vrijdag, december 30, 2005

Gelukkig Nieuwjaar

Zo aan het einde van het jaar krijgen we altijd veel kaarten en emails. Het is de tijd van bezinning.
Zo deed Jim West deed een oproep tot "Let the Retrospectives Begin..." en ook Richard H. Anderson had een artikel met dit thema "In Retrospect: Shepherds, Sheep and Rodents".

Reden waarom ik dit schrijf was een email die ik vanochtend van een kennis kreeg, met als onderwerp "If I could say it in words there would be no reason to paint". Dit was een citaat van de bekende schilder Edward Hopper (1882-1967) van de Amerikaanse Realistische School.

Hopper creëert in zijn schilderijen een onwezenlijke, desolate sfeer. Op "Nighthawks" (1942), zijn bekendste schilderij, staat een New Yorks café in de nacht geschilderd. Hoewel goed verlicht, ziet het café er niet uitnodigend uit en gaan de bezoekers duidelijk gebukt onder grootstedelijke eenzaamheid.


In geen enkel van zijn 826 gekende schilderijen wordt een contact gelegd met een andere persoon, zelfs al zijn er meerdere personen in het beeld aanwezig.

En dat was wat mij trof, in een tijd van herbezinning komt de leegte van de mens naar boven. Een ander artikel die ik vanochtend las in de Reformatorische Krant, had als titel Dagen tellen, „Leer ons alzo onze dagen tellen dat wij een wijs hart bekomen.” en welke een korte lezing van Johannes Penon, predikant te Emden (”Gods tuchtschool”, 1665) behandeld:
    God de Heere draagt kennis en houdt boek van de tijd die Hij u geeft en hoe u ze doorbrengt. Het kan zijn dat uw jaren, maanden en dagen, de een na de ander, heengaan zonder dat u er acht opslaat hoe ze doorgebracht worden. Weet dat God wel kennis daarvan draagt. Bedenk wel, gij die van God lange tijd van leven gekregen hebt en vele middelen hebt om goed te doen, dat het alles in Gods gedenkboek wordt opgetekend.

    Zoals God kennisneemt van de tijd, zult u ook eens rekenschap daarvan moeten afleggen, ook van elk ijdel woord dat u gesproken heeft, ja, nog meer, van elk jaar, maand en dag die we in ijdelheid hebben doorgebracht. U zult rekenschap moeten afleggen van drie posten. Van het goede aan ons geboden en door ons nagelaten, van het kwade aan ons verboden en door ons bedreven, en van de tijd aan ons gegeven en door ons verloren.

    Wanneer wij voor een mens rekenschap moesten afleggen van onze tijd, wij zouden schaamrood staan. Hoeveel te meer is dat voor de ogen van die grote en reine God, de Gever van alle tijd. Hij geeft geen toestemming om de minste tijd ook maar voor kwaad te misbruiken. Toen de eerste wereld zijn tijd liet voorbijgaan met eten en drinken, zonder de naderende straf van God op te merken, maakte God een eind aan alle vlees.

    Acht de tijd die God u geeft toch hoog. Niemand acht zijn gezondheid zo hoog dan hij die ziek begint te worden.

Een herbezinning in deze vorm kan alleen maar betekenen, het nieuwe jaar ingaan met God.

Een Gelukkig Nieuwjaar

Pistache noten

Zo aan het einde van het jaar is het altijd weer een gezellige tijd en een van de lekkerste dingen die ze me kunnen voorschotelen zijn die heerlijke borrelnoten, licht geroosterd met de schil er nog om heen. Uiterst geschikt om je nagels aan kapot te scheuren, maar is de schil er eenmaal vanaf, dan komt daar die heerlijke groene kern te voorschijn.

We hebben het over de Pistache (Pistacia vera), een echte delicatesse. De Pistache is een geslacht van 10 soorten in de Pruikenboomfamilie (Anacardiaceae). Het geslacht is inheems op de Canarische eilanden, noordwest Afrika, zuid-Europa, centraal en oost Azië en het zuiden van Noord-Amerika (Mexico en Texas). Het zijn kleine bomen en struiken van 5-15 meter hoog. De verspreid staande bladeren zijn geveerd en kunnen afhankelijk van de soort groenblijvend of afvallend zijn. In gunstige omstandigheden kan de boom 150 jaar oud worden.


Ook in de Bijbel komen ze al voor, zo lezen we dat Jakob deze noten meegeeft aan zijn zoons als ze voor een tweede maal naar Egypte hun broer gaan opzoeken (Gen 43:11). In de Statenvertaling worden ze de terpetijnnoot genoemd, vanwege het feit dat de noot ook wordt gebruikt om terpetijn te maken. En een paar Bijbelboeken verder lezen we over een plaats die zelfs naar deze delicatesse is genoemd: Betonim (Joz 13:26). Op zich is dit niet vreemd, archeologische vondsten in het hedendaagse Turkije en in Jordanië (Petra) hebben aangetoond dat de Pistache al werd gebruikt als voedsel in 6700 v.C. De koningin van Sheba was zo verzot op deze lekkernij dat ze de gehele opbrengst uit haar land voor zichzelf bestemde. De Egyptische Hatshepsut bracht na haar expeditie naar Punt de sntr en 'ntyw mee, welke beiden met de pistache zijn geïndentificeerd. Verschillende geleerden denken dat deze twee koninginen één een de zelfde persoon zijn. Als dat zo is dan is deze "verslaving" van beide koningen voor de pistache noot, een extra aanduiding voor deze theorie.

Het Hebreeuwse woord בָּטְנִ֖ים (Boṭnim) is afgeleid van בֶּטֶן "buik" (Job 20:20; Spr 13:25; 18:20) een plaats gevuld met voedsel, wat een zeer toepasselijk benaming is voor deze noot: eerst moet de schil eraf voordat men bij het voedsel kan komen (cf. 1 K 7:20). Ditzelfde woord wordt ook gebruikt voor de baarmoeder die als een beschermende mantel om de foetus heen is geweven (Ps 139:13).


woensdag, december 28, 2005

Bijbelrooster 2006

Zo aan het eind van het jaar verschijnen er weer Bijbelroosters welke je het komende jaar als handvat bij de Bijbel kan gebruiken.

Het Nederlands Bijbelgenootschap heeft er een die te downloaden is. Ook is er de blog bijbelhistorischlezen welke binnen 2 jaar de gehele Bijbel wil doorwerken, een echte aanrader.

Andere roosters op internet zijn die van de EO, het GKV, de evangeliegemeente Kaleo, en die van de uitgever NZV.

Veel leesplezier.

Update: de ESV Bible Blog en de nieuwe blog van Mark D. Roberts "The Daily Psalm" bieden ook goede leesroosters aan.

Ziekenzalving

De vorige keer hebben we de zalving van het lichaam en als eerbewijs behandeld, deze keeer besluiten we deze korte woordstudie met het aspect van de ziekenzalving.

Het woord αλειφο (a'leipho) komt twee keer in de Bijbel voor in de betekenis van het zalven van zieken:
  • αλειψαντες
    Jakobus 5:14 Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren.
  • ηλειφον
    Markus 6:13 En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.
Om de teksten in Markus 6:13 en Jakobus 5:14 te begrijpen, moet men zich de zeden en de zin van de oliezalving tot genezing in het hellenisme en jodendom herinneren.
  1. De olie werd als medicijn gebruikt voor verzachting en heling van verschillende ziekten. Rabbijnse voorbeelden gebruikten olie bij ontstekingen, wonden, hoofdpijn, huiduitslag etc.
  2. Verder diende de olie als magisch-medicijn en in het bizonder als exorcistisch middel.
De grenzen tussen deze twee zijn moeilijk aan te duiden, temeer daar in het verleden ziekte vaak werd terugevoerd op demonische invloeden. Dit geldt in het bizonder voor psychische en epileptische ziekten. Een oliezalving tegen bezetenheid wordt genoemd door Celsus (Med. III 23, 3) en in de Midrash (Qoh 1, 8[9a]) wordt gesproken over heling en verlossing van een betoverde [=bezetene]. In de slav. Henoch 22, 8ev staat: En de HEER zei tot Michael: Ga en ontdoe Henoch van zijn aardse klederen, en zalf hem met mijn zoet zalfsel en doe hem de klederen van Mijn glorie aan. En Michael deed wat de HEER hem had opgedragen. Hij zalfde mij en kleedde mij, en de verschijning van het zalfsel was meer dan een groot licht, en was als zoete dauw, en het rook mild, schijnenden als de stralen van de zon, waaruit de heilzame werking van de olie door toedoen van Gods glorie blijkt.

Ook bij de eerste christenen had de olie zowel de medische (Lukas 10:34) als de medisch-exorcistische betekenis behouden en is overgedragen op de gewijde olie, zie bijvoorbeeld Acta Thomae 67 (4de eeuw n.C.), waar Jezus wordt gevraagd om de door de demonen geplaagden te zalven. De gezondmaking van keizer Antoninus door een christen met geweide olie wordt door Tertullianus (Ad Scapul 4) beschreven. Een bezetene wordt door Palladius (Hist Laus 18, p 55 Butler) bevrijd door middel van oliezalving. Bij anderen zoals Irenaeus (21, 5) en Heracleon (Epiph Haer 36,2,4ev) vinden we soortgelijke voorbeelden, soms voor zieken op het sterfbed.

In het NT is de oliezalving een medisch-exorcistische handeling bij zieken. In Markus 6:13 genezen de discipelen in samenhang met hun prediking en demoonuitdrijving, en zijn daarin boodschappers en verkondigers van het komende rijk van God. In Jakobus 5:14 wordt dezelfde medisch-exorcistische handelingen der oliezalving bij de zieken door de ambtsdragers voltrokken. De oliezalving gebeurd onder aanroep van de Naam des Heeren en is opgesloten in het gebed voor de genezing. De olie heeft hier inderdaad het karakter van een sacramentale materie.

Opvallend is dat in Markus 6:13 leerlingen in Naam van God zalven en in Jakobus 5:14 gesproken wordt van πρεσβυτερους presbuteros "ouderen" of "ambtdragers" van de gemeente en niet van sacerdotes "priesters" of "levieten", in Lukas 10:34 zien we dat een Samaritaan de zieke zalft. Hieruit blijkt dat een ieder in zijn ambt van vertegenwoordiger van Christus en in de Naam van Christus mogen zalven. Vergelijk in deze de geschiedenis van de zonen van Sceva (Handelingen 19:13-16), welke niet dit ambt hadden maar wel in de Naam van Christus predikten.

maandag, december 26, 2005

Ster van Bethlehem: Ster van Vrede

„Kerstmis is het feest van de geboorte van het kind dat hoop geeft en licht doet schijnen in een donkere wereld. Dat licht kan ook duisternis in harten van mensen verdrijven. Het bijzondere van het kerstkind is dat het ons allen kan ontroeren en met vreugde vervullen. Samen beleven wij gevoelens van dankbaarheid in de viering van het kerstfeest. Dan beseffen wij wat waardevol is in het bestaan." aldus de kersttoespraak van onze koningin.

Echter in de wereld zien we een andere boodschap: Kerstbomen die "feestdagbomen" heten en kerstversiering die "groenversiering" heet, de conservatieve christenen in de VS nemen het niet meer. Ze spannen processen in en organiseren boycots. In de Verenigde Staten is de verzoenende sfeer die Kerstmis zou moeten kenmerken is ver zoek. Volgens de koningin "wordt in onze wereld de maatschappelijke samenhang bedreigd door spanningen tussen bevolkingsgroepen." In Israel zien we dan ook de Kassam raketten door de lucht vliegen. En in ons eigen landje moeten we opletten of we geen loslopende pakketjes zien in de trein, de metro of op het station.

Het is Kerstmis. Het feest van de geboorte van Christus. Feest van de vrede op aarde. "In wanhoop zoeken velen eveneens vertroosting bij God. In de band met de Schepper van het leven vinden zij een bron van bezieling." zegt de koningin en vervolgt met "Woorden als ”Gode zij dank!” maar ook ”Allah zij geprezen!” verwijzen naar een godsvertrouwen dat een aloud gevoel van eerbied en geborgenheid uitdrukt."

Toch vraag ik me af waarom de koningin dan niet verwees naar "het kind dat hoop geeft", naar Christus die stierf voor ons en daardoor "het licht doet schijnen", het is verworden tot een kind, zonder naam. En hoe kunnen de "spanningen tussen bevolkingsgroepen" (”Allah zij geprezen!”) worden opgelost, als niet wordt verwezen naar de Boodschap van dit Kind dat Vrede bracht (”Gode zij dank!”). Als de kerken juist op Kerstmis open zijn in plaats van worden gesloten. Waar in kerken theologen hun eigen professie verloochenen door te stellen dat het allemaal een mythe is.

Het is Kerstmis. Het feest van de geboorte van Christus. Feest van de vrede op aarde. Echter zonder de "kerst" missen we dan niet iets? Is het alleen nog maar een mythe? Is er daarom zo weinig vrede? Omdat de kern van dit alles verwijderd is?

Durven we op zoek te gaan naar die zaken die "het leven uittillen boven het banale van alledag"? Durven we net als de herders onze "schaapjes op het droge" achter te laten? Durven we, net als de wijzen, weer op zoek te gaan naar het Kind dat de vrede brengt?

zondag, december 25, 2005

Ster van Bethlehem: UX Ursae Majoris

Een andere in de lijst van onwaarschijnlijke hypotheses is die dat de "Ster van Bethlehem" UX Ursae Majoris zou zijn. Deze theorie wordt beschreven door H. Peter Aleff in zijn boek "Cherubwheels".

UX Ursae Majoris is een variabele ster met nova-achtige verschijnselen in het sterrenbeeld Grote Beer (=Ursa Majoris). De ster is ontdekt in 1933 door de astronoom S. Beljawsky. Betreffende de aard van dit type variabele ster wordt verwezen naar het artikel "Variable Star Of The Season" van Kerri Malatesta en de verschillende referenties bij de bibliografie.

Volgens de schrijver maakt dit sterrenbeeld onderdeel uit van een groter geheel welke een Chrerub (=engel) moet voorstellen. De wijzen die deze "nova" zagen zouden hem dan in het zuiden van Arabië gezien hebben en de ster richting het noorden zijn nagereisd. Het verhaal zit vol met New Age en andere niet wetenschappelijke elementen dat het niet de moeite waard is om hier dieper op in te gaan. Het is gewoon een van de vele varianten op de "Ster van Bethlehem".


zaterdag, december 24, 2005

Ster van Bethlehem: De Boodschap

De afgelopen twee maanden hebben we verschillende hypotheses doorgenomen, verschillende achtergronden zijn onderzocht, zoals die van de magiërs, de herders, Simeon en Hanna.
Nu op de vooravond van kerst kunnen we niet anders dan de conclusie trekken dat “de ster van Bethlehem” een feit is. We baseren dit niet alleen op het woordgebruik van Mattheüs, wat wijst op een astronomisch natuurverschijnsel. Maar ook dat de magiërs bestaande personen zijn geweest, wat hun namen waren en hoeveel het er waren dat is niet belangrijk.
Ook zullen er nog vragen blijven, en zeker kunnen we niet alles verklaren en er zal nog veel aan nader onderzocht moeten worden.


Belangrijker is het, dat we weten dat er wetenschappers, magiërs, het natuurverschijnsel observeerden en de conclusie trokken dat er iets bijzonders in de wereld gebeurde, namelijk dat er een Koning was geboren. Zij trokken niet alleen de conclusie, maar hadden ook het geloof om erop uit te trekken en deze Goddelijke Koning, Jezus Christus de Zoon van God, te zoeken en te aanbidden.

Mogen wij hun voorbeeld navolgen en God aanbidden, zoals ook de engelen dat deden: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen (Luk 2:13). Als laatste, het gaat er niet om of we, wat in de Bijbel staat, kunnen bewijzen. Ons geloof valt niet te bewijzen en toen de ster van Bethlehem 2000 jaar geleden aan de hemel zijn boodschap verkondigde, was deze boodschap niet alleen beperkt met de aankondiging dat de Koning der koningen was geboren, maar dat deze Koning, voor ons is gestorven aan het kruis te Golgotha. Dat Hij gestorven is voor onze zonden en is opgestaan uit de doden. Dit is de boodschap welke deze ster van Bethlehem heeft te verkondigen, en dit is hetgeen wat wij met kerst hebben te vieren.

