de gemeente van Antiochië om het evangelie te verkondigen. Wij zouden deze mensen nu zendelingen noemen, hoewel de meeste zendelingen tegenwoordig niet via een gemeente maar via een organisatie er op uit worden gestuurd. In 1 Corinthiërs 12: 28 lezen we dat naast apostelen ook andere functies: profeten, leraars en personen welke bepaalde gaven hebben. Hoe functioneerden zij, in de eerste instantie blijkt dat er dan 2 soorten diensten zijn:

    1. De evangelisatie diensten, hier zie je voornamelijk de apostelen spreken en luisteren de anderen (incl. de ongelovigen. (Zie o.a. Hand. 2, 3 en 13)
    2. De gemeente samenkomsten, soms in grote ruimtes (bv. het voorhof van Salomo Hand. 5: 12) , meestal in een meer huiselijke omgeving (bv. Hand. 2: 46 in verschillende huizen; 12: 12 bij Maria thuis; 20: 8 in een gebouw op de derde verdieping; Rom. 16: 5; 1 Cor. 16: 19 bij Priscilla en Aquila; Col. 4: 15 bij Nympha en in Phil. 2 bij Philémon thuis).
    Nu wil ik niet betogen dat we allemaal weer naar huissamenkomsten moeten gaan, maar de huiselijke bijbelstudies en andere soortgelijke bijeenkomsten komen zeer goed overeen met bovenstaande, daarnaast is het van groot belang dat alle broeders en zusters van een bepaalde gemeente regelmatig samenkomen. Echter als we samenkomen in zo'n grote ruimte kan dat tot passiviteit van de bezoekers leiden, men komt dan alleen samen voor de preek terwijl er weinig gelegenheid is voor het onderling contact. Eigenlijk moeten alle samenkomsten van de kinderen Gods doortrokken zijn van een gezinssfeer. Immers wij zijn broers en zussen en dan is het logisch dat sommigen zich zo vrij voelen om vragen te stellen (cf. 1 Cor. 14: 35) of iets hebben te delen (cf. 1 Cor. 14: 26).

    Iets anders wat opvalt is dat alle gemeentes plaatselijk gebonden zijn, altijd lees je van de gemeente van Rome, de gemeente van Efeze, de gemeente van Antiochië etc. Nog iets is dat er altijd maar sprake is van één gemeente, dus niet de gemeenten van Rome, de gemeenten van Efeze, maar altijd in enkelvoud. Dat wij tegenwoordig verschillende gemeenten hebben al naar gelang dogma is dus onschriftuurlijk (cf. 1 Cor. 3).
    Vanuit bovengenoemd kader is het dus correct als verschillende (lokale) kerken samen willen gaan tot een kerk (zoals de PKN), ook al komen de diverse gemeenteleden nog steeds samen in verschillende gebouwen. Het is een teruggaan naar een structuur zoals deze in de Bijbel wordt beschreven.

    Een volgende keer wil ik dieper ingaan op vragen als wat de leer of de visie van de kerk moet zijn, wat de houding van ons christenen in de kerk moet zijn.

    zondag, januari 08, 2006

    Tombe van Absalom

    In 2 Samuel 18:18 wordt vermeld dat Absalom in het Koningsdal een monument voor zichzelf had laten bouwen, want hij had geen zonen die zijn naam zouden dragen. Deze pilaar werd daarom 'Absaloms hand genoemd. Volgens het volksgeloof zou het gaan om de tombe van Absalom.

    De tombe van Absalom is een van de indrukwekkendste van de graftombes van Jeruzalem. Het is na 2000 jaar nog steeds in uitstekende staat. De basis van het monument is vierkant en de vier zijden zijn verfraaid met zuilen. Het bovenste gedeelte is rond met daarop het trechtervormige dak.


    Het volksgeloof dat dit het graf van Absalom is had eigenaardige gevolgen. Omdat Absalom, zoon van koning David, in opstand was gekomen tegen zijn vader, plachten gelovige Joden en Christenen stenen naar het monument te gooien als ze er langs liepen. Vooral voor de kinderen was het leuk om te proberen de steen door het gat in het midden te gooien.

    In werkelijkheid was de tombe zeer waarschijnlijk van rijke Joden uit de eerste eeuw, Flavius Josephus maakt al melding van deze tombe. Enige jaren geleden is een inscriptie gevonden (vermoedelijke datum 350 n.C.), waaruit zou blijken dat dit het graf was van Zacharias de vader van Johannes de Doper.

    zaterdag, januari 07, 2006

    De ziekte van Hizkia

    In de Bijbel lezen we dat koning Hizkia op een gegeven moment door een ernstige ziekte getroffen wordt ( 2 Kon 20; Jes 38). Vanuit de Bijbel is niet geheel duidelijk wat deze ziekte is, maar in de Talmud wordt gesproken over "shehin", wat een verzamelnaam is voor allerlei uiteenlopende kwalen welke met name gepaard gaan met uitwendige zweren. Er kan dus sprake zijn van lepra, syfilis of pokken.

    Dat de situatie ernstig was blijkt dat de profeet Jesaja Hizkia adviseerde om zijn testament op te maken ("Regel uw zaken, want u zult het niet meer zo lang maken"). Als Jesaja weggaat krijgt hij van God de opdracht om terug te keren naar Hizkia, met de opdracht om te zeggen dat er 15 jaar aan het leven van Hizkia zullen worden toegevoegd en dat hij na drie dagen weer beter zal worden. Als teken zal de schaduw van de zon tien treden omhoog gaan op de zonnewijzer van Achaz.

    Interessant is dat Jesaja bij deze gelegenheid ook als arts optreed. Hij laat een 'vijgenkoek' leggen op de zweer die Hizkia zo ziek maakt (2 Kon 20:7; Jes 39:21). Nu lijkt deze therapie in de eerste instantie op kwakzalverij, maar dat is niet zo. Een vijgenkoek was een plak gedroogde en geconfijte vijgen, zoals we die heden ten dage nog kunnen kopen in winkels.


    Deze geconfijte vijgen hebben een zeer hoog suikergehalte en was vroeger (ook in ons land) een beproefde therapie om zweren en etterende wonden te behandelen. Geconcentreerde suikeroplossingen, zoals deze vijgen maar bv. ook honing, zijn sterk hygroscopisch. Dat wil zeggen dat het de neiging heeft om vocht aan te trekken. Als deze op wonden en zweren worden gelegd, wordt op natuurlijke wijze het wondvocht en de pus uit de zweren gezogen (met de schadelijke bacteriën!). De ziektemakende microben sneuvelen daarbij door de hoge suikerconcentraties. Dat is ook de reden waarom geconfijte conserven niet snel bederven. In ieder geval de wond wordt hierdoor weer schoon en in zekere mate steriel, waardoor er genezing optreed.

    Door deze medische behandeling van Jesaja met de vijgenkoek werd koning Hizkia weer beter.

    vrijdag, januari 06, 2006

    Plataan (Gen 30:37)

    Een vorige keer schreven we dat Jacob zeven jaar moest werken om Rachel als vrouw te krijgen, en dat dit door het bedrog van het Laban dit tenslotte 14 jaar werd. Daar hij bijna geen eigen bezittingen had, ging hij nog eens een periode van 6 jaar aan, met als afspraak dat zijn schoonvader Laban alle zwarte schapen en ook de geiten die een afwijkende kleur hadden zijn persoonlijk eigendom zouden worden.

    Nu zijn oosterse schapen vrijwel altijd wit en de geiten altijd zwart. Laban vond dat dus een goed idee en dacht dat hij de ervaren herder Jacob tot in lengte van dagen voor een habbekrats de kudde zou moeten hoeden.

    Laban onderschatte echter de capaciteiten van Jacob als veefokker. Door een uiterst zorgvuldig fokschema zag Jacob kans om zeer vermogend te worden (Gen 30:43). In de Nieuwe Vertaling (Gen 30:37) staat dat Jacob takken schilde van een paar soorten bomen, o.a. van de Plataan, en die in de drinkbakken van het vee legde. Op deze basis verkreeg hij van Laban de jonge gevlekte en gestreepte lammeren. In de Statenvertaling wordt deze boom echter Kastanje genoemd. Waarschijnlijk heeft men een vertaalfout gemaakt.