Christus zal wederkomen, natuurlijk zijn er die zeggen "Waar is Hij dan?" (2 Pet 3:4), maar we moeten niet vergeten dat één dag of duizend jaar voor de Here geen verschil maakt (2 Pet 3:8), Hij wacht alleen met het vervullen van Zijn belofte, omdat Hij zoveel geduld heeft. Hij wil niet dat er iemand verloren gaat, maar dat alle mensen tot bekering komen (vs. 9).

vrijdag, december 23, 2005

Ster van Bethlehem: NGC 1514

Er zijn in de loop der jaren heel wat hypotheses verschenen over de Ster van Bethlehem, sommigen zijn zeer overtuigend, anderen moet je om lachen als je ze leest. Zo kwam ik er een tegen van een zekere Clark M. Thomas die beweert dat de nevel NGC 1514 de ster zou zijn geweest.

Het eerste wat ik me afvroeg wat is de nevel NGC 1514, in mijn computer had ik een wazig plaatje maar meer ook niet. Als eerste de cryptische benaming, NGC is een afkorting van "The New General Catalogue of Nebulæ and Star Clusters" welke door J.L.E. Dreyer in de 19de eeuw is gemaakt en 1514 betekent dat deze nevel onder dat nummer in deze catalogus is vermeld.


De theorie op zich is vrij simpel, het gaat van het bekende thema uit dat er een nova in deze nevel zichtbaar was rondom Christus geboorte. De wijzen zouden deze dan gezien hebben op 17 april 6 v.C. en zouden deze observatie gedaan hebben doordat ze via een rechte lijn van de planeten Jupiter, Mars en Mercurius deze nevel zagen. Dit alles zou in de vroege ochtend zijn gebeurd. Als verdere bewijsvoering wordt aangevoerd dat er in deze nevel een kruis te zien is.

De vraag is of we op zo'n simpele manier de ster van Bethlehem kunnen aanwijzen. Hoewel de theorie eenvoudig is, zijn er toch een paar grote vragen. Als er een nova zichtbaar was, zijn er dan nu nog overblijfselen van aanwezig of zijn er door anderen dan de wijzen ook observaties gedaan? In de verschillende bronnen die ik heb geraadpleegd (zie bibliografie) kon ik in deze streek aan de hemel geen novae vinden. Een ander probleem is de posities van de planeten. Op de kaart die Thomas aanlevert is al te zien dat de planeet Jupiter zich onder de horizon bevond. De hypothese wordt nog verder verzwakt doordat de opkomende Zon de waarnemingen bemoeilijkte.

NGC1514 is een vrij zwakke nevel met een centrale ster van magnitude 9.7, dat betekent dat deze niet met het blote oog zichtbaar is. Echter met een zwakke kijker (die de wijzen niet hadden!) is deze echter te vinden en met speciale filters is hij plotseling zeer duidelijk. Hieronder geef ik een tweetal observatieverslagen weer:

Als eerste Tom Corstjens:
    In al de jaren dat ik bij Descartes ben, had ik nog nooit gehoord van deze planetaire nevel in Taurus. Op een winternacht nam ik de atlas ter hand, en merkte dat NGC 1514 een vermelding kreeg van magnitude 10.9, wat toch uitzonderlijk helder is voor planetaire nevels. Daarom ging ik op zoek, het best ga je uit van de voet van Perseus. Het is niet eenvoudig te vinden, maar eenmaal ik dit object in mijn oculair had staan, viel me meteen op dat het een helder en opmerkelijk groot object is, dat zelfs zonder OIII-filter goed te detecteren is. Het meest opvallende is de erg heldere centrale ster van mv9.5, die in elk type kijker zichtbaar is. Eenmaal je het object weet te staan, zal je merken dat ook in je zoeker de centrale ster zichtbaar is. Hierdoor kan je het in de toekomst zeer snel terugvinden! De grote maar eerder zwakke planetaire schijf kan je zeker in een elfje onderscheiden, en in een grotere kijker met behulp van een OIII-filter kan je een onregelmatige structuur vinden die een beetje op de haltervorm van M27 doet denken. Erg leuk!!

Had dhr. Corstjens al moeite deze nevel de eerste keer te vinden, een andere (onbekende) astronoom schreef in "Distant Targets" het volgende over zijn speurtocht:
    Ik ga het nog effe hebben over die attachement (1 van de 7 schetsen die ik deze nacht gemaakt heb) : het betreft NGC1514 (aan de voet van perseus), een leuk planetair nevelke. De tekening is gemaakt met een 9mm LV oculair (fov: 16' en V:177x) en een OIII filter: ik heb me suf zitten zoeken naar dat planetair nevelke: ie staat tussen twee sterren in: waar is ie nou: ik zag slechts drie, quasi even heldere sterren op een rij, tot ik het es probeerde met m'n OIII: opeens vlamt er een halo op rond het middelste sterretje, ja jongens, en ik maar zoeken. Een redelijk grote planetaire nevel, een duidelijke heldere ster: ik dacht dat ik met perifeer te kijken nog een zwak sterretje te zien in het nevelke, maar dat zal wel bedrog zijn.

Hieruit blijkt dat deze ster met hulpmiddelen (!) al het nodige zoekwerk kost, laat staan voor de wijzen die deze zwakke nevel met het blote oog en bij zonsopkomst moesten waarnemen. Het moge logisch zijn dat deze theorie niet al te waarschijnlijk is.

Ster van Bethlehem: Bloggers

Na een zoektocht naar artikelen over "de Ster van Bethlehem", bleek dat ook onder de verschillende bloggers er verschillende zijn die daar een of meerdere artikelen aan hebben gewijd. Hieronder een kort overzicht van een aantal welke ik heb gevonden.

Greg uit Egypte vraagt zich af wat de The "real" Star of Bethlehem is, terwijl Brad op zijn The Christmas 411 een compleet artikel heeft over genomen van Wikipedia. Anderen beperken zich tot alleen mooie plaatjes zoals Jim West, George Breed en Ed. Terwijl anderen zoals James Brush en Lil Kath aan eten en drinken denken.

Interessanter is de blog van Bill Petro die met zijn History of the Star verschillende aspecten van het kerstfeest behandeld inclusief achtergronden. Ook Dean Jorge Bocobo heeft een aardig artikel waar van alles bij elkaar wordt gehaald. Abranches D'Sylva behandeld de hypothese van de komeet Halley, terwijl Duncan Davidson de hypothese van de Shekinah aanhaald. Zie ook Koh Xuan Yang met zijn artikel over de wijzen.

Natuurlijk moeten we niet vergeten de discussie op de brief van Prof. Dr. Gerd Lüdemann welke door Jim West werd geplaatst op zijn blog Biblical Theology en welke verschillende vraagtekens stelt rondom de gebeurtenissen bij Christus' geboorte. Voor het volledige artikel verwijs ik naar Gerd Lüdemann's homepage: The Christmas stories are pious fairy-tales, verdere informatie is te vinden op de blog van Mark Goodacre. Ook Michael Bird geeft hier zijn mening over.

En zo zijn er nog veel andere bloggers die zich hebben gewijd aan het fenomeen "de Ster van Bethlehem".

Ster van Bethlehem: Politieke en culturele achtergronden

Bij de analisering van de "Ster van Bethlehem", zal, om een goed inzicht te krijgen, gekeken worden hoe men toen leefde, waar men zich toen mee bezig hield en andere achtergronden welke direct danwel indirect te maken kunnen hebben met ons onderzoek.

De tijd waarin de gebeurtenissen van ons onderzoek plaatsvond mogen we plaatsen naar het jaar ‘nul’ van onze kalender. Dat de exacte datum niet deze datum was doet voor het verkijgen van de genoemde achtergrond informatie niet ter zake, daar binnen een paar jaar de culturele setting niet al te snel veranderd. Dat het inderdaad om deze periode gaat mogen afleiden uit het feit dat in de desbetreffende passages van de Bijbel de Romeinse politici, zoals keizer Augustinus en koning Herodus, die beiden regeerden in een periode van 40 v.C. tot 15 n.C. worden genoemd.

De vorming van het Joodse volk
Om inzicht te krijgen in de complexe politieke achtergronden, uit die periode, is het noodzakelijk om in de tijd terug te reizen en eerst te kijken hoe het Joodse volk is ontstaan.

De Joden waren ervan overtuigd, dat het verbond, dat gesloten was tussen God en hun voorvader Abraham en met diens nakomelingen (Gen 15: 18-21), hen de speciale status had gegeven van het uitverkoren volk. Dit idee, uitgewerkt in de Thora , kreeg vorm toen ze door Mozes uit hun Egyptische slavernij waren bevrijd en in hun vlucht, ook wel de Exodus genoemd, op weg waren naar het beloofde land Kanaän. Nadat zij eenmaal dit land in bezit hadden genomen werden ze in de eerste instantie bestuurd door richters. Op een gegeven moment stelde de profeet Samuël, op verzoek van het joodse volk Saul aan tot koning. Zijn opvolger was David, een man die naast een voortreffelijk soldaat en staatsman ook nog artistiek en verstandelijk begaafd was. Onder diens regering werd een theocratische staat ontwikkeld en was een van de hoogte punten van de joodse geschiedenis. David stierf omstreeks 950 v.C. en werd door zijn zoon Salomo opgevolgd. Salomo was een wijs koning die via militaire en politieke activiteiten (hij sloot vele verdragen met buurlanden) Israël tot een grote natie maakte. Hij was tevens de man die de grote tempel in Jeruzalem bouwde. Na zijn dood viel het rijk in tweeën en begon de Israëlische macht te tanen. Het volk verviel tot afgoderij, waartegen de profeten optraden. Uiteindelijk was het land dermate verzwakt, dat in het midden van de 8ste eeuw v.C. de Assyrische koning Sargon II besloot dat de tijd, om Israël te vernietigen was aangekomen. De tien belangrijkste stammen van de Israëlieten werden afgevoerd naar de diverse delen van het Assyrische rijk en werden verstrooid. De twee overgebleven stammen die woonden in Judea werden nadat het Assyrische rijk door een gezamenlijk leger van Perzen en Babyloniërs werd vernietigd, aangevallen in 586 v.C. door Nebukadnezar II. De tempel van Salomo werd vernietigd en de 2 overgebleven stammen werden afgevoerd naar Babylon.

Hier in Babylon waren de Joden intussen bezig zich geestelijk te herstellen en de voorloper van de synagoge ontstond. Een van hun profeten, Ezechiël, sprak op grote bijeenkomsten en bij vele gelegenheden het Joodse volk toe en gaf hun hoop op terugkeer. Een andere profeet: Daniël had een hoge positie aan het hof aldaar gekregen. De Perzische koning Cyrus trok in circa 540 v.C. Babylon binnen en maakte een eind aan het Babylonische rijk (Dan 6). Onder zijn heerschappij hadden de Joden een relatief vrije godsdienstuitoefening en mochten na hun terugkeer in 538 v.C. de tempel herbouwen (Ezra, Nehemia). De vreemdelingen die zich in het land Kanaan hadden gevestigd, beter bekend onder de naam Samaritanen, werden hun voornaamste vijanden, mede doordat de teruggekeerde Joden niet toestonden dat ze meebouwden aan de Tempel. In het jaar 480 v.C. werd een komplot tegen de Joden gemaakt, om deze uit te moorden. Dit is naar mij bekend de eerste keer dat antisemitisme voorkwam. Deze wordt echter door Esther, de Joodse vrouw van de Perzische koning Ahasveros (Esther 1-10), samen met haar neef Mordechai verijdeld. De Joden vieren dat heden ten dage nog door het Purimfeest (ong. 1 maand voor Pasen).

Tegen het einde van de vierde eeuw v.C. vernietigde de Macedoniër (c.q. Griek) Alexander de Grote het Perzische rijk en veroverde de landen tot aan de grenzen van India. Grieks werd de hoofdtaal (zoals nu het Engels) van de wereld en de eerste boeken van het Oude Testament werd hierin vertaald; deze vertaling heet "Septuagint" (=70, het is nl. door zeventig oudsten vertaald). Hierdoor werden de Joodse ideeën wijd en zijd in het Midden-Oosten en rond de Middellandse Zee verbreid. Onder de overheersing van de Seleucidische Grieken, kregen de Joden en de andere inwoners van Israël een grote mate van autonomie. De godsdienstvrijheid werd niet aangetast en de hogepriester kreeg geleidelijk aan steeds meer macht. Echter slechte sociale omstandigheden bracht ontevredenheid en veroorzaakten opstandigheid onder het volk. Als represaillemaatregel kwamen er religieuze vervolgingen die uiteindelijk leidden tot de opstand van de Makkabeeën (168 - 164 v.C.). Uiteindelijk werd er een bestand gesloten, hierbij aanvaardden de Joden de politieke afhankelijkheid in ruil voor godsdienstvrijheid. En opnieuw kreeg de hogepriester geleidelijk aan steeds meer macht, in de eerste instantie alleen in religieuze zaken, maar later ook in de politieke. Op een gegeven moment begonnen de Romeinen, in hun drang om de wereld te beheersen, interesse te tonen voor Israël en in 63 v.C. werd door de Romeinse generaal Pompeius Judea veroverd en gedegradeerd tot een vazalstaat.

De politieke achtergronden
We zijn nu in de periode beland welke van belang is van ons onderzoek. Tot deze tijd waren de Joden of trouw gebleven aan de wetten van Mozes en de Thora of hadden ze de voorkeur gegeven aan de ideeën van hun overheerser van dat ogenblik, zoals de Grieken of de Syriërs. Na de Maccabese oorlogen ontstond er een partijsysteem in de Joodse politiek. De voornaamste voorstanders van de oude Wet kwamen grotendeels uit de lagere standen en de middenklasse, zij werden Farizeeërs genoemd, patriotten, die vasthielden aan de opvatting, dat de Joden “afgescheiden” moesten blijven van alle niet-joden. Hun voornaamste tegenstanders waren de Sadduceeën, die voornamelijk de hogere standen vertegenwoordigden en veelvuldig het Hogepriesterschap bezaten en daardoor de meeste macht hadden. Ze legden trouwens de Wet ook anders uit. Naast deze hoofdparijen waren er nog verscheidene andere splintergroeperingen, die met geen van tweeën verbonden waren en meer aanhanger bleven van de Maccabese idealen.

Naast deze Joodse politiek was er ook de Romeinse politiek die de gehele wereld rondom de Middellandse Zee beïnvloedde. Zo neemt Pompeius in 63 v.C. Jeruzalem in, en wordt in 48 v.C. vermoord in Egypte door de beroemde Julius Caesar. In het jaar daarop zet Julius Ceasar Cleopatra op de troon van Egypte en verslaat vervolgens zonder veel moeite Pharnaces (Na deze daad sprak Julius Caesar de gevleugelde woorden “Veni, vidi, vici” =Ik kwam, ik zag, ik overwon). Om de politieke onrust in het gebied Judea tot bedaren te brengen stelde hij Herodes tot gouverneur aan. Tevens werd de bijna onaantastbare machtspositie van de hogepriester ingedamd, o.a. door de bepaling dat deze per jaar opnieuw gekozen moest worden. Na de dood van Julius Caesar, komt zijn stiefzoon Octavianus aan de macht. In 27 v.C. geeft Octavianus afstand van zijn bevoegdheden, en geeft de macht aan de senaat terug. Deze verleent hem dan de eretitel “Augustus”. Deze Augustus was het nu waarvan de evangelist Lucas spreekt over de volkstelling (Luk 2: 1).

De laatste politicus, welke het politieke toneel in Judea bepaalde was de reeds eerder genoemde Herodes. Hij begon zijn regering als gouverneur in het jaar 47 of 46 v.C. over Galilea en werd later koning over Judea in 37 v.C. Tijdens zijn regering was hij enerzijds populair, doordat hij ter ere van Caesar verschillende theaters, amfitheater bouwde, en racebanen liet aanleggen voor zowel paarden als mensen. Daarnaast bouwde of herbouwde hij verschillende forten en tempels (inclusief Straton’s toren welke hernoemd werd in Caesarea). Zijn grootste werk was het herbouwen van de tempel te Jeruzalem in 20 v.C. Anderzijds was hij zeer wreed, hij liet al degenen, die ook maar de minste verdenking van verraad op zich hadden geladen, zijn eigen vrouw incluis, vermoorden. Daarnaast organiseerde hij grootscheepse zuiveringsacties, door deze politiek ontstond langzamerhand een politiestaat. Zijn spionnen en geheime politie waren overal aanwezig. Aan het einde van zijn leven namen Herodes’ achtervolgingswaanzin en de daarmee gepaard gaande wreedheden toe. In dit kader, is het bevel om alle jongetjes in Bethlehem en omstreken te vermoorden, om zo te voorkomen dat er een potentiële troonopvolger zou zijn, zeker niet vreemd. Hij liet zelfs, toen hij al op zijn sterfbed lag, en na een mislukte zelfmoordpoging, zijn zoon Antipater vermoorden toen hij hoorde dat deze de troon wou bestijgen.

In deze omgeving nu vinden we in Mattheüs (2: 1-13) naast de hoofdpersonen Jezus Christus en zijn moeder Maria, Jozef de man van Maria, koning Herodes met zijn zoon Archelaüs, de overpriesters, de schriftgeleerden en tot slot de magiërs. In het evangelie van Markus en Johannes lezen we niets over de geboorte van Jezus. In het evangelie van Lukas (2: 1-40) vinden we, naast de reeds eerder genoemde personen, ook de herders, Simeon en de profetes Hanna. Als laatsten worden genoemd de Romeinse keizer Augustus en zijn gouverneur over Syrië Quirinius. Een belangrijk detail wat hier verder wordt genoemd, is dat er een volkstelling was, waarvoor Jozef en Maria naar Bethlehem moesten reizen.

Ster van Bethlehem: Conjuncties en bedekkingen

Als aanvulling op de verschillende hypotheses, dat de ster een conjunctie zou zijn geweest een korte bibliografie:

  • Allen, R.H. , "Starnames, Their Lore and Meaning", Dover Publ, New York (USA), 1963 (1st ed. 1899).
  • Ashbrook, John, “Some Bunchings of Planets”, Sky and Telescope, 46 (1973), 300 & 305.
  • Callataÿ, Godefroid de, Annus Platonicus: A Study of World Cycles in Greek, Latin and Arabic Sources (Peeters Press, Louvain-la-Neuve, 1996 [= Publications de l’Institut Orientaliste de Louvain, nr. 47]).
  • Church, J.A., “Great Conjunctions of Jupiter and Saturn”, Sky & Telescope, 81 (1991), 305-307.
  • Etz, Donald V., Conjunctions of Jupiter and Saturn, Journal of the Royal Astronomical Society of Canada, Vol. 94, p.174 (2000).
  • Gent, Robert Harry van, “Conjunctions of Yore”, Sky & Telescope, 82 (1991), 230.
  • Gerig, Bruce , Have Astronomers Found the Star of Bethlehem?, http://epistle.us/articles/star.html
  • Heilmann, J., “Perioden der Konjunktionen von Jupiter und Saturn”, Das Weltall, 41 (1941), 7-10.
  • Humphreys, Colin, The Star of Bethlehem, a Comet in 5BC, and the Date of the Millenium, in Astronomische Gesellschaft Meeting Abstracts, Abstracts of Contributed Talks and Posters presented at the Annual Scientific Meeting of the Astronomische Gesellschaft at Heidelberg, September 14--19, 1998, talk #J06
  • Hunger, Hermann & Parpola, Simo “Bedeckungen des Planeten Jupiter durch den Mond”, Archiv für Orientforschung, 29/30 (1983/84), 46-49.
  • Ideler, L., “Untersuchungen über den Ursprung un die Bedeutung der Sternnamen”, Berlin, 1809
  • Kennedy, Edward S. & Pingree, David, The Astrological History of Masha’allah (Harvard University Press, Cambridge [Mass.], 1971).
  • Lemmer, U., New observations on the star of Bethlehem, Sterne und Weltraum, vol. 19, Dec. 1980, p. 404-406. In German.
  • Malgo, M., “Heilshistorische Constellaties”, Den Haag, 1979, p. 41-49.
  • Martin, E.L., “New Star Over Bethlehem”, Pasadena, 1980.
  • Martin, E.L., "The Star that Astonished the World”, Pasadena, 1996.
  • Meeus, Jean, “Compact Planetary Groupings”, Sky and Telescope, 22 (1961), 320-321.
  • Molnar, Michael R., Revealing the Star of Bethlehem , http://www.eclipse.net/~molnar/
  • Molnar, Michael R., The Historical Evidence for the Star of Bethlehem, http://artsci.shu.edu/physics/news-main.html
  • Molnar, Michael R., The Star of Bethlehem: The Legacy of the Magi, Rutgers University Press, 1999
  • Pingree, David, The Thousands of Abu Ma‘shar (Warburg Institute, London, 1968).
  • Rothwangl, Sepp, The Origin of the Common Yearly Counting in the Julian and Gregorian Calendar with Special Attention to the Ancient Astronomy and World View, in Astronomische Gesellschaft Abstract Series, Vol. 18.
  • Rubincam, D.P., “Does an Ancient Jewish Amulet Commemorate the Conjunction of 2 B.C.?”, The Skeptical Inquirer, 17 (1992), 78-80.
  • Stasiuk, Garry T., “Consecutive Conjunctions of Jupiter and Saturn from 185 BC to 114 AD”, The Planetarian, 14 (1985), nr. 3, ??-??.
  • Zhentao Xu, Pankenier, David W. & Yaotiao Jiang, East Asian Archaeoastronomy: Historical Records of Astronomical Observations of China, Japan and Korea (Gordon and Breach Science Publishers, Amsterdam [etc.], 2000 [= Earth Space Institute Book Series, vol. 5]), chapter 9.
Heeft u aanvullingen, dan hoor ik het graag.

donderdag, december 22, 2005

Hoe Joods ben ik?

Soms zijn er op internet aardige sites met interessante polls. Eentje welke ik vandaag tegen kwam is "The Orthodoxy Test" welke test hoe joods je bent.

Nu ben ik volgens Paulus een medeerfgenaam geworden (Ef 3:6), maar was toch benieuwd wat deze test er nu van zei:

NerdTests.com User Test: The Orthodoxy  Test.

Frappant dat ik tot de ultrarechtse vleugel van de joodse orthoxie hoor, zij het met een fleugje "modern".

dinsdag, december 20, 2005

Ster van Bethlehem: αστηρ

Als de Ster van Bethlehem een natuurverschijnsel was, is dit dan door meerdere mensen gezien, en zoja waarom dan niet door Herodes? Allereerst lijkt het, dat er nergens staat waar de ster verscheen. Ten tweede blijkt dat de ster niet constant zichtbaar was, want anders hadden de wijzen zich niet uitermate hoeven te verblijden. Na verschillende hypotheses te hebben behandeld zullen we ons nu verdiepen over het woord αστηρ wat in de grondtekst staat.

Het Griekse woord αστηρ "astèr" wat in Mattheüs 2 vers 2, 9 en 10 wordt gebruikt, heeft als eerste de betekenis voor ons woord ster. Andere betekenissen voor dit woord zijn:
  • een hemellichaam (vgl. HERACL. 99 D, AR) zoals de zon,
  • een vlam, licht, vuur (E.Hel.1131),
  • astêr petrinos, een meteoriet (Placit.2.13.9)
  • een luchtverschijnsel in het algemeen D 75, PLUT.
Niet astronomische betekenissen zijn
  • een (op een overdreven manier) "knappe vrouw" (HEROND. 1, 32)
  • "zuster" (ARISTOT.)
  • een geboorteteken in de vorm van een ster (Carcin. ap. Arist.Po.1454b22)
Daar men in de oudheid onder astronomie ook meteorologie en astrologie verstond, kan men dus uit bovengenoemde definitie concluderen dat men ook fenomenen zoals halo’s, regenbogen, kometen en meteoren beschreef als αστηρ. Bij een verdere bestudering blijkt dat men dit woord ook gebruikt wordt voor sterrenbeeld. Men kan dan ook het best dit woord vertalen met ‘hemelverschijnsel’ of ‘hemellichaam’ en dan in de ruimste zin van het woord. Zoals bij de behandeling van de verschillende hypothese’s naar voren is gekomen hebben verschillende geleerden dit woord dan ook geïnterpreteerd als het fenomeen Aurora Borealis oftewel het Noorderlicht, wat dus strikt genomen correct is. Andere geleerden hebben hier zelfs een aanduiding voor engelen of de Shekinah in gezien.

Willen we er achter komen of dit een specifiek astronomische betekenis heeft, dan zullen we dit woord in de context moeten lezen. Nu staat er in het Grieks dit woord met de toevoeging “en te anatolè” (αστερα εν τη ανατολη), wat door diverse Bijbelvertalingen met “in het Oosten” wordt vertaald. Nu is de betekenis van het woord ανα−τολη “opkomst”, en wel de opkomst van de Zon en de Maan (m 4, v.-SOCR., HDT. 4, 8) danwel van sterren (AESCH.), als tweede betekenis wordt gegeven “het Oosten” (HDT. 7, 58, POL.) , terwijl ook als betekenis de oorsprong van rivieren wordt gegeven.

Heliacale opgang
Alvorens in te gaan of er nu met het woord ανα−τολη “opkomst”, een astronomische vakterm, of de meer algemenere betekenis “in het oosten” wordt bedoeld in het evangelie, zal eerst een nadere uitleg worden gegeven wat deze astronomisch vakterm nu is. Bij alle oude volken waar de sterrenhemel werd bestudeerd, onstond een kalender. Nu hadden deze oude astronomen ontdekt dat niet alle sterren het hele jaar door zichtbaar waren. Ook hadden ze ontdekt dat de Zon en Maan iedere dag hun opkomst en ondergang plaatsvond op een iets andere plek aan de horizon dan de dag daarvoor, ze ontdekten dat deze verschuiving een keer nam bij het begin van de lente en herfst, nu bekend onder de term “zonnewende”. Met deze kennis gingen ze observeren wanneer een ster voor het eerst in het jaar weer zichtbaar was aan de horizon. Dit zichtbaar worden aan de horizon wordt door astronomen heliacale opgang genoemd en zijn tegenhanger, namelijk het ondergaan van een ster aan de horizon, heliacale ondergang.

Een bekend voorbeeld is de ster Sirius (α Canis Majoris ) wiens eerste verschijnen aan de horizon bij de Egyptenaren het Nieuwe Jaar inluidde. Toevalligerwijs begon toen ook de Nijl in dezelfde tijd te overstromen. Dit verschijnen van Sirius vlak voordat de Zon gaat schijnen staat bij ons bekend als de periode van de hondsdagen. Voor deze heliacale opgang wordt in het Grieks de astronomische vakterm ανα−τολη "in de opgang, opkomst" gebruikt, in de weidste zin van het woord. Het moge logisch zijn dat hiermee een opgang in het oosten wordt bedoeld, immers de Zon, Maan en ook alle sterren komen op in het oosten.

Als in het Mattheüs evangelie had gestaan "en te epitolè" dan zou iets anders worden bedoeld, namelijk het opkomen van de sterren en planeten (Venus en Mercurius) welke dan net voor het opgaan van de Zon zichtbaar zijn.

Conclusie
Uit bovenstaande blijkt dat Mattheüs een astronomische vakterm gebruikt, echter men kan op grond hiervan niet direct een bepaalt astronomisch fenomeen aanwijzen. Dat is dan ook de reden dat er verschillende hypotheses zijn ontwikkeld wat de Ster van Bethlehem kan zijn geweest.

maandag, december 19, 2005

Ster van Bethlehem: Venus & Jupiter (2)

Als een korte update op mijn vorige blog hierbij een korte animatie, gemaakt met het programma Redshift van de conjunctie Jupiter - Venus zoals deze in de periode van 17 juni v.C. plaatsvond. Als observatiepunt is Tel Aviv gekozen, daar dit de enige stad in Israel is welke in de database stond. (Ja ik schaam me, dat ik niet de moeite heb genomen om de juiste coördinaten van Bethlehem op te zoeken).

Met behulp van deze animatie is goed te zien hoe dicht de planeten langs elkaar heen gaan. Tevens is de vallende duisternis te zien.

Ster van Bethlehem: Venus & Jupiter

Naast de reeds eerder behandelde hypotheses, zijn er ook verschillende die ervan uitgaan dat het conjunctie van planeten was. Nu zijn er verschillende conjuncties in de periode geweest en één is de conjunctie van Venus en Jupiter.

Een conjunctie is een zodanige samenstand van hemellichamen, dat deze voor de observator (bijna) op een lijn liggen. Nu wordt er in het kader van de Ster van Bethlehem over het algemeen gesproken over een samenstand tussen twee of meerdere planeten, strikt genomen is dit niet juist en mag men ook spreken over een conjunctie als een planeet een ster bedekt. Conjuncties werden vroeger altijd in de gaten gehouden, wegens de astrologische betekenissen die daar aan werden gegeven. De astronoom / astroloog Albumasar, uit de 9de eeuw, schreef in zijn “Revolutie van de Jaren” dat, toen de schepping plaatsvond “de zeven planeten” – de Zon, Maan, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter, en Saturnus – in het sterrenbeeld Aries in conjunctie waren.

Aristoteles heeft een observatie genoteerd van een conjunctie door de planeet Jupiter en een van de sterren in het sterrenbeeld Gemini, die zover ik weet, één van de oudste observaties van dit soort is in dit sterrenbeeld, en is vermoedelijk halverwege de 4de eeuw v.C. gemaakt. In China is een observatie gedaan van een conjunctie van de toen alle bekende planeten Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus op 28 februari 2449 v.C. in de buurt van de ster β Pegasi. Een soortgelijke conjunctie, waarbij alle 9 planeten zich op een lijn zouden bevinden, was in 1982 en deden ook de hedendaagse mens nog verontrusten.

Nu was, met betrekking tot conjuncties, de periode van halverwege 3 v.C. tot en met het einde van 2 v.C. bijzonder interessant. Er waren in deze anderhalve jaar 3 verschillende soorten conjuncties en allemaal in het sterrenbeeld Leo. Ten eerste was er de meervoudige conjunctie tussen de planeten Venus en Jupiter (12 aug. 3 v.C. & 17 juni 2 v.C.). Ten tweede de conjunctie van de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter (27 aug. 2 v.C.) en als laatste de, tot 3 maal toe, bedekking van de ster Regulus (α Leonis) door de planeet Jupiter. Dat de conjunctie tussen de planeten Venus en Jupiter te maken heeft met de ster van Bethlehem, wordt ondersteund door Ernest L. Martin. Volgens hem was de conjunctie van 17 juni 2 v.C. dermate indrukwekkend, dat op die dag het leek of de twee planeten samengevoegd waren (ze waren in werkelijkheid slechts een kleine 0.04° van elkander gescheiden), dat net na zonsondergang ze verschenen als een gigantische ster hoog aan de westelijke hemel. Zo'n verschijning had in generaties niet plaatsgevonden.

Volgens Martin, was de planeet Jupiter de “koningsplaneet” en had het een bijzondere betekenis dat deze in het sterrenbeeld Leo een conjunctie had. Leo, de Leeuw was nu het teken van de stam Juda en hij ziet hierin een eerste aanwijzing. De ster Regulus (α Leonis) nu is de helderste ster in Leo en het geloof was dat deze als Sharru (= Babylonisch “de koning”), de hemelse zaken regelde en onder zijn gesternte werden koningen geboren. De tweede aanwijzing ziet hij in de bedekking van deze koninklijke planeet met de koninklijke ster α Leonis, er wordt in dit kader gewezen op een oude tekst van Babylonische magiërs, waarin vermeld wordt “dat bij retrogressie van de planeet Jupiter rondom Regulus, een indicatie was dat een buitenlandse koning zal komen en de troon zal bestijgen.” Deze retrogressie is de schijnbare teruggang, van een planeet met de klok mee ten opzichte van de achtergrondsterren, terwijl een normaal tegen de klok in beweegt ten opzichte van de achtergrond sterren. Bij de planeet Jupiter gebeurt dit gemiddeld eens in de 13 maanden, en vlak voordat dit gebeurd lijkt het of de planeet stil blijft staan. Dit is vrij eenvoudig te verklaren, normaal zien we de planeet ten opzichte van de sterren langzaam naar het oosten bewegen (“proper motion” wordt dit genoemd), de Aarde echter, waar vanaf wij observeren, bevind zich dichter bij de Zon en beweegt dus sneller en zal dus langzaam aan Jupiter inhalen. Op een gegeven moment, als beide planeten bijna parallel ten opzichte van elkaar liggen, zal het lijken of Jupiter stil komt te staan, vervolgens weer terug gaat (de Aarde heeft Jupiter dan gepasseerd), dit duurt een paar dagen, dan ligt Jupiter achter ons, zijn retrograde beweging neemt af tot hij weer stilstaat en loopt daarna, ten opzichte van de achtergrondsterren weer met ons mee. Dit stilstaan ziet men dan als derde aanwijzing, want er wordt gesproken dat de ster stil bleef staan boven Bethlehem.