    De Plataan (Platanus orientalis), is een boom met verspreide, handlobbige bladen. De bloemen in bolvormige groepen, eenslachtig, eenhuizig, bestaande uit 4-6 meeldraden, omgeven door schubvormige kelk- en kroonbladen. De vrucht is een noot. De bomen groeien snel tot een hoogte van 50 meter en hebben prachtig sterk blad, in het voorjaar vallen van de jonge twijgen en bladen vlokken van scherpe haartjes af, die irriterend heten te werken op het slijmvlies van ogen en luchtwegen. In het najaar schilferen de buitenste lagen van de schors in kleinere en grotere, veelal zeer grote plakken af. De hierdoor gevormde lichte, geelgroene "naakte" plekken verlenen de stam een typisch, duidelijk herkenbaar uiterlijk.

    In de oorspronkelijke tekst in het Hebreeuws gebruikte men het woord עַרִמוֹן (ãrmõn) van עָרַם, wat "ontkleden, naakt maken" betekent. Dus de naam van de Plataan in het Hebreeuws is naakte boom; wat duidt op het afstoten van grote stukken bast en dus een zeer passende benaming is. Een kastanje doet dat niet en is dus in dit verband zoals gesteld minder waarschijnlijk.

    donderdag, januari 05, 2006

    Boerenkalender van Gezer

    In 1908 is er op de locatie Tell el-Jazari (het oude Gezer, (30km NW van Jeruzalem) de boerenkalender van Gezer gevonden. Op deze kalender, vermoedelijk geschreven in 925 v.C. staan de zaai- een oogstmaanden. Dit kalkstenen tablet is een van de oudste overblijfselen waar het Hebreeuwse schrift op staat.


    YRHW 'SP YRHW Z


    Rc YRHW LQŠ

    YRHcSD PŠT

    YRH QSR ŠcRM


    YRH QSR WKL

    YRHW ZMR

    YRH QS


    Twee maanden inhalen (van de vruchten)

    twee maanden zaaiing

    twee maanden laat-zaaisel (?)

    een maan uithakken van het vlas

    een maand gerste-oogst

    een maand van alles

    twee maanden krenten

    een maand ooftoogst
    August-September

    Oktober-November

    December-Januari

    Februari

    Maart

    April

    Mei-Juni

    Juli


    • Albright, W. F. "The Gezer Calendar." Bulletin of the American Schools of Oriental Research 82 (1943) 18-24.
    • Albright, W. F. "Palestinian Inscriptions." In Ancient Near Eastern Texts. Edited by J. B. Pritchard, 320-22. 3rd ed. Princeton, N.J.: Princeton Univ. Press, 1969.
    • Borowski , Oded. "Agriculture." In Anchor Bible Dictionary. Edited by D. N. Freedman, 1.95-98. New York: Doubleday, 1992.
    • Borowski, Oded. Agriculture in Iron Age Israel. Winona Lake, Ind.: Eisenbrauns, 1987.
    • Cassuto, Umberto. "The Gezer Calendar and Its Historical-Religious Value." In idem, Biblical and Oriental Studies. Vol. 2: Bible and Ancient Oriental Texts, 211-28. Trans. I. Abrahams. Jerusalem: Magnes, 1975.
    • Frick, Frank S. "Ecology, Agriculture and Patterns of Settlement." In The World of Ancient Israel: Sociological, Anthropological and Political Perspectives. Edited by R. E. Clements, 67-93. Cambridge: Cambridge Univ. Press, 1989.
    • Frick, Frank S. "Palestine, Climate of." In Anchor Bible Dictionary. Edited by D. N. Freedman, 5.119-26. New York: Doubleday, 1992.
    • Frick, Frank S. "Rain." In Anchor Bible Dictionary. Edited by D. N. Freedman, 5.612. New York: Doubleday, 1992.
    • de Geus, C. H. J. "The Importance of Agricultural Terraces, with an excursus on the Hebrew word gbî." Palestine Exploration Quarterly 107 (1975) 65-74.
    • Gibson, John C. L. Textbook of Syrian Semitic Inscriptions, vol. 1. 2nd ed. Oxford: Oxford Univ. Press, 1973.
    • Hopkins, David. "The Dynamics of Agriculture in Monarchical Israel." In SBL Seminar Papers, 1983, 177-202. Chico, Calif.: Scholars, 1983.
    • Hopkins, David C. The Highlands of Canaan: Agricultural Life in the Early Iron Age. Social World of Biblical Antiquity 3. Sheffield: Almond, 1985.
    • Hopkins, David. "Life on the Land: The Subsistence Struggles of Early Israel." Biblical Archaeologist 50 (1987) 178-91.
    • Rahtjen, B. D. "A Note Concerning the Form of the Gezer Tablet." Palestine Exploration Quarterly 93 (1961) 70-72.
    • Smelik, Klaas A. D. Writings From Ancient Israel: A Handbook of Historical and Religious Documents. Translated by G. I. Davies. Edinburgh: T. & T. Clark; Louisville: Westminster John Knox, 1991.
    • Stager, Lawrence E. "The First Fruits of Civilization." In Palestine in the Bronze and Iron Ages: Papers in Honour of Olga Tufnell. Edited by J. N. Tubb, 172-88. London: Institute of Archaeology, 1985.
    • Talmon, Shemaryahu. "The Gezer Calendar and the Seasonal Cycle of Ancient Canaan." Journal of the American Oriental Society 83 (1963) 177-87.
    • Tropper, J. "Nominativ Dual yarihau im Gezer-Kalender." Zeitschrift für Althebräistik 6 (1993) 228-31.
    • Turkowski, L. "Peasant Agriculture in the Judean Hills." Palestine Exploration Quarterly 101 (1969) 101-12.
    • Vanderkam, James C. "Calendars, Ancient Israelite and Early Jewish." In Anchor Bible Dictionary. Edited by D. N. Freedman, 1.814-20. New York: Doubleday, 1992.
    • Vriezen, Dr. Th. C., "de literatuur van oud-israël", Den Haag, Servire, 1961, p. 14.
    • Young, I. "The Style of the Gezer Calendar and Some 'Archaic Biblical Hebrew' Passages." Vetus Testamentum 42 (1992) 362-75.
    Update 16 Feb 2006: DailyHebrew heeft een interessant artikel.
    Update 26 Feb 2006: Yitzhak Sapir heeft het volgende artikel " ירחו yrhw in the Gezer Calendar" op zijn blog gezet.