Er blijven echter een aantal vragen, hoe wisten de magiërs dat het sterrenbeeld Leo het symbool was van Juda, temeer daar in die tijd dit sterrenbeeld het teken was van Armenië, Bitynië, Cappadocië, Macedonië en Frygië, landen die allemaal ten noorden van Judea lagen. Was het dan niet logischer geweest dat men de pasgeboren koning daar had gezocht.

Als tweede tegenargument, er wordt gesproken over “we zagen zijn ster”, in het enkelvoud, terwijl het hier om verschillende astronomische fenomenen gaat. Weliswaar probeert men dit terug te redeneren, dat het hier alleen om de planeet Jupiter gaat, maar dit is niet volledig bevredigend. Een ander bezwaar is dat ‘de ster’ de magoi ‘voorging’. Martin zegt: “If the Magi began their own journey toward Jerusalem near this time this apparent westward motion of Jupiter each day could have indicated to the Magi to proceed in the same westward direction toward Jerusalem.” In al de genoemde conjuncties is Jupiter het enige bewegende element de ster Regulus staat vast aan de hemel en beweegt niet, de enige uitzondering is de conjunctie met de planeet Venus. Het is niet logisch om een deel van een samengestelde conjunctie als de ‘ster van Bethlehem’ te zien, terwijl de rest wordt weggeredeneerd.

Als laatste argument wordt de dood van Herodes de Grote verschoven naar het jaar 1 v.C., maar dit levert als probleem op dat zijn zoons Archelaüs en Philip al voor zijn dood in 4 v.C. zouden regeren, dit volstrekt tegenstrijdig is met de politiek van Herodes die zijn andere zoon Antipas vermoordde, juist omdat die een poging ondernam om de macht grijpen. De oplossing van antidatering is dan ook niet acceptabel.
  • Allen, R.H. , "Starnames, Their Lore and Meaning", Dover Publ, New York (USA), 1963 (1st ed. 1899).
  • Ideler, L., “Untersuchungen über den Ursprung un die Bedeutung der Sternnamen”, Berlin, 1809
  • Malgo, M., “Heilshistorische Constellaties”, Den Haag, 1979, p. 41-49.
  • Martin, E.L., “New Star Over Bethlehem”, Pasadena, 1980.
  • Martin, E.L., The Star that Astonished the World”, Pasadena, 1996.

Zalving als eerbewijs

Besloten we de vorige keer onze woordstudie met de opmerking dat zalving voor de vastende een vreugdevolle en feestelijke aangelegenheid is voor de anderen en voor de vastende zelf. Deze keer gaan we kijken, hoe zalving in het NT werd gebruikt als eerbewijs, het woord αλειφο in deze context komen we in de volgende passage's tegen:
  • αλειψασα
    Johannes 11:2 (Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.)
  • αλειψωσιν
    Markus 16:1 En als de sabbat voorbijgegaan was, hadden Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome specerijen gekocht, opdat zij kwamen en Hem zalfden.
  • ηλειφεν
    Lukas 7:38 En staande achter Zijn voeten, wenende, begon zij Zijn voeten nat te maken met tranen, en zij droogde ze af met het haar van haar hoofd, en kuste Zijn voeten, en zalfde ze met de zalf.
  • ηλειψας
    Lukas 7:46 Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd; maar deze heeft Mijn voeten met zalf gezalfd.
  • ηλειψεν
    Lukas 7:46 Met olie hebt gij Mijn hoofd niet gezalfd; maar deze heeft Mijn voeten met zalf gezalfd.
    Johannes 12:3 Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalsten, zeer kostelijken nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van den reuk der zalf.
In het Oude Testament ziet men dat koningen (1 Sam 10:1; 1 Kon 1:39, 45; 19:16; 2 Kon 9:6; 11:2), priesters (Ex 28:41; 29:7; 30:30; 40:13-15; Lev 4:3; 8:12, 30; 16:32; 21:10). en profeten (1 Kon 19:16; 1 Kr 16:22; Ps 105:15; Jes 61:1) werden gezalfd (zij het in de functie van een ambt (cf. χριω). Later zien we dit gebruikt terug in de seculiere en apocriefe bronnen als eerbetoon tegenover een gast of een persoon.

In het NT zien we de zalving in eerste instantie als een profetische handeling. Maria had in de zalving van Jezus het eerbetoon in diepere zin gegeven: Zij had daarmee het graf ingaande lichaam van Jezus gezalfd. Deze zalving tot eerbetoon is een proleptische dodenzalving aan de Gekruizigde geweest. In Markus 16:1 is van een zalving van het lichaam sprake. Deze vorm van balseming, is in het gehele oude Midden Oosten een bekend verschijnsel en had tot doel om te voorkomen dat het lichaam zou gaan rotten.

Een volgende keer zullen we een ander aspect van αλειφο behandelen: de ziekenzalving.

Muizenissen

De blogger Tyler F. Williams heeft last van de mus musculus, de muis! Professor Joe Cathey heeft de oplossing: kaas op de grond leggen, zelf met een geweer stil gaan zitten tot ze verschijnen en dan schieten. Waarschijnlijk weet hij niet dat deze methodiek verfijnder werd toegepast in het boek "Dorp aan de rivier" van Antoon Coolen, daar gebruikte de dokter een mes die hij doeltreffend werpt naar dit ongedierte. Het kon dan ook niet uitblijven dat mensen in opstand komen. Onder de bibliobloggers werpt Jim West zich op als verdediger van deze muizen.

Toch bij deze een waarschuwing naar onze Amerikaanse broeders. We weten allemaal wat voor domino-effect dit heeft, enige weken geleden maakten we ons in Nederland al druk dat een mus (Passer domesticus) werd gedood, de politiek begon zich ermee te bemoeien, de mus zelf werd vereeuwigd in Wikipedia en heeft een eigen website gekregen. De dader zelf is beboet.

Gelukkig had Tyler hier toch een voorgevoel van en is de Bijbel gaan bestuderen. Ik adviseer hem dan ook de geschiedenis van de wonderboom van Jona te lezen, daar deze plant een goed middel is tegen deze muizenissen.

zondag, december 18, 2005

Zalving van het lichaam

Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht;
Mattheus 6:17

Deze keer een korte studie over het woord αλειφο (a'leipho) "zalven", van α (als voorvoegsel van vereniging) en de grondvorm van λιπαρος. In het Grieks voornamelijk het zalven met welriekende nardus, in 1) de context van het balsemen van de doden, het helen van zieken; 2) ten behoeve van de training in de sport; 3) het polijsten van muren. In het NT wordt het woord voornamelijk in de context van een uiterlijke, lichamelijke zalving gebruikt. Waarbij deze uiterlijke handeling een totaal andere innerlijke beduiding aangeeft.

In Mattheus 6: 17 komen we dit woord tegen als een zalving van het lichaam "Maar gij, als gij vast, zalft (αλειψαι) uw hoofd, en wast uw aangezicht;"

De zalving is volgens joodse gewoonte een uitdrukking van vreugde en feestelijke stemming. Vergelijk Judit 10:3 Ze ontdeed zich van haar rouwkleed en legde haar weduwedracht af. Daarna nam ze een bad, wreef zich in met zalfolie, stak haar haar op en deed er een hoofdband om. Ze trok haar mooiste kleren aan, die ze gedragen had toen haar man Manasse nog leefde en 16:7 Haar weduwedracht legde zij af, om Israël uit de verdrukking op te heffen. Met welriekende olie zalfde zij haar gezicht. met als reden Zijn maakte zich zo mooi op, dat zij de aandacht moest trekken van elke man die haar zien zou. (10:4) een zelfde zien we bij Ruth (3:3). Bij de joden mocht een vrouw tot een tiende van haar jaarinkomen besteden aan cosmetica en parfumeriën. De dochter van de rijke Nicodemus ben Gorion was gewoon om jaarlijks voor 400 gouden denarii (=het jaarsalaris van 4 soldaten!) hieraan te besteden (Ket. 66b). Deze feiten geven inzicht in de geschiedenis van Lukas 7:38-46, en Johannes 12:3.

Terwijl in het Jodendom het zalven niet met het vasten verenigd kon worden, gebiedt Jezus, dat in het vasten liggende offer zo in het verborgen werd gebracht, dat het een vreugdevolle en feestelijke aangelegenheid voor de anderen en voor de vastende zelf zou zijn.

  • Encyclopeaedia Judaica, Vol 3, p. 27-31
  • Jewish Ecyclopedia, "Anointing" www.jewishencyclopedia.com
  • TWNT Vol. 1 p.230-232
  • Willibrord vertaling [1981]

zaterdag, december 17, 2005

Gerd Lüdemann On Christmas

Jim West plaatste op zijn blog Biblical Theology een brief van Prof. Dr. Gerd Lüdemann welke verschillende vraagtekens stelt rondom de gebeurtenissen bij Christus' geboorte. Voor het volledige artikel verwijs ik naar Gerd Lüdemann's homepage: The Christmas stories are pious fairy-tales, verdere informatie is te vinden op de blog van Mark Goodacre.

Tegen mijn gewoonte in geef ik hieronder in het Engels en niet in het Nederlands een paar kanttekeningen bij deze brief:

5. The reported murder of children in Bethlehem ordered by Herod the Great did not occur.

It is not written down in other sources, but in the Roman world not uncommon. According to Julius Marathus, a personal confidant of Augustus Caesar, the Roman Senate in the year 63 BC ordered all boy babies to be killed who were born in that year because prophetic dreams and astrological signs suggested that a "King of the Romans" was to be born (Jack Lindsay, Origins of Astrology, p.246; Ernest L. Martin, The Star that Astonished the World, p.6) So why not in this case, Herod has done more worse things. And besides that, Bethlehem was a small town, so we are not talking about hundreds of babies but only a few.

8. The shepherds who kept watch over their flocks are idealized representatives of the poor and outcast, persons emphasized by Luke. They do not appear in Matthew's story.

"poor and outcast"? I should suppose they where important, because these flocks where used for the temple. (Bab. Talmud, Tract Shekalim, VII.4; Edersheim, The Life and Times of Jesus the Messiah, Book 2, Ch. VI)

9. The magicians from the East are idealized representatives of the Gentiles and of eternal wisdom. They do not appear in Luke's story.

See Plinius, Natural History, XXX.6, it was quite normal for the Magi to have audience with Herod and for him to have members of the Sanhedrin to hear the interpretations of these Magi. And it was normal these Magi went to new kings. Tiridates of the order of the Magi did the same thing when he visited the emperor Nero. For further information about the Magi see my blog:
bijbelaantekeningen.blogspot.com/... /ster-van-bethlehem-de-magoi-2.html where I give a detailed bibliography about these Magi

10. The story of the star of Bethlehem is a fiction intended to emphasize the importance of Jesus - and, of course, to provide an entrance cue for the magicians from the East.

There were seriousbeliefs even among the Romans that somewhere in this period (5 BC - 1 AC) a mighty ruler was destined to come out of the eastern parts of the Roman Empire (Suetonius, Vespian IV; Tacitus, Histories, V.13)

The logical conclusion is unavoidable: the Christmas stories recounted by the Bible and those Christian churches that present them as actual events have lost all historical credibility.

There is no complete overview of this historical period, but there are to many resources to say "have lost all historical credibility"

Astrologie en de Bijbel (3)

In deze korte reeks is beschreven het ontstaan van astrologie en zijn enkele achtergronden behandeld wat er in de Bijbel over astrologie wordt gezegd en hoe daar door sommige christenen zoals Bullinger naar wordt gekeken. In deze blog willen we als slot enige opmerkingen plaatsen, over de moderne astrologie en of deze een wetenschap of een pseudowetenschap is.

Van wetenschap verwacht men dat deze objectief is en dat deze zich laat bewijzen, hypotheses mogen opgesteld worden maar zullen steeds getoetst moeten worden op hun houdbaarheid. Als astrologie een wetenschap is, moet deze in de laatste eeuwen een spectaculaire ontwikkeling hebben doorgemaakt, temeer daar in andere wetenschappen zoals de astronomie vele nieuwe ontdekkingen zijn gedaan. Nu blijkt dat de astrologie haar stellingen in hoofdzaak nog steeds grondt op de kennis die men duizenden jaren geleden van de sterren had, daarnaast gaat men voorbij aan nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en de wijzigingen van het wereldbeeld die in de afgelopen eeuwen hebben plaatsgevonden. Aan de hand van een aantal voorbeelden zal dit nader worden uitgewerkt.
  • Na de ontdekking van de planeten Uranus in 1781, Neptunus in 1846 en Pluto in 1930 stelden critici dat ‘indien de uitgangspunten van de astrologie juist zouden zijn, tot op heden de uitkomsten verkeerd moeten zijn’. De ‘moderne’ astrologie gaat in haar bestrijding van deze opvatting uit van de zogenaamde ‘wet van twaalf’, die inhoudt dat elk teken van de dierenriem beheerst wordt door een eigen planeet. De nog niet ontdekte planeten, hypothetische planeten genoemd, hebben de namen Persephone, Hermes en Demeter. Echter deze planeten spelen hoegenaamd geen grote rol in de astrologie. Verbeteringen zijn dan ook niet te constateren. De manen die rondom planeten draaien, met uitzondering van de Maan van de Aarde, spelen helemaal geen rol. Alleen de maantjes Phobos en Deimos van Mars worden in niet-astrologische mythen genoemd als begeleiders.
  • Kometen hebben vaak de astrologische betekenis van onheilsbrengers, en dan nog meestal achteraf. Als wetenschapper mag men verwachten dat men dit ook vooraf kon berekenen, met name die kometen waarvan de omloopbanen bekend zijn. Naast de algemene benaming van onheilsbrengers is er geen specifieke astrologische betekenis gegeven aan kometen zoals die van Halley, Swift-Tuttle of Encke. Laat staan aan niet periodieke kometen als Hyakutake.
  • Het centrisch wereldbeeld van de astrologie, het beeld waarin de aarde het middelpunt van het heelal is, kan volgens de huidige wetenschappelijke inzichten niet standhouden. De Aarde draait om de zon en de zon heeft een buitenplaats in de melkweg. Op zich hoeft dit voor de berekeningen niet veel uit te maken, maar men mag verwachten dat men meer inzicht in de nodige berekeningen heeft verkregen.
  • De Melkweg heeft geen astrologische betekenis, terwijl de Aarde toch bijna geheel omringt is hiermee. Dit is vreemd daar de Melkweg het grootste deel van onze sterrenhemel bestrijkt.
  • (Super-)nova's hebben meetbare invloed op de Aarde, men heeft neutrino’s kunnen meten van bv. de supernova Sanduleak, ook hier wordt geen rekening mee gehouden.
  • Door de precessie zouden de invloeden van de tekens van de Dierenriem langzamerhand moeten veranderen, immers in een ander jaargetijde zijn deze nu zichtbaar. Een praktisch voorbeeld is het sterrenbeeld Aquarius, brenger van voorspoed, was 4000 jaar geleden het sterrenbeeld waar de zon in stond als de regen kwam, die de Nijl en andere rivieren deed overstromen, waardoor de omliggende gebieden vruchtbaar werden. Nu, 4000 jaar later, komt de zon 2 à 3 maanden later in Aquarius, en geldt die situatie niet meer. Strikt genomen zou men verwachten dat de invloeden, welke eerst golden voor Pisces nu voor Aquarius gelden. Dit is niet zo, dus moet de conclusie zijn dat de astrologische invloeden van de sterren niet afhankelijk zijn van de positie van diezelfde sterren, m.a.w. het basisbeginsel van de astrologie is met deze bewijsvoering ontkracht.
  • Een ander voorbeeld is het beginsel dat men aan de hand van een geboorte horoscoop, dus de relatieve posities van de planeten ten opzichte van elkaar en de Dierenriem, men iemands toekomst kan voorspellen. Gerechtvaardigd is dan de conclusie als twee personen op de zelfde dag en uur, desnoods in dezelfde plaats geboren zijn, hun toekomst exact hetzelfde moet zijn. Gewoonlijk is het echter zo dat ze een heel verschillende aard en levensloop hebben. Ook hieruit blijkt dat de "zogeheten beïnvloeding van de sterren” hier niet van toepassing is.
  • De huidige astrologie uit zich niet alleen in de horoscopen, maar is vaak ook nauw verweven met allerlei alternatieve geneeswijzen. Ook die waarbij men moet twijfelen aan het waarheidsgehalte van de geneeswijze.
Op grond van deze voorbeelden kunnen we stellen dat astrologie geen wetenschap is, hoogstens een pseudowetenschap. Een andere vraag is hoe we in deze als christenen moeten handelen, mogen we wel naar de sterren kijken, mogen wij ze bestuderen en rekeningen houden met de uitkomsten. Als christenen mogen wij zeker naar Gods wonderlijke schepping van sterren kijken en hoe meer je er van ziet en leert hoe meer je tot het besef komt hoe groot God is, dat is het getuigenis van de sterren. Echter dit alles heeft te maken met astronomie en niet met astrologie. Gezien de stellingen, zoals die in deze reeks zijn gepresenteerd, moeten christenen zich kritisch, zo niet afwijzend, opstellen tegen iedere vorm van astrologie, ook de christelijke astrologie zoals die bedreven wordt door schrijvers als E.W. Bulinger, K.C. Fleming, J.C. Brouwer, A.G. Gilbert, W. Papke en F. Rolleston.

vrijdag, december 16, 2005

Doe je werk van harte

Willem de Vink is een van de weinige Nederlandse bloggers die trouw iedere dag weer met een nieuw stukje komen. De blog van vandaag geeft de reden waarom!

Wat u ook doet, doe het van harte,
alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen.

Kolossenzen 3:23


Ster van Bethlehem: (Super)Nova

De hypothese dat de "ster van Bethlehem" een nova was, werd voor het eerst door de astronoom Kepler aangedragen. Hij kwam op dit idee toen hij in 1604 een nova observeerde en ontdekte dat in het jaar 7 v.C. ook een supernova was gesignaleerd. Hij gebruikte deze informatie in een werkhypothese om daarmee de conjunctie in Pisces van de planeten Jupiter en Saturnus te kunnen aantonen.1

Onstaan van novae en supernovae
Om te begrijpen wat de aard is van novae en supernovae zal er eerst omschrijving gegeven moeten worden wat en 'ster' nu precies is. Sterren kunnen we vergelijken met reusachtige kernfusiereactoren,2 die grote hoeveelheden waterstof omzetten naar zwaardere elementen. Als gevolg van deze waterstoffusie blijft er aan het einde van de levensloop van een ster een compacte hoeveelheid materie over. Als nu zo'n ster met een andere ster een dubbelster vormt, dan kan deze andere ster zich in de loop van de tijd zich ontwikkelen tot een grote rode reuzenster. Op een gegeven moment stroomt door middel van ingewikkelde processen materie van de grote rode reuzenster over naar zijn bijna uitgebrande compagnon, die hierdoor weer in staat is om kernreacties tot 'ontsteking' te brengen. Op dat moment is dit zichtbaar als een nova, de ster zelf gaat dan, zoals een pop van het ene moment in het andere veranderd in een vlinder, over naar een andere fase in zijn bestaan. Door de vele titanische kernreacties gaat de ster schijnen tot een ongekende felheid en wel voor een periode van een aantal dagen tot een paar weken, in deze periode zal de lichtsterkte zo'n 3,5 magnitude zwakker worden. Hierna zal bij enkele novae de helderheid plotseling een 8 tot 9 magnitudes zwakker worden, om daarna weer een 5 magnitudes helderder te worden, voor het uiteindelijke afzwakken tot zijn oorspronkelijke helderheid. In sommige zeldzame gevallen gaat dit proces zich dan weer herhalen en zal na verloop van tijd weer een nova-uitbarsting zijn. Tot nu toe zijn er slechts een zevental van deze 'recurrent novae' bekend, dit in tegenstelling tot de gewone novae welke tot nu toe ongeveer 100 keer zijn gesignaleerd.3

Een supernova is een vergelijkbaar fenomeen, alleen dan op een veel destructiever niveau, de ster heeft door zijn vele chemische processen een zware ijzerrijke kern gekregen, en is bijna aan het einde van zijn levensloop. Alle mogelijkheden om nucleaire energie te produceren zijn uitgeput. In zijn doodsstrijd zal de ster door zijn grote gewicht samentrekken waardoor de temperatuur stijgt, door verschillende endotherme reacties wordt dit proces in enorme mate versneld. De kern stort met donderend geweld ineen en de omhullende lagen verliezen hun steun en zullen hierdoor ook naar binnen vallen. Op een gegeven moment komt er zoveel gravitatie-energie vrij, dat er een laatste plotselinge temperatuurverhoging optreedt met als gevolg dat weer nieuwe nucleaire reacties actief worden. Door de ontzagwekkend grote hoeveelheden energie die hierbij vrijkomen zal de implosieve instorting overgaan in een explosieve expansie. Een zeer groot deel van de totale sterremassa, soms in de vorm van grote brokstukken materie zo groot als de zon, worden de interstellaire ruimte geslingerd. De absolute lichtsterkte is vaak 50000 groter dan die van een gewone nova, en er zijn voorbeelden van novae (supernova IC4182 die in 1937 te zien was) wiens lichtintensiteit meer dan 100 maal die van het sterrenstelsel zelf was!4 Supernovae komen in melkwegstelsels zoals de onze gemiddeld eens in de 3 eeuwen voor, in onze geschiedenis zijn er tot nu toe slechts 4 geobserveerd in onze melkweg.
Bekende voorbeelden van (super)novae zijn de Krabnevel (Messier 1, N.G.C. 1952) welke in 1054 n.C. over de gehele wereld als nova is gezien en waarvan we de restanten in de vorm van een schitterende nevel nog terug zien. Een andere is de reeds genoemde van 1604 gezien door Kepler.5 Ook bekend is de supernova van 1572, ook wel Tycho's ster genoemd en die te zien was tot maart 1574. Doordat Tycho Brahe zijn waarnemingen zeer nauwkeurig heeft vastgelegd, konden wetenschappers uit onze eeuw de restanten zowel fotografisch, in de vorm van nevels, als met behulp van radiotelescopen bekijken, met behulp van deze informatie kon men een zeer goed inzicht krijgen in de afstand (±10000 lichtjaar) als de actuele diameter van de supernova wolk (nu bijna 20 lichtjaar) waaruit men een expansiesnelheid van 5600 miles per seconde bepaalde.6 Als laatste voorbeeld wil ik een supernova noemen die in onze tijd de wetenschappers tot verrukking bracht: Sanduleak -69°202' die in 1987 aan het zuidelijk halfrond verscheen in de Grote Maghellaense Wolk en een maximale lichtintensiteit had van magnitude 2, dat is bijna gelijk aan die van de sterren in de Gordel van Orion.7 Tot slot van deze korte astronomische uitwerking moet nog gezegd worden dat de meeste sterren niet zo'n gewelddadig einde hebben.8

Verder dient nog gezegd worden dat (super)novae zich, voor onze maatstaven, op grote afstanden bevinden, vaak tientallen tot miljoenen lichtjaren. We moeten dan ook beseffen dat het licht ook zoveel jaar er over heeft gedaan om de Aarde te bereiken. Dus de novae zoals die van 1054 of 1604 waren in werkelijkheid al vele jaren daarvoor geëxplodeerd. Nu maakt dit voor ons onderzoek niets uit, daar wij alleen met aardse tijdsrekeningen werken. Daarnaast zijn deze grote afstanden de oorzaak dat slechts weinig novae met het blote oog te zien zijn.

De hypothese
Zoals reeds aan het begin van dit hoofdstuk is verteld, was Kepler de eerste die een hypothese opzette dat de 'ster van Bethlehem' een nova was. Zijn aandacht en die van latere astronomen werd echter meer gericht op zijn tweede hypothese namenlijk dat de 'ster' een conjunctie was, hierdoor is deze theorie vele eeuwen in een vergeethoek geraakt.

Een van moderne aanhangers, die deze hypothese nieuw leven heeft ingeblazen, is Dr. Werner Papke. In zijn theorie, dat de 'ster van Bethlehem' een nova dan wel supernova was, betoogt hij, in tegenstelling tot het hierboven gestelde, dat 'nieuwe sterren geen zeldzaamheid zijn aan de hemel'. Hij stelt zichzelf de vraag hoe een supernova onfeilbaar de geboorte van de Messias, de "Gezalfde", kon aanwijzen.9 Tijdens zijn onderzoek speurde hij de sterrenhemel af en vroeg zich af waar aan hij moest zoeken naar deze nova en kwam tot de conclusie dat er maar een plek aan de hemel was, waar deze supernova verschijnen kon.10 In het oude Babylon een millennium voor Christus was achter ons sterrenbeeld Leo en net beneden het sterrenbeeld Libra, een sterrenbeeld in de vorm van een Maagd, en die de naam ERUA bezat. Deze naam, die ook in het beroemde Gilgamesh-epos al voorkomt, betekend "een maagd die het zaad van Eden zal voortbrengen". Hierbij is Eden de zeer oude benaming voor het Paradijs. In de spijkerschriftserie MUL.APIN, die de astronomische observaties van de Babyloniërs uit het derde millennium voor Christus bevat, wordt dit sterrenbeeld ook genoemd en wordt achter de Maagd ERUA nog verklarend zarpanitum toegevoegd, wat te vertalen valt met "Degene die het mannelijk zaad zal baren". De magiërs kwamen zoals gezegd uit Babylonië en waren aanhangers van een van oorsprong Medo-Perzische priesterkaste, en zouden daarom vertrouwd zijn met achtergronden van de maagd ERUA en dus met het idee dat de maagd ERUA mannelijk zaad zou baren. Andere aanhangers van deze hypothese verwijzen in dit kader graag naar de Arabische astronoom Albumazar, die in de achtste eeuw schreef: "Er verschijnt in de eerste decaan, zoals de Perzen, Chaldeeërs en Egyptenaren leren, een jonge vrouw wier Perzische naam betekend en pure maagd zittend op een troon, voedend een kleine jongen welke een Hebreeuwse naam heeft, door sommige volken Ihesu genoemd, wat betekend Ieza, die de Grieken Christus noemen.",11 temeer daar deze geleerde geen christen was.

Toen dan ook, volgens dr. W. Papke, een 'nieuwe ster' verscheen, was dat voor deze magiërs overduidelijk het teken dat de verwachte Verlosser was geboren. Nu wordt door hem als verdere argumenten aangehaald, dat dit oude sterrenbeeld zich precies bevind op de plek waar nu ons huidige sterrenbeeld Coma Berenices is gesitueerd. De (super)nova moet dus volgens de redenering van dr. W. Papke hier hebben geschenen..",12 Daarbij komt nog dat in Coma Berenices de noordpool van onze Melkweg is en bevond zich toen, rekening houdend met de precessie van de Aarde, loodrecht boven Bethlehem (31.7° boven de equator), dit moet, volgens zijn redenatie, overduidelijk worden opgevat als een "hemels teken". Verdere argumentatie is dat de priester Zacharias wijst op de profetie van Jesaja13 over het teken van de Messias dat bij Zijn geboorte boven in de hemel bij de troon van God zou verschijnen. Er wordt dan op gewezen dat de Griekse tekst in deze passage voor het woord "opgang" hetzelfde woord anatolè gebruikt als dat in het Mattheüs evangelie: "Wij hebben zijn ster in het oosten (anatolè) gezien" (2:2). Als verklaring wordt dan gegeven, dat uit het samenvoegen van beide bijbelgedeelten duidelijk wordt dat met de "opgang" van de ster niet zijn opstijgen vanuit de oostelijke horizon wordt bedoeld, maar zijn plotselinge oplichten in het uiterste noorden van het heelal bij de troon van God..",14

De vraag blijft echter, hoe deze (super)nova in verband kan worden gebracht met de geboorte van de Koning der Joden? Papke verklaard dat deze magiërs hun kennis hadden van de Joden die daar rond 550 v.C. in ballingschap waren. Er wordt de link gelegd dat Zarathustra een leerling was Daniël, en zodoende deze kennis uit de eerste hand had. Na het verschijnen van dit fenomeen, ging men op reis om de plek te vinden die zich recht onder het Zenit.",15 van de ster bevond en kwamen, zoals een oude traditie verteld, bij de David's "Bron van Bethlehem". Toen nu de magiërs zich hierin wilden verfrissen, zagen ze de ster reflecteren in het heldere water van de bron. Hier kwamen ze tot de conclusie dat ze bijna bij de plek waren en "verheugden zich zeer".16

Analyse
Als we deze hypothese beschouwen en toetsen aan de verschillende criteria, dan zien we toch een aantal zaken welke volledig weg geredeneerd worden. We hebben al eerder gesteld dat novae en zeker supernovae geen alledaagse verschijnselen zijn, zoals wordt beweerd. Dit feit kunnen we staven doordat pas sinds 1987, toen de supernova Sanduleak -69°202' verscheen, de wetenschap enigszins inzicht heeft verkregen in het verloop van supernovae.17 Het feit dat door zowel W. Papke als E.W. Bullinger een nova aangehaald die in 134 v.C. door Hipparchus is geobserveerd, en in zijn catalogus van 125 v.C. wordt genoemd,18 doet niets af aan de zeldzaamheid het bewijst eerder het tegendeel daar indien er vele novae zouden zijn, zij er wel een (of meerdere) hadden gekozen welke dichter bij de geboortedatum van Jezus Christus zou liggen. Dit hebben zij echter niet gedaan, waarom zal blijken uit onderstaande.

Ten tweede mag men verwachten dat als er inderdaad een (super)nova heeft geschenen en dan ook nog in het sterrenbeeld Coma Berenices, er in de Chinese of Babylonische kronieken hier iets over wordt bericht, dit is daarentegen niet het geval. De enige novae welke wel gesignaleerd zijn,19 voldoen niet aan de criteria, namenlijk het verschijnen in het sterrenbeeld Coma Berenices en het tijdstip. Onderzoek naar restanten heeft ook niets opgeleverd, men kan namelijk, zoals bij Tycho's ster is uitgelegd, aan de hand van de snelheid waarmee de buitenste schil van een ster wordt weggeblazen terug rekenen wanneer en waar de daadwerkelijke nova plaatsvond. Papke onderkent dit probleem ook en geeft de volgende reden: "Nu is er echter m.b.t. de jaren rondom de eeuwwisseling geen geschikte supernova overgeleverd, zodat we voor de oplossing hiervan een geheel nieuwe weg moeten inslaan".20 Als er al een nova was en genoteerd dan had Papke deze zeker wel genoemd om zijn hypothese te kunnen bewijzen, nu er echter (ook door hem!) geen gevonden zijn, wordt dit zeer belangrijke detail naar de achtergrond verschoven en komt men met de zwakke redenering dat men via een nieuwe theoretische weg deze hypothese moet onderbouwen.
Het enige argument wat men had kunnen gebruiken is dat deze supernova in een ander sterrenstelsel is geëxplodeerd (wat echter afbreuk doet aan het idee, dat deze nova precies in het zenit van ons melkwegstelsel te zien was), want dan kunnen we inderdaad geen restanten van de supernova meer terugvinden. Men heeft echter geen gebruik gemaakt van dit argument, ook wordt niet onderbouwd waarom de Chinezen of Babyloniërs deze supernova dan niet hadden gezien?