    Ster van Bethlehem: Driekoningen

    Op 6 januari vieren de christenen het bezoek van de wijzen, die door de Ster van Bethlehem naar het kind Jezus in de kribbe werden geleid. Dit feest wordt "driekoningen" of "epifanie" genoemd.
    De oosters-orthodoxe christenen vieren op deze dag de doop van Jezus in de Jordaan. Toen maakte een stem vanuit de hemel openbaar, dat Jezus de Heer, de Messias is. Toen begon Jezus zijn openbare optreden.
    De katholieke christenen vieren de doop van Jezus een week later. Het derde 'moment' waarop openbaar wordt dat Jezus de Heer is, is de bruiloft in Kana: hier geschiedt dit echter niet door de Vader middels een ster of een stem, maar door Jezus zelf middels het wijnwonder.


    De oorsprong van Driekoningen, dat op 6 januari gevierd wordt, gaat terug tot de Germaanse Joeltijd, die op 6 januari eindigde. Driekoningen is een typische benaming van het volk. Het feest wijkt af van hetgeen er in het Evangelie volgens Lucas staat: hierin is geen sprake van koningen maar van wijzen, en bovendien wordt er geen aantal genoemd.

    Door de hele geschiedenis heen zijn er verhalen verschenen hoeveel wijzen er waren. In de Midden Oosten sprak men over 12, maar op de oudste afbeeldingen werden soms twee, drie of vier wijzen afgebeeld. Al gauw kwam men echter op het aantal drie. Origenes bepaalde het aantal, aan de hand van de geschenken: Goud, Wierook en Mirre, een bewijs is dit echter niet. Dat 6 januari naar deze drie koningen werd genoemd, is eerder een omgekeerde bewijsvoering.

    In de negende eeuw krijgen de drie 'koningen' ook een naam: Caspar, Melchior en Balthassar. Ze komen het eerst voor bij de monnik Beda Venrabilis (672-735), maar of hij de uitvinder is van deze namen is niet geheel zeker. De naam Caspar komt al voor in Syrische geschriften als Gudiphorhem (afgeleid van Gathaspar), waarschijnlijk wordt hiermee de indisch-parthische koning Gondophares bedoelt welke volgens de overlevering door de apostel Thomas is gedoopt. Deze koning regeerde van 38 tot 51 n.C. De naam Melchior wat "Koning van het licht" betekend, wijst daarmee klaarblijkelijk op de ster. Balthassar is door verbuiging van de Aramese naam Bel-sar-ussur ontstaan, welke in een totaal andere context ook in de Bijbel wordt genoemd (Dan. 11:7, 5:1ev.).

    Rond het feest van Driekoningen bestaan er van oudsher vele volkse gebruiken.
    Een gebruik in nog veel gezinnen is, dat men een boon stopt in het deeg van koek of oliebollen: wie de boon vindt in zijn koek of oliebol mag die dag koning zijn en het menu samenstellen. Een ander gebruik is het houden van volkse spelen en optochten. In sommige streken in Vlaanderen is het Driekoningenfeest uitgegroeid tot een carnavalesk, uitbundig volksfeest, de kinderen gaan op of rond Driekoningen, verkleed als Gaspar, Melchior en Balthazar, van huis tot huis driekoningenliederen gaan zingen en hiervoor van de toehoorders wat zakgeld of snoep krijgen.

    Met dit feest wordt ook de kersttijd besloten.

    Naast de uitgebreide literatuurlijst welke ik al eerder heb gepost hieronder nog een aantal links die meer specifiek op het feest zelf ingaan:

    woensdag, januari 04, 2006

    Rachel

    Toen Jacob op zijn vlucht voor zijn broer Ezau in Haran (in Aram, Syrië) aangekomen was zag hij tot zijn grote verwondering hoe daar midden op de dag, in plaats van 's avonds, drie herders met hun kudden bij de waterput stonden. Blijkbaar wachtten ze op elkaar om de zware steen, die de put toedekte, er af te nemen. Niet elke put had zo'n steen (Ex 2:16). Jacob vroeg hen of ze een zekere Laban kenden. Dat was inderdaad het geval en juist op dat moment kwam zijn dochter Rachel aan. Niet zo gauw had Jacob haar gezien of hij wentelde alleen de steen van de put af ("der jongelingen sieraad is hun kracht" Spr. 20:29). Ook drenkte hij Labans vee. Dat was niet zoveel (Gen 30:30). Hij bleek over meer dan gewone kracht te beschikken (cf. Gen 32:25). Hij maakte zich aan haar bekend en werd nu buitengewoon vriendelijk door haar vader Laban onthaald. Na een maand trad hij in dienst als herder: een moeilijke tijd (Gen 31:39-41), het zou uiteindelijk 20 jaar worden.

    Zeven jaar om Rachel als vrouw te krijgen, dit werd tenslotte 14 jaar en nog eens 6 jaar daarna. Toen was hij dan ook een zeer vermogend man ('Ten zeerste toegenomen in bezit" Gen 30:43). Hij was toe wel de man van Rachel, van wie hij hield en van Lea, van wie hij niet hield (Gen 29:31). Jacob is de enige man in de Bijbel die met 2 zusters getrouwd was (tenminste als we de incestkwestie van Lot met zijn 2 dochters vergeten). Lea schonk hem wel kinderen in tegenstelling tot Rachel. Die benijdde haar zuster daarom en ze riep tot Jacob: "geef me kinderen of ik sterf". Tenslotte hoopte ze via haar slavin aan Jacob kinderen te schenken "op mijn knieën, opdat ook ik uit haar gebouwd worde" (cf. Sara: Gen 16:2). Dat dit succes had blijkt uit haar verheugde reactie: "op bovenmenselijke wijze heb ik met mijn zuster geworsteld en ik heb gewonnen" (Gen 30:8). Dat er nog meer strijd geleverd zou worden blijkt uit het voorstel van de zogenoemde liefdesappels (Gen 30:14-17). Hoe uitbundig zal haar blijdschap zijn geweest toen ze zelf het leven schonk aan een zoon Jozef, "die Jacob liefhad boven al zijn zonen" (Gen 37:3).

    Omdat de verhouding met zijn oom zienderogen verslechterde besloot Jacob weg te gaan. Zijn vrouwen waren het daarmee eens: "vader beschouwt ons immers als vreemden, want hij heeft ons verkocht en ons geld heeft hij nog opgemaakt ook. Doe dus maar wat God van je vraagt!" (Gen 31:14-17). Eigenlijk was het een vlucht. Rachel maakte van de gelegenheid gebruik om haar vaders terafim ("huisgoden") mee te nemen, maar die ze voor Jacob verborgen wist te houden.