Ten derde moet er meer dan een nova aanwezig zijn geweest en wel in hetzelfde sterrenbeeld. Want in het Mattheüs-evangelie wordt immers gesteld dat ze hem 1) in het Oosten hadden gezien en 2) dat ze zich verheugden toen ze hem weerzagen. Als er al niet één geschikte nova gevonden kan worden, vergt het wel erg veel geloof dat er meerdere zijn geweest, die aan de aandacht van de wereld zijn ontsnapt. Blijkbaar was dit geboortekaartje aan de heidenen, niet gezien.21 Het enige argument, namelijk dat het om een 'recurrent nova' zou gaan wordt daarbij zelfs niet eens genoemd. Verder zal de genoemde blijdschap bij het weerzien van de ster dan of weggeredeneerd moeten worden, of totaal uit zijn verband moeten worden gerukt. Dit gebeurt dan ook er wordt vanuit gegaan dat de nova nog steeds scheen, tot het moment dat ze het huis hadden gevonden.22

Ten vierde wordt het oude verhaal aangehaald van 'Davids bron' waarin de magiërs de nova konden zien glinsteren daar deze op dat moment zich precies in het zenit recht boven hen bevond. Op het moment dat ze Christus vinden is deze 30° naar het westen, exact in het zenit, verschoven.23 Dit klopt niet met de geografische gegevens, Bethlehem ligt ten zuiden van Jeruzalem. Hoe kan de 'ster van Bethlehem' die zich recht boven hen bevind hun voorgaan. Anders gezegd men had wegens deze verschuiving naar het westen moeten gaan en niet naar het zuiden. Bovendien de magiërs zouden toch zeker het verschil hebben gezien tussen de dagelijkse loop van de sterren en zoals Mattheüs opmerkt dat de ster de magiërs voorging. Een nova, beweegt niet, hij verschijnt en verdwijnt, niets meer, niets minder.

Als laatste komt mij de volgende verklaring erg onwaarschijnlijk over, ik citeer: "Er was echter nog iets dat de Ster van Bethlehem de magiërs leerde. Als zij – en daarover bestaat bij mij [W. Papke] geen enkele twijfel – wisten dat de ster die symbolisch voor de komende verlosser stond niet 'nieuw' was, maar al eeuwenlang in de schoot van de hemelse Maagd aanwezig was, alhoewel onzichtbaar voor het menselijk oog,,...".24 Hoe was het mogelijk dat deze magiërs wisten wat de aard van een nova was, dus het feit dat hij helderder gaat schijnen, door een explosie, iets wat wij hedendaagse mens nog maar pas weten. Dit is nog verbazingwekkender als men beseft dat in al de Babylonische geschriften niets hierover wordt geschreven. Ook Bullinger geeft toe dat deze passage, namelijk dat er een nieuwe ster zou schijnen in het sterrenbeeld Coma Berenices, die daar symbolisch voor de komende verlosser stond, misschien niet authentiek was. Hij betoogd dat dit dan ook niet uitmaakt, daar als dit nu voor de geboorte van Christus was geschreven het profetisch zou zijn en als het daarna zou zijn geschreven het een historisch feit is.25 Dit is voor mij niet bevredigend en lijkt mij meer op een omgekeerde redenatie waarbij men tot elke uitkomst kan komen die van toepassing is. Nader kritisch onderzoek is dan ook van belang op dit punt.

Aantekeningen

  1. Zie in het hoofdstuk "Conjunctie Jupiter & Saturnus" voor een verdere uitwerking.; J. Kepler, "De Vero Anno Quo Aeternus Dei Filius Humanum Naturam Assumpsit", Frankfurt, 1614
  2. Niet te verwarren met kernsplijtingsreactoren, welke volgens het tegenovergestelde principe werkt. Bij kernsplijting worden zware atomen gesplitst in lichtere atomen waarbij veel energie vrijkomt, men verkrijgt dit door bv. uranium met neutronen te beschieten.
  3. R. Burnham Jr., "Burnham's Celestial Handbook" , New York, 1978, Vol. 1 p. 216-225. Deze honderdtal novae heeft dan met name betrekking op die welke niet met hulpmiddelen als een telescoop zijn gevonden, dus met het blote oog.
  4. R. Burnham Jr., ibid, Vol. 1 p. 26-29.
  5. J. Kepler, "De Stella Nova in pede Serpentarii", Praag, 1606
  6. R. Burnham Jr., ibid, Vol. 1 p. 508.
  7. R.H. Allen, "Starnames, Their Lore and Meaning", New York, 1963, p. 314. Mintaka (d Orionis) mag. 2.4, Alnilam (e Orionis) mag. 1.8 en Alnitak (z Orionis) mag. 2.5
  8. Astronomy, 1988, february, p. 8-21. "Most stars live a quiet life and die a quieth death. The fate of an individual star depends on the properties the star was born with and, most importantly, on the star's mass."
  9. Profetisch Perspectief, W. Papke, "Het Teken van de Messias", 1995, Vol.3 p. 37-40.; E.W. Bullinger, "The Witness of the Stars" , Grand Rapids, 1995, p. 38.
  10. W. Papke, "Das Zeichen des Messias", Bielefeld, 1995, p. 49.
  11. K.C. Fleming, "God's Voice in the Stars", New Jersey, 1981, p. 38.
  12. Profetisch Perspectief, W. Papke, Vol. 3 p. 38.; E.W. Bullinger, ibid., p 37-39.
  13. Lucas 1: 76-79; Jesaja 7: 14
  14. Profetisch Perspectief, W. Papke, Vol. 3 p. 40. Nb. Papke zelf verklaard dat de magiërs de supernova zagen in de schoot van de Maagd ERUA aan de westelijke horizon oplichten. [cursief door mij]
  15. Het Zenit is het punt dat zich recht boven de observator bevind, door meting van de hoek tussen de ster en het zenit kon men via een eenvoudige berekening bepalen hoever men ongeveer nog moest reizen. Deze stelling impliceert dat men op de hoogte was dat de Aarde rond is,. Dat men dit kon weten blijkt uit berekeningen van de Griekse astronoom Eratothenes (276-196 v.C.), welke de omtrek van de Aarde berekende.; C. Sagan, "Cosmos", Baarn, 1991, p. 23.
  16. W. Papke, "Das Zeichen des Messias", Bielefeld, 1995, p. 116; E.W. Bullinger ibid., p. 38. Het verhaal zelf wordt schitterend beschreven door Selma Lagerlof, "Christuslegenden" , in het verhaal "De Bron der Wijzen".
  17. Astronomy, 1988, february, p. 8. "The astronomers understand supernovae better now than when supernova 1987A exploded in the Large Magellanic Cloud one year ago."
  18. W. Papke, ibid., p. 48; E.W. Bullinger, ibid., p. 38.; R.H. Allen, ibid., p. 300, 364. Bullinger stelt abusievelijk dat deze nova in 125 v.C. in Coma Berenices verscheen. Dit moet natuurlijk zijn 134 v.C., verder was deze nova niet in Coma Berenices maar in het sterrenbeeld Scorpio zoals Papke terecht stelt.
  19. G.C. Molewijk, NRC Handelsblad, 20 december 1988. In dit artikel worden een aantal, niet nader genoemde, oosterse kronieken aangehaald, welke spreken over nova's die gezien zijn in 4, 5 en 7 voor Christus. Van twee is het niet zeker of het om een nova gaat , de derde verscheen in het sterrenbeeld Aquila.
  20. Profetisch Perspectief, W. Papke, Vol. 3 p. 37. In zijn boek "Das Zeichen des Messias" wordt dit probleem zelfs helemaal niet genoemd!
  21. Profetisch Perspectief, G. Bronkhorst, Vol. 3 p. 21.; Online Bible (Windows CD-rom), Mat2:2 (CAC Outline): "`we have seen his star in the east' There was no star for the Jews. The Gentiles got light in priority to the Jew."
  22. W. Papke, ibid., p. 116.
  23. W. Papke, ibid., p. 103, 116.
  24. Profetisch Perspectief, W. Papke, Vol. 3 p. 40.
  25. E.W. Bullinger, ibid, p 37.



  • Allen, R.H. , "Starnames, Their Lore and Meaning", Dover Publ, New York (USA), 1963 (1st ed. 1899).
  • Astronomy, 1988, february
  • Bronkhorst, G., in Profetisch Perspectief Vol. 3
  • Bullinger, E.W., "The Witness of the Stars", Grand Rapids, 1995
  • Burnham, Jr. R., "Burnham's Celestial Handbook", Dover Publications, Inc., New York, 1978.
  • Fleming, K.C., "God's Voice in the Stars", New Jersey, 1981
  • Kepler, Johannes, "De vero anno quo aeternus Dei Filius humanam naturam in utero benedictae Virginis Mariae assumpsit", Tip. G. Bringer, Frankfurt 1614
  • Kepler, Johannes, "De Stella Nova in Pede Serpentarii", Prague, 1606, in Opera Omnia vol. II edited by C. Frisch (Frankfurt, Heyder & Zimmer) p. 598; 603-604 (1859).

  • Papke, W., "Das Zeichen des Messias", Bielefeld, 1995
  • Papke, W., "Het Teken van de Messias", in Profetisch Perspectief1995, Vol.3
  • Zie ook mijn literatuurlijst onder: Kometen, Novae en Supernovae

Astrologie en de Bijbel (2)

De vorige keer is het ontstaan van astrologie en enkele achtergronden behandeld, dit naar aanleiding van een boek uitgegeven door Bullinger.

Deze keer wil ik ingaan wat de Bijbel zegt over astrologie. De Bijbel spreekt hier niet uitvoerig over, maar wat het erover zegt is bijna altijd negatief. De enige positieve, of beter gezegd neutrale, verwijzing is die van de 'Magoi' die de "ster" van het kind Jezus zagen. Het woord Magoi kan men vertalen als astrologen. En het is mogelijk, dat zij geinformeerd waren door de profetieën uit de Bijbel over de komst van de Verlosser. De huidige hypohese is dat deze 'ster' een conjunctie van planeten was. Het feit dat God hierdoor sprak wil nog allerminst zeggen dat hiermee astrologie gelegaliseerd is (God sprak ook eens door de ezel van Bileam! Daarom is het nog niet zo dat alle ezels spreken).
Aan de andere kant is de Bijbel zeer duidelijk in zijn waarschuwingen tegen astrologen en andere practiserenden van toekomst voorspellen. Jesaja 47:13 zegt tegen de astrologen" "zij die de hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u zullen komen. ... het vuur zal ze verbranden". In 2 Koningen 17: 16 wordt verhaalt van de Israelieten die vervallen in de aanbidding van alle heir des hemels en wat kwaad was in de ogen des Heren. In vers 30 worden zelfs een aantal sterrenkundige objecten genoemd welke worden vereerd:
  • Sukkoth Benoth: (Hebr. Tenten van de dochters) Venus, normaal wordt hiermee bedoeld tenten waar prostituees hun diensten aanboden t.b.v. de stergoden
  • Nergal; (Hebr. Held is gelijk aan de Babylonische Marduk) Mars, der oorlogsgod, wordt ook wel het sterrenbeeld Sagitarius mee bedoeld.
  • Ashima: een leeuwachtige verschijning wordt vaak de Zon mee bedoeld (cf. het is een afgeleide van het Hebreeuwse woord Shamaim, de hemel)
  • Nibhaz: (Hebr. de blaffende), zeer waarschijnlijk de ster Sirius.
  • Tartak: (Hebr. Prins van de Duisternis) de vaste sterren, waar de planeten langs bewegen.

Andere verwijzingen naar astrologische verering van sterren kan men vinden in Amos 5:25-27 en Handelingen 7:42. Hierbij moet men in het achterhoofd houden, dat dit ten zwaarste verboden was (Deut. 4: 19; 17: 3; Job 31:26 "Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan en de sterren, des hemels gansche heir; en wordt aangedreven, dat gij voor die buigt, en hen dient.") Ook een Jeremia (10: 2) waarschuwde de mensen om niet bang te worden van de tekenen aan de hemel, zelfs als de anderen dat wel doen. Tot slot dient Daniel genoemd te worden die leefde gedurende de Babylonische ballingschap en daar de reeds eerder behandelde astrologen tegen kwam. Belangrijk is de afwijzing die hier tegen deze praktijken wordt genoemd: "De verborgenheid, die de koning eist, kunnen de wijzen, de sterrenkijkers, de tovenaars en de waarzeggers de koning niet te kennen geven." (Dan. 2: 27)

Een volgende keer wil ik ingaan op de moderne astrologie en of dit een wetenschap is.

donderdag, december 15, 2005

Astrologie en de Bijbel

Astrology: This is the excellent foppery of the world: that when we are sick in fortune-often the surfeits of our own behaviour-we make guilty of our disasters the sun, the moon, and stars, as if we were villains on necessity, fools by heavenly compulsion, knaves, thieves, and treachers by spherical predominance, drunkards, liars, and adulterers by an enforced obedience of planetary influence. . . . An admirable evasion of whoremaster man, to lay his goatish disposition on the charge of a star!
William Shakespeare, poet. Edmond, in King Lear, act 1, sc. 2.

Als vervolg op mijn vorige blog, hier een kort overzicht wat de Bijbel zegt over astrologie. De vorige keer was al geconstateerd dat er de laatste tijd steeds meer artikelen verschijnen in diverse boeken en tijdschriften, met als thema dat het "Evangelie in de Sterren" is te lezen. Veel van deze artikelen geven een theologisch aandoende beschrijving wat er aan de sterrenhemel is te zien. In advertenties die deze boeken aanprijzen kan men omschrijvingen vinden als "Dit boek geeft een schitterende uiteenzetting van bijbelse waarheden aan de hand van de sterren en de sterrenbeelden." Daar dit nogal verbazingwekkend is en erg naar een christelijke variant riekt van astrologie hier een hoofdstuk wat de Bijbel werkelijk zegt over astrologie en sterrenwichelarij.

Onder astrologie wordt verstaan “de leer van de invloed der hemellichamen op het lot en de aanleg van de mensen” een tweede betekenis is “de kunst van het opstellen van horoscopen”. Astrologie is een zeer oude kunst, en komt in iedere cultuur voor, waar ook veel aandacht werd besteed aan astronomie, als voorbeelden noem ik de Babyloniërs, Perzen, Grieken, Romeinen, Egyptenaren, Chinezen en Indiërs. Men moet dan ook stellen dat astronomie en astrologie in eerste instantie één wetenschap was, we zullen merken dat pas in latere tijden scheiding tussen deze twee begrippen ontstond. Bij sommige culturen was zij verweven met hun stergodsdienst (= astrolatrie).

Eind 19de eeuw werden diverse boeken geschreven die pretendeerden dat het Evangelie in de sterren kon worden gelezen. De meest bekende zijn "Witness of the Stars" door E.W. Bullinger en "The Gospel in the Stars" door Joseph A. Seiss. Aanhangers van deze theorie, zich baserend op teksten als "de hemelen Gods eer vertellen" (Psalm 19:2a), en dat God "het getal der sterren kent; Hij noemt ze alle bij namen" (Psalm 147:4) , stellen dat God's hele verlossingsplan terug te vinden is in de diverse sterrenbeelden van de Dierenriem en dat de geschiedenis van de mensheid en van Christus begrepen kan worden uit de sterrenbeelden. Op basis van de hierboven genoemde twee Bijbelteksten vragen ze zich af hoe deze sterren dan Gods eer kunnen vertellen. De schrijvers zien een profetische betekenis in de namen van de sterren en de situering van de sterren aan de hemel (Bullinger p.8).

De vorige keer is al gesteld dat deze schrijvers een verkeerde interpretatie gaven aan deze namen en dat de profetische conclusie niet correct is en dat bij het bestuderen van deze seculiere bronnen men dus zeer kritisch moet zijn en de diverse seculiere bronnen niet moet verwarren met hetgeen in de Bijbel staat. Bovendien de waarschuwing dat wij constant in het achterhoofd moeten houden dat God de Schepper is van deze hemellichamen.

Alvorens we ingaan wat er in de Bijbel over astrologie staat, zal eerst een overzicht worden gegeven hoe de astrologie zoals wij die kennen is ontstaan. Het heeft zijn oorsprong bij de Babyloniers. De oudste vermeldingen van astrologie komen uit Mesopotamië en zijn meer dan 4500 jaar oud, het gaat hier dan om een zekere koning Nimrod die tegen God vecht. Dit verhaal wordt zowel in de Bijbel (Genesis 10) als in de Gilgamesh genoemd. Pas in de zevende eeuw voor Christus zien we een eerste beschrijving van astrologische betekenissen, hoewel de nadruk voornamelijk op de astronomische kant lag en op de verering van de sterren. In de Bijbel (2 Koningen 17:16, 30) wordt een beschrijving gegeven dat de Babyloniers bogen "voor alle heir des hemels" en dat zij goden maakten die werden geplaatst in "de huizen der hoogten" ofwel Zigguraths, dit zijn een soort trappiramides waarop men de sterren (=hun goden) observeerden. De Toren van Babel was zo'n Ziggurath (Genesis 11: 4). Vaak stonden erop zo'n Ziggurath heilige bomen, die daar bijvoorbeeld ter ere van Ashtoreth stonden, ook hiervan vinden we voorbeelden in de Bijbel (2 Koningen 23:7, 15).