    Toen zijn broer hem met een legertje van 400 man tegemoet kwam zond hij hem een koninklijk geschenk (Gen 32:14-16). Voor alle zekerheid bracht hij zijn gezin in veiligheid. Toen het echt spannend werd plaatste Jacob Rachel en haar zoon in de achterhoede. Die begroetten ook als laatste Ezau (Gen 33:7). Ezau's aanbod om hem te begeleiden sloeg hij af: "mijn kinderen zijn teer". Ruben, de oudste, zal 13 jaar geweest zijn. Jaren later is Jacob ertoe gekomen de terafim te begraven onder een boom (Gen 35:4). Jaren later kreeg Rachel nog een zoon Benoni. Bij zijn geboorte stierf Rachel, Jacob noemde hem vervolgens Benjamin. Ze bevonden zich toen in de velden van Efratha bij Bethlehem. Daar, aan de kant van de weg, werd ze begraven. Jacob zette op haar graf een gedenksteen (deze wordt hier voor het eerst als zodanig genoemd). Waarom ze niet in het familiegraf bijgezet is, weten we niet. Daar, in de spelonk van Machpela, lagen ook Abraham en Sarah, Izak en Rebecca en later ook Jacob en Lea (Gen 49:32).
    De dood van Rachel heeft Jacob erg aangegrepen: op zijn sterfbed vertelde Jacob nog van die dramatische gebeurtenis (Gen 48:7). Hoewel zij maar twee kinderen heeft gehad gold zij toch met Lea als een van "de bouwers van het volk Israël" (Ruth 4:11).

    Als de door Nebukadnezar weggevoerde Joden samenkomen in Rama laat Jeremia Rachel wenen om haar kinderen en zei dat ze weigerde zich te laten troosten (overigens ten onrechte: Jer 31:15,16). Men heeft haar graf altijd in ere gehouden. Honderden jaren later, toen de profeet Samuël Saul als koning gezalfd had, ontmoetten deze twee mannen elkaar bij haar graf. Samuël vertelde daar aan Saul dat de ezelinnen van zijn vader terecht waren. Nog heden ten dage wijst men haar graf aan; een klein koepelvormig monument, daterend uit de 15de eeuw. Zowel Joodse als Mohammedaanse vrouwen bezoeken het graf om te bidden voor een kind of de voorspoedige geboorte daarvan.

    De profetie van Jeremia wordt door Mattheüs aangehaald bij de kindermoord te Bethlehem (Mat 2:18).

    Zoals gezegd heeft Rachel haar zoon in haar laatste ogenblikken nog een naam kunnen geven: Benoni "zoon van mijn ongeluk, ongelukskind". Die naam zou Jacob blijven herinneren aan het gruwelijke ogenblik van Rachels dood. Hij noemde hem Benjamin "zoon van de rechterhand". Rechts staat voor geluk en voorspoed.

    Ambt van oudsten

    De benaming "oudste" wordt gebezigd voor hen, die in het ambt van oudste zijn aangesteld, maar kan ook zien op gelovigen, die reeds oud zijn en veel inzicht en ervaring hebben.

    In Derbe, Lystra, Iconium en Antiochië werden door Paulus en Barnabas oudsten aangewezen om toezicht te houden (Hand 14:23). Titus moest op Kreta, in opdracht van Paulus, oudsten aanstellen (Tit 1:5) en in verband hiermee spreekt de Bijbel ook over opzienersambt (1 Tim 3:1; Tit 1:7)/ oudsten worden dus ook opzieners genoemd.

    In Efese en Philippi blijken ook aangestelde opzieners geweest te zijn (Hand 20:28; Fil 1:1). Verder lezen van geen bepaalde, me name genoemde plaatsten, waar oudsten aangesteld zijn.

    De voorwaarden, waaraan oudsten, die in het ambt geplaatst werden, moesten voldoen, worden in de eerste brief aan Timotheüs vermeld (1 Tim 3:1-7). Deze oudsten moesten in ere gehouden worden, vooral als ze zich ook bezig hielden met prediking en onderricht (1 Tim 5:17). Een klacht tegen hen mocht niet in behandeling genomen worden, tenzij er twee of drie getuigen waren (1 Tim 5:19).

    Uit deze korte reeks studie over het ambt blijkt dat diakenen en oudsten aangesteld werden voor een plaatselijke gemeente, dat deze aanstelling in de eerste instantie plaats vond door de apostelen, die hun apostolisch gezag konden laten gelden of, door andere aangestelde personen zoals bij Titus.

    maandag, januari 02, 2006

    Ambt van diaken

    In de vorige blog hebben we het over het apostelschap gehad, nu wil ik kort ingaan op het ambt van de diaken.