Om enig inzicht te krijgen hoe men toen dacht zal een aantal astrologische voorbeelden worden geven uit deze periode:

  • Over de droogte in de zomer toen Sirius scheen zei Homerus (850 v.C.) “De helderste ster (= Sirius), als teken voor sterfelijke mensen, een duivelse voorspeller.”, over deze ster wordt verder geschreven door Manilius (1ste eeuw n.C.) “van zijn natuur vloeien de meest verschrikkelijke krachten, die beneden (= de Aarde) regeren.” De astronoom Geminos (77 v.C.) had een beter beeld van de situatie en schreef “In het algemeen wordt geloofd dat Sirius de hitte veroorzaakt van de hondsdagen; maar dit is fout, daar de ster meer het seizoen markeert van het jaar wanneer de hitte van de zon op zijn grootst is.”
  • De ster Regulus (α Leonis) nu is de helderste ster in Leo en het geloof was dat deze als Sharru (= Babylonisch “de koning”), de hemelse zaken regelde en onder zijn gesternte werden koningen geboren.
  • Hippocrates (460?-377 v.C.) zei over de Pleïaden “in de herfst, en onder de Pleïaden, sterven velen” in verband met de griep en andere ziekten die dan beginnen.
  • Vergilius (70-19 v.C.) zegt over het sterrenbeeld Hydra “Wanneer de Poel verdroogt van hitte, de akkers splijten, Dan springt de Waterslang op ‘t land, om toe te bijten, Slaat roode blikken op, en glipt, van dorst verwoed, En razende van brand, vervaarlijk in dien gloed, Langs veld en akkers heen."
Uit bovengenoemde voorbeelden blijkt dat een groot deel van de astrologische waarden gekoppeld zijn aan het seizoen wanneer het sterrenbeeld opkomt.

In het Westen is de astrologie voornamelijk overgenomen uit de Arabische geschriften (die dit weer van de Grieken hadden overgenomen) en men ziet met name in de eeuwen tot de Renaissance een duidelijke verweving met andere wetenschappen als astronomie, wiskunde en filosofie. Een goed voorbeeld over de vermenging van de astrologie met de geneeskunst blijkt uit hetgeen de 14de eeuws Engelse dichter Geoffrey Chaucer over een dokter schrijft:

“Daar staat geen mens met hem op éne lijn. In artsenijenkunde en chirurgie, Want hij wist alles van astrologie. Door observaties van het firmament Vond hij de juiste kuur voor elke patiënt. ‘t Was door magie dat hij de ziekte keerde Met hulpe van het beeld dat hij formeerde.”
In die periode hechtte men veel waarde aan de astrologie en men dichtte verschillende krachten toe aan de diverse planeten:
  • Mercurius, verwekt in de wereld twist, strijd, haat en oproer. Hij geeft ook kracht om vermogen te verwerven, schatten op te hopen, rijkdom en voorraad te verkrijgen. Bovendien is hij het gesternte van verstand en wijsheid.
  • Venus, brengt in de wereld rust, vrede, lust, blijdschap, gezang, gejuich en de vreugdebedrijven der bruiloftsfeesten. Zij bevorderd de rijpheid van vruchten en andere gewassen.
  • Mars, verwekt oorlog, moord en verdelging. Hij veroorzaakt pestziekten, hij maakt het vochtige jaargetijde droog; door hem ontstaat hongersnood, vuurbraking, donder, hagel en doodslag.
  • Jupiter, is het gesternte der welwillendheid en liefde. Hij bevorderd de groei van alle gewassen en vruchten. Maakt einde aan oorlog, vijandschap en twist.
  • Saturnus, verwekt naar zijn bestemming oorlog, roof, gevangenschap en hongersnood; verwoest landen en rukt koninkrijken omver.

Dat de andere planeten niet genoemd worden, komt omdat deze toen nog niet ontdekt waren. Bij de voortschrijdende ontwikkelingen, gaat men echter steeds meer scheiding zien tussen astrologie en astronomie. Waar we bij Newton nog astrologische studies als curiositeit vinden, zien we bij latere wetenschappers zoals Halley hier nauwelijks iets van terug. De astronomie is tot wasdom gekomen en de astrologie wordt bezien als bijgelovige sterrenwichelarij. In een aantal spreuken en gezegden zien we nog een aantal restanten: iemands ster gaat op (onder), een ster in de lucht! (waarschuwing dat de politie in aankomst is), hij is onder een (on)gelukkig gesternte (of planeet) geboren. De stoute is Venus gunstig, aan Venus offeren (wellustig in de liefde). Het staat in de sterren geschreven.

In de laatste helft van onze eeuw krijgt de astrologie een nieuw aspect, een religieuze beweging die New Age wordt genoemd gaat de moderne astrologie beheersen en is gefascineerd door het magische jaar 2000. Zij gaan er van uit dat het mensdom zich bevindt op een keerpunt in de wereldgeschiedenis. Door de precessie komt de zon nu langzamerhand op in het sterrenbeeld Aquarius. Er komt volgens hen een Nieuwe Tijd (New Age), waarin het Christendom, het tijdperk Pisces, de boventoon voerde, voorbij is. één van de belangrijkste (astronomische) kenmerken van deze beweging is dat er verschillende wereld-tijdperken zouden zijn. De idee van wereldtijdperken is niet een nieuwe vinding, want deze wordt reeds in de Germaanse sagen genoemd, waar na de godenschemering of Ragnarok, een periode van oorlog, een nieuwe aarde met vrede komt. Ook de Azteken meenden dat er al 4 wereldtijdperken waren geweest en een vijfde op komst was. En zo zijn er meerdere volken in het verleden geweest die deze denkwijze hadden. De New Age beweging heeft deze slechts samengevoegd in een nieuw jasje en opnieuw de wereld ingebracht.

Een volgende keer zullen we dit onderwerp verder uitdiepen.

woensdag, december 14, 2005

Het getuigenis der sterren

Enige dagen geleden behandelde ik in de reeks over de Ster van Bethlehem, de hypothese Coma Berenices. Toen had ik beloofd om verder in te gaan op het boek van E.W. Bullinger "Het Getuigenis van de Sterren". Dit boek geeft een theologisch aandoende beschrijving wat er aan de sterrenhemel is te zien. Of zoals het op de achterkant staat: "Dit boek geeft een schitterende uiteenzetting van bijbelse waarheden aan de hand van de sterren en de sterrenbeelden." In de Bijbel lezen we hoe "de hemelen Gods eer vertellen" (Psalm 19:2a), en dat God "het getal der sterren kent; Hij noemt ze alle bij namen" (Psalm 147: 4).

Op basis van deze twee stellingen vraagt de schrijver zich af wat die namen dan wel zijn en hoe die dan Gods eer kunnen vertellen. Hij ziet een profetische betekenis in deze namen en de situering van de sterren aan de hemel (p.9) Maar alvorens wij een profetische betekenis kunnen geven, is het van belang of wij kunnen bepalen welke namen God aan de sterren heeft gegeven, en de schrijver verwijst dan naar bekende Bijbelgedeeltes als Job 9 en Job 38 waar een aantal benamingen van sterren of sterrenbeelden wordt gegeven (p. 17). Echter er zijn met het blote oog ruim 3000 sterren zichtbaar terwijl in de Bijbel slechts een handvol worden genoemd, zelfs de sterrenbeelden waarvan er ongeveer 90 zijn worden niet allemaal genoemd. Om deze namen dus te achterhalen moet de schrijver dus wel andere seculiere bronnen op na slaan.

Nu is het gros van de huidige sterrennamen afkomstig van de Arabieren of de Grieken. Sommige van deze namen zijn weer afgeleid van oudere namen die de Babyloniërs en Sumeriërs deze sterren hebben gegeven. De benaming van de Arabieren en de Grieken hadden voornamelijk tot doel als navigatiehulp voor hun reizen, hetzij in de woestijn hetzij op zee, vandaar dat veel sterrenbeelden betrekking hebben op Griekse mythes (dat was nl. gemakkelijker te onthouden). Het is zelfs zo dat verschillende sterrenbeelden samen weer een groep vormen die samen een mythe vormen. Bijvoorbeeld het sterrenbeeld Perseus is gesitueerd in de buurt van Andromeda die hij moest redden van het watermonster Cetus, zelfs de ouders van Andromeda, koning Cepheus en koningin Cassiopea komen voor als sterrenbeelden, terwijl de ster Algol ( Persii b ) in connectie wordt gebracht met het hoofd van de verschrikkelijke Medusa. De Babyloniërs en Sumeriërs daarentegen bedreven astrolatrie (het aanbidden van hemellichamen zoals de Zon, Maan en planeten) vermengd met een grote dosis astrologie. In de Bijbel zien we dan ook verschillende van deze sterrengoden genoemd (2 Kon 17:30) en de waarschuwing dat deze NIET aanbeden mogen worden (2 Kon 17:16). In Jesaja 47:13 wordt tegen deze astrologen het volgende gezegd "zij die de hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u zullen komen. ... het vuur zal ze verbranden".

Dus bij het bestuderen van deze seculiere bronnen moet men zeer kritisch zijn en de diverse seculiere bronnen niet verwarren met hetgeen in de Bijbel staat. Bovendien moeten wij constant in het achterhoofd houden dat God de schepper is van deze hemellichamen.

E.W. Bullinger heeft het boek netjes opgedeeld in verschillende hoofdstukken die allemaal gaan over een bepaald sterrenbeeld. Helaas blijkt dat hij de diverse astronomische vaktermen door elkaar haalt, zo stelt hij (p. 43) dat het sterrenbeeld Coma (Berenices) op oude Dierenriemen wordt weergegeven. De Dierenriem ofwel de Zodiak zijn die sterrenbeelden waar de Zon, Maan en planeten doorheen trekken. Gezien de locatie aan de hemel, is het absoluut onmogelijk dat dit sterrenbeeld onderdeel uitmaakt van de Dierenriem. Een ander voorbeeld betreft de Ster van Bethlehem (p.47), hij geeft aan dat in 125 v.C. een nieuwe ster verscheen, hij bedoelt een supernova. Echter een supernova is geen nieuwe ster maar juist het einde van een ster, dit blijkt ook dat supernovae na een aantal dagen tot weken zwakker worden en uiteindelijk helemaal onzichtbaar worden. Blijkbaar kende Bullinger dit feit niet in tegenstelling tot de toenmalige astronomen!

In ieder hoofdstuk worden de vele namen van sterren genoemd en tot mijn verbazing bijna allemaal herleid naar een Hebreeuws woord. Vreemd genoeg blijkt dat deze benamingen bijna altijd strijdig zijn met de gangbare betekenis. De vraag is dan ook gerechtigd welke bronnen de schrijver hanteerde en waarom astronomen als L. Ideler, G. Schiaparelli en R.H. Allen, allen tijdgenoten en de eerste twee bovendien christenen deze bronnen niet hadden? Hoe komt het dat deze astronomen tot andere conclusies komen en deze ook heden ten dage nog steeds niet weerlegd zijn?

Voor alle duidelijkheid zal ik een lijst geven van enige sterren met hun betekenis:

Ster

Betekenis volgens Bullinger

Bijbeltekst

Echte betekenis

Achernar (Eridanus)

Het laatste gedeelte van de rivier (van vuur)

2Tes.1:7-8; Nah.1:5-6

afk. van Al Ahir al Nahr = Het einde van de rivier (Ar.)

Aldebaran (Taurus)

De Gouverneur

Ps. 22:28; Zach.9:7

van Al Dabaran = de volgeling (Ar.) nl. van de Pleïaden

Alioth (Ursa Major)

Schaap, Zonde-offer

Lev.16:15,27

Van Al Hawar (Ar.) Het wit van het oog

Altair (Aquila)

De gewonde

Ps.38:2,10; Jes.53:5

afk. van Al nasr al Taïr = de vliegende adelaar (Ar.)

Antares (Scorpio)

Verwonden

Jes. 53:5; Zach.13:6

Van gelijk aan, of rivaal van Ares (=Mars) (Gr.)

Arcturus (Boötes)

Hij komt

Ps. 96:13

Berenhoeder (Gr.)

Bellatrix (Orion)

Snel vernietigend

Ez.28:16

De vrouwelijke vechtster (Gr.)

Betelgeuze (Orion)

De Spruit die komt

Jes.4:2; Mal. 3:1-2

afk. van Ibt al Jauzah = de oksel van Jauzah (Ar.)

Canopus (Argo Navis)

Het bezit van Hem Die komt.

Jes. 60:4-9

Roer (?) (Gr.)

Capella ( Auriga)

Vrouwelijke geit

Ez. 37:22-24

Vrouwelijke geit (Lat.)

Castor (Gemini)

Richter

Hand.7:27,35; Deut.18:15

Bever (Gr)

Deneb (Cygnus)

De rechter

Ps.9:8

Afk. van Al Dhanab al Dajajah (Ar.) = De staart van de krab

Fomalhaut (Pisces Australis)

Mond van de Vis


Mond van de Vis

Pollux (Gemini)

Hij die komt om te lijden

1Petr.1:11; Ps. 22

van Polydeuces = veel zoete wijn (Gr.)

Procyon (Can. Minor)

De redder

Jes.59:19-20; Jes.49:24-26

Voor de hond (Gr.) cf. het latijnse equivalent Antecanis

Regulus (Leo)

Onder de voeten vertrappen

Jes.63:3; Gen.3:15

Afgeleid van Rex, zo genoemd door Copernicus

Rigel (Orion)

De voet die verplettert

Gen.3:15

afk. van Rijl Jauzah al Yesra = Linker voet van de Jauzah (Ar.)

Sirius (Canis Major)

Prins

Jes. 9: 6

De schitterende (Arabisch)

Spica (Virgo)

De Spruit

Zach.3:8; 6:12

Korenaar (Lat.)

Vega ( Lyra)

Hij zal worden verheven

Jes. 52: 13)

De woestijn (Ar.)

Sommige benamingen kwamen pas eeuwen nadat de Bijbel was geschreven in zwang, zoals Regulus. Andere zoals Coma Berenices is zelfs duidelijk door wie deze benaming is gegevens en wanneer, namelijk door de Griek Conon in het jaar 243 v.C. ter ere van de vrouw van Euergetes. De opmerking van Bullinger (p.45) dat dit sterrenbeeld niet voorkomt op de dierenriem van de tempel van Dendera (Egypte) is dan ook volkomen correct, daar dit sterrenbeeld toen nog niet bestond. Coma is Grieks en de betekenis in het Nederlands is "Haar van Berenices", de betekenis die Bullinger er aangeeft (p. 43) "Begeerde" van het Hebreeuws "chamad" is dan ook klinkklare onzin. Het "concrete bewijs … dat dit een verdraaiing is" door erop te wijzen dat "een oude Egyptische naam voor dit sterrenbeeld Shes-nu, de begeerde zoon!" is stuit op een aantal problemen: Ten eerste noemden de Egyptenaren deze plek "De vele sterren".

Op bovengenoemde manier kunnen vele woorden opnieuw worden uitgelegd, beter is om ons zelf de vraag te stellen, dat als we al moeten twijfelen aan de betekenis die Bullinger geeft aan de diverse sterren en sterrenbeelden, wat we van de "profetische betekenis" moeten denken.

De uitgeefster van de Nederlandse uitgave schrijft al in het voorwoord dat ze de vrijheid hebben genomen om sommige te gedateerde zaken weg te laten. Als men deze uitgave met het origineel vergelijkt dan blijkt dat er een compleet hoofdstuk is weggelaten nl. "For Signs and for Seasons" in dit hoofdstuk worden diverse berekeningen gemaakt gekoppeld aan allerlei datums om zo te laten zien dat er een koppeling is tussen gebeurtenissen op Aarde en de bewegingen van sterren. Waar nodig wordt zelfs gebruik gemaakt van Gematria het rekenkundige onderdeel van het occulte Kabbalah. Door dit soort berekeningen kunnen sommige gebeurtenissen heel profetisch lijken maar in werkelijkheid wordt hier een vorm van astrologie gehanteerd. De uitgeefster kan dan wel onder het mom van "gedateerd" zo'n hoofdstuk weglaten, maar het geeft wel aan dat "Wat echter blijft staan, is een schitterende uiteenzetting van bijbelse waarheden aan de hand van de sterren" niet helemaal de waarheid is. De Bijbel geeft aan dat je geen astrologie mag bedrijven, dit valt niet te omzeilen door er een christelijk sausje om heen te doen en sommige erg choquerende zaken maar te verdoezelen. Astrologie is geen getuigenis van de sterren, maar een occulte afgodendienst aan sterren.