    Het ambt van diaken wordt al spoedig nadat de Gemeente te Jeruzalem ontstaan is ingesteld (Hand 6:1-6). Zeven gelovige mannen met een goed getuigenis werden, op advies van de apostelen, gekozen om zich met de verdeling van goederen bezig te houden. Deze zeven werden voor de apostelen gesteld en na gebed hen de handen opgelegd, zodat ze in dit ambt bevestigd werden.

    De eisen die aan een diaken worden gesteld zijn genoemd in de eerste brief aan Timotheüs (1 Tim 3:8-13). Ook in de adressering van de brief aan Philippi worden diakenen genoemd (Filip 1:1). Ze moeten goede, evenwichtige mannen zijn die niet aan drank verslaafd zijn en ook geen oneerlijke winst willen maken. Ook worden er eisen gesteld aan hun gezin: Ze mogen maar één vrouw hebben en aan deze vrouw mag ook niets zijn aan te merken, ze mogen niet roddelen maar moeten betrouwbaar zijn.

    In de rest van de Bijbel wordt over diakenen geen melding gemaakt, toch mag men ervan uitgaan dat ook in andere gemeenten diakenen werden aangesteld (zie 1 Tim 3).

    Apostelschap

    De Bijbel maakt verschil tussen gaven en ambten. Een gave ontvangt de gelovige uit de hand van de grote Gever; in een ambt wordt men geplaatst. Een gelovige, die een ambt vervult kan natuurlijk ook één of meer gaven van de Here hebben gekregen, zoals bv. Stephanus en Philippus (Hand 6:5; 7:1-60; 8:5-8).

    In het Nieuwe Testament vinden we drie verschillende ambten genoemd: nl. het ambt van apostel, diaken en oudste. Opvallend is dat in Gods Woord geen melding wordt gemaakt van een predikambt.

    Als eerste in deze reeks, een kort overzicht wat in de Bijbel wordt gezegd over het ambt van een apostel. De apostelen werden door de Heer Jezus verkoren om met Hem te zijn en in Zijn Naam te handelen (Luk 6:13-18). Ze werden op Zijn bevel uitgezonden om het evangelie van het koninkrijk te verkondigen en de begeleidende tekenen te verrichten (Mat 10:1-42).

    Ondanks hun zwakke openbaring, zegt de Heer Jezus toch tot hen: gij zijt Mij gevolgd en wanneer land en volk (=Israël) hersteld zal zijn, hier wedergeboorte genoemd, dan zult gij zitten op twaalf tronen (Mat 19:28). En eenmaal zullen hun namen vermeld worden op de twaalf fundamenten van de heilige stad (Op 21:14). Deze apostelen, waaronder we ook Paulus mogen rekenen, hebben hun dienst verricht; ze hebben hun opdracht vervuld en zijn ontslapen (2 Cor 11:5; 12:12).

    Voor hen heeft de Here geen anderen aangesteld, zodat er nu naar Gods Woord geen apostelen meer zijn (Hand 20:32). Die zo genoemd worden, zijn door mensen aangesteld op eigen gezag.

    zondag, januari 01, 2006

    5...4...3...2...1...1... Gelukkig Nieuwjaar

    Bij ons begon het einde van het jaar met het lezen van Psalm 118, een danklied dat God ons ook het afgelopen jaar heeft geholpen en de belofte dat God dit ook het komende jaar weer zal doen.

    Daarna werd traditiegetrouw de champagne klaargezet en 5 voor twaalf de televisie, om toch maar op het juiste moment 2006 in te gaan. De laatste seconde's, de champagnefles (Jip & Janneke merk, we moeten aan de kleinen onder ons denken) al in de aanslag, worden afgeteld.

    5...4...3...2...1... en daar gaat de kurk, 1 seconde te vroeg! Op de televisie netjes na 60 seconde's werd het nieuwe jaar ingeluid.

    Echter in 2005 had de laatste minuut niet 60 seconde's, maar 61 seconde's. De hele traditie in de war, door 1 seconde niet op te letten! Reden van deze schrikkelseconde is het feit dat de maan in de loop der eeuwen langzamer om de Aarde draait. Meer over dit fenomeen is hier en hier te lezen.

    Allemaal een gelukkig nieuw blogjaar.