Als christenen mogen wij zeker naar Gods wonderlijke schepping van sterren kijken en hoe meer je er van ziet en leert hoe meer je tot het besef komt hoe groot God is, dat is het getuigenis van de sterren.

Helaas zijn er de afgelopen tijd verschillende schrijvers geïnspireerd geraakt door deze voorloper van de New Age beweging, ik kan dan ook alleen maar naar aanleiding van bovenstaand schrijven concluderen, om zeer nauwkeurig dit soort boeken te onderzoeken met de Schrift erbij. Daarnaast blijkt hoezeer het nodig is om ook diverse woordenboeken te hanteren, daar gebleken is dat deze schrijvers op zeer handige manier woorden transponeren naar een andere taal en pas dan gaan beginnen met vertalen.

Literatuur

    • R.H. Allen, "Starnames, their Lore and Meaning", New York, 1963.
    • R. Burnham, "Burnham's Celestial Handbook", Dover, New York, 1978.
    • Brouwer, J.C., "Het geheim van de sterren", Vision Evangelische Uitg., Groningen, 1999.
    • Bullinger, E.W., "The Witness of the Stars", Grand Rapids, 1995
    • Rabbi J.C. Dobin, "The astrological secrets of the Hebrew Sages", Inner Traditions Int. Ltd., New York, 1977.
    • Fleming, K.C., "God's Voice in the Stars", Loizeaux Brothers Inc., USA, 1981.
    • Gesenius, "Hebrew-Chaldee Lexicon to the Old Testament", Baker Book House, Grand Rapids, 1991.
    • Gilbert, A.G., "Wie waren de Wijzen uit het Oosten?", Fibula, Houten, 1997.
    • R. Graves, "The Greek Myths", Middlesex, 1955.
    • L. Ideler "Untersuchungen über den Ursprung und die Bedeutung der Sternnamen", Berlijn, 1809.
    • Papke, W., "Das Zeichen des Messias", Bielefeld, 1995.
    • W. Schadewaldt, "Die Sternsagen der Griechen", Fischer Bucherei, Hamburg, 1956.

dinsdag, december 13, 2005

Castor & Pollux

When wintry tempests o'er the savage sea
Are raging, and the sailors tremblingly
Call on the Twins of Jove with prayer and vow...

Shelley, "Poetical Works", 1839
Homer's Hymn to Castor and Pollux

Castor & Pollux zijn de twee helderste sterren van het sterrenbeeld Gemini, de tweelingen. Naast een hypothese dat hiermee de Ster van Bethlehem wordt bedoeld, is er ook in Handelingen 28 een passage waar een Alexandrijns schip de naam van deze twee hebben.

Het Alexandrijnse schip had blijkbaar te Malta overwinterd en met dit schip ging Paulus, na de schipbreuk, het laatste stuk naar Rome maken. De naam of beter gezegd het scheepsmerk waar het schip onder voer was die van de Dioscuren. Dat het in die tijd gewoon was om afgoden op de boeg te hebben blijkt uit een beschrijving van de Griekse satiricus Lucianus van het schip de Isis, een Romeins graanschip dat hij in 150 n.C. in Piraeus zag liggen. Hierin vermeld hij dat de hekbalk (=achtersteven) eindigde in de kop van de heilige gans van Rome en dat de boegbalk de beeltenis droeg van de godin Isis.

Theologisch bekeken moet dit zeer zeker een nieuwe beproeving zijn geweest voor de apostel Paulus, temeer daar het de gewoonte was om offers te brengen aan de beschermgoden die op de boeg waren bevestigd. In het gedicht van Mrs. Shelley, welke ook hierboven al is aangehaald, wordt nog eens duidelijk aangegeven dat de Dioscuren Castor en Pollux de beschermgoden waren van de zeelieden. Dat ze verder werden aanbeden, niet alleen door gebed, maar ook door offers:

"Call on the Twins of Jove with prayer and vow,
Gathered in fear upon the lofty prow,
And sacrifice with snow-white lambs..."

Het doel van deze gebeden en offers moge duidelijk zijn in de rest van het gedicht:

"Fair omen of the voyage; from toil and dread
"The sailors rest, rejoicing in the sight,
"And plough the quiet sea in safe delight.

Hoe Paulus' reactie is geweest weten we niet. Duidelijk is wel dat de zeelieden de Dioscuren in grote mate vereerden en dat het teken van deze goden, nl. het "St. Elmes vuur" regelmatig te zien zal zijn geweest op de masten en de touwen van de toenmalige schepen. Een leuk detail is dat eeuwen later op Malta het fort St. Elmo, te Valletta, werd gebouwd (1481-1551), welke genoemd was naar de patroonheilige van de zeelieden uit die tijd: Sint Erasmus (=St. Elmes).

Castor en Pollux
Castor en Pollux van het sterrenbeeld Gemini (=Tweeling) vormen een prominent paar aan de hemel; Castor is de noordelijke ster en de iets zwakkere van de twee, schijnt met een diamant witte kleur in contrast met heldere gouden tint van Pollux.


Het schitterende paar heeft sinds lange tijden ten toon gestaan als de "hemelse tweeling". In Griekse legendes waren zij de zonen van Leda en Zeus, en worden in diverse geschriften de "Tweeling Laconian Sterren", de Spartaanse tweelingen, de Ledaean Lichten of de Ledaean sterren, de Gemini Lacones of de Geminum Astrum genoemd. De Romeinse dichter Manilius noemt ze in zijn Astronomica, welke waarschijnlijk gedicht is ten tijde van de regering van keizer Augustus, Phoebi Sidus verwijzend naar de legende dat de tweelingen onder bescherming stonden van de god Apollo; in andere oude Latijnse geschriften worden zij genoemd de Ledaeum Sidus of de Ledaei Juvenes. In Rome werden zij de Dioscuri, de zonen van Zeus, genoemd en werden vereerd als bewakers van de eeuwige stad.
In de Griekse wereld daarentegen werden Castor en Pollux vooral vereerd door de zeelui, en waren ze betrokken bij de bescherming tegen de stormen en andere gevaren van de zee. In het verhaal van de Argonauten spelen ze dan ook een belangrijke rol.

Het St. Elmes vuur
De electrische gloed welke soms te zien is in de masten en wanden van een schip tijdens stormachtig weer, wordt vaak het St. Elmes vuur genoemd en werd in klassieke tijden vaak geassocieerd met de leidende geest van de tweelingen, om die reden ook wel de Ledaean Lichten genoemd. In de Middeleeuwen werden ze vaak "corposanters" genoemd.

Het St. Elmusvuur wordt doorgaans 's nachts waargenomen, bij onweer en sneeuw- of hagelbuien, of kort daarop. Men ziet dan gekleurde bibberende vlammetjes op masten, stangen, vliegtuigvleugels, striken. Dit verschijnsel duurt normaal enkele minuten. Het ontstaat door een coronale ontlading, als de elektrische veldsterkte in de lucht een bepaalde drempelwaarde overschrijdt. Het St. Elmusvuur is bij veel alpinisten zeer bekend omwille van het typische geluid dat ermee gepaard gaat. Als de coronale ontladingen boven op scherpe bergtoppen krachtig genoeg is, hoort men een gezoem als van bijen.

  • E.M. Blaiklock, "The Acts of the Apostles", Grand Rapids (Michigan), 1977, p.190.
  • Burnham, Jr. R., "Burnham's Celestial Handbook, Vol.2", Dover Publications, Inc., New York, 1978.
  • R. Graves, Greek Myths", Middlesex, 1955, ? 22.2, ? 36.1.
  • OnlineBible 6.0, Strongnr. 2148
  • Pictorial Encyclopedia of the Bible Vol. 2, p. 418
  • Prevenslik, T.V., "Sprites, St. Elmo's Fire, And Ball Lightning", Greenburg Court, Discovery Bay, Hong Kong;
  • Dr. B. Wielinga, "Van Jeruzalem naar Rome", Kampen, g.j., dl. 3 p. 411-414

maandag, december 12, 2005

Ster van Bethlehem: Mira Ceti

Mira (ο Ceti) is een variabele ster, in het sterrenbeeld Cetus (=de Walvis) en is goed zichtbaar met het blote oog op zijn maximum en in 1596 ontdekt door de dominee en amateur-astronoom David Fabricius1 (1564-1617). De astronoom Costantino Sigismundi2 overwoog tijdens een studie naar deze ster of de "Ster van Bethlehem" niet een mogelijke vermelding was van de allereerste observatie van Mira. Het bleek dat Mira voldeed aan een aantal basisvereisten zoals deze in beschreven door Mattheüs, nl. Mira was op zijn minst 2 keer zichtbaar na een bepaalde tijdsinterval waarna hij onzichtbaar werd. Verder bleek dat Mira in de buurt was (15º) van de drievoudige conjunctie van Jupiter en Saturnus van 1º welke plaats vond in de jaren 7-6 v.C. en het zou herkend kunnen zijn als de nieuwe ster, 'aliquid novi', welke Kepler overwoog in zijn hypothese over de conjunctie als "Ster van Bethlehem".3 Mira kon door antieke astronomen, zoals de Magiërs, waargenomen zijn, als zij de desbetreffende conjunctie bestudeerden. De ontdekking van Mira in 1596 en zijn tweede observatie 12.5 jaar later gebeurde onder gelijke omstandigheden toen slechts op een afstand van 20º was.

In zijn vooronderstellingen gaat Sigismondo4 uit van 2 punten:

  • De ster moet zichtbaar zijn geweest met het blote oog, maar niet zo helder dat deze feller was dan de overige sterren daar deze anders ook gemakkelijk kon worden opgemerkt door Herodes, de priesters en andere geleerden.
  • De ster moet na een tijd te zijn verdwenen weer opnieuw zichtbaar zijn.
  • De hypotheses van Kepler

    Zoals beschreven in het hoofdstuk "Conjunctie Jupiter en Saturnus" was er in de jaren 7-6 v.C. een drievoudige conjunctie tussen de planeten Jupiter en Saturnus. Deze bizondere samenstand van de planeten duurde 8 maanden in het sterrenbeeld Pisces (=Vissen).

    Johannes Kepler5 stelde dat koning Herodes stierf in 4 v.C., dit baserend op zijn berekeningen van een maansverduistering welke volgens de historicus Flavius Josephus6 net voor Pasen zichtbaar moest zijn geweest, en verwijzend naar het bevel van Herodes om alle kinderen tot 2 jaar oud te vermoorden, kwam Kepler op de jaren 7-6 v.C. als een geschikte datum van de geboorte van Jezus.

    Hij stelde dat de Ster van Bethlehem 'aliquid novi' (='iets nieuw') was in toevoeging van die drievoudige conjunctie, net zoals wat hij zag in 1604 bij de supernova in Ophiuchus.7 Dankzij zijn observaties ontdekte hij deze supernova in Ophiuchus, welke tegenwoordig zijn naam draagt, tijdens een nauwe planetaire conjunctie tussen Jupiter, Saturnus en Mars. In zijn cosmologische visie waren beide nieuwe sterren, de supernova en de ster van Bethlehem, een gevolg van deze planetaire conjunctie.
    Hierbij moeten we bedenken dat men in de 17de eeuw een ander beeld had van de sterrenhemel en dat in de toenmalige opvatting deze visie een zeer plausibele wetenschappelijke hypothese was. De 'magoi' konden astronomen zijn die zorgvuldig deze drievoudige conjunctie bestudeerden, welke reeds van te voren voorspeld was, om zodoende nauwkeuriger parameters van hun modellen van planetaire bewegingen te verkrijgen. In dit kader was alleen de "aliquid novi" een motivatie voor de Magoi om op reis te gaan, althans volgens Kepler; de bestudering van een planetaire conjunctie vereist geen specifieke observatieplaats noch kan deze worden verward met een enkele ster, zoals vermeld in het Evangelie. Er zijn dan ook ostraca gevonden met vermeldingen van dit soort conjuncties.8

    Mira als kandidaat

    Tot de hypothese van de astronoom Costantino Sigismundi is de variabele ster Mira nooit kandidatuur gesteld voor de ster van Bethlehem en nooit in connectie gebracht met de positie van Jupiter en Saturnus in 6-7 v.C. Mira Ceti lag 30º oostelijk van de eerste conjunctie; hierdoor was het in een gunstige conditie voor een vroege ontdekking en het kon gemakkelijk worden gezien tijdens deze maanden van nauwkeurige observering.

    De observatie van de planeten gedurende een observatieperiode van een maand voor tot een maand na de acht-maanden durende conjunctie, gaf voldoende mogelijkheden om zo wie zo deze nieuwe 'ster' te ontdekken. Deze ster, welke later door Hevelius de "fantastische" werd genoemd en daarmee zijn latijnse naam 'Mira' gegeven,9 was in die periode zeer goed te zien met het blote oog om vervolgens te verdwijnen voor een periode van enige maanden.10


    Mira voldoet aan de hierboven gestelde voorwaarden:

    1. Moet zichtbaar zijn voor het blote oog, maar niet zo helder als de andere sterren zodat het zou opvallen bij Herodes, de priesters en andere geleerden.
    2. Het moet opgemerkt kunnen worden door astronomen welke nauwkeurig een langdurende planetaire conjunctie bestudeerden.
    3. Moet zichtbaar worden na een periode van verdwijnen
    Karakteristieken van Mira-variabelen
    Alvorens verder te gaan is het noodzakelijk iets van het karakter van Mira-variabelen te vertellen. Mira (omicron Ceti) is het prototype van pulserende lang periodieke variabelen en de eerste ster waarvan ontdekt werd dat zijn helderheid varieerde. In het algemeen varieert Mira tussen magnitude 3.5 en 9, maar individuele maxima en minima kunnen veel helderder of zwakker zijn dan genoemde waarden. Met name zijn grote amplitude van variatie en zijn helderheid maken het makkelijk om Mira te observeren.11

    Mira-variabelen vormen de grootste groep van variabelen welke tot nu toe bekend zijn.12 De belangrijkste karakteristieken zijn:

    1. De licht variatie is erg groot, varierend van 5 tot 6 magnitudes en in sommige gevallen zelfs meer. χ Ceti haalt soms een variatie van meer da 10 magnitudes.
    2. De periodes van 60 tot 700 dagen, waarbij ook hier sommige sterren deze limieten overschrijden. Perioden tussen de 200 en 400 dagen zijn het meest gebruikelijk. In het algemeen is het zo dat sterren met een langere periode hebben een grotere range en een diepere kleur, maar niet noodzakelijk een hogere lichtintensiteit.
    3. De variaties hoeven zich niet te herhalen met een absolute regelmaat, er zijn vaak aanzienlijke verschillen van de ene cyclus tot de andere, zowel in periode als in amplitude.
    4. Alle sterren behoren tot het type 'rode reuzen' met absolute magnitudes liggend in een reeks van -1 tot -3 magnitude. Ongeveer 90% van al deze sterren vallen in de klasse M, de overige vallen in klassen N en S en slechts een enkeling in klasse R.

    Bovenstaande curve van Mira is gebaseerd op de data van diverse astronomen13 en beslaat de periode van 1850 tot 2000 n.C. Hierbij is de oudere data door Guthnickher geconverteerd naar een standaard, dit daar de diverse oudere observaties waren gebaseerd op verschillende waarneem methodes. De moderne waarnemingen door het AAVSO zijn gecalibreerd met de fotometrische visuele magnitudes welke worden gebruikt in de Bright Star Catalogue.14

    Aan de hand van deze data kon Sigismondi een gemiddelde bepalen van Mira's maxima. William Herschel observeerde een maximum lichtintensiteit van Mira (1.3º) op 9 november 1779 en was toen bijna gelijk aan α Tauri (=Aldebaran).15 Friederich W. A. Argelander (1869) observeerde een minimum op 11 November 1868 (5.1º).

    Geconstateerd kan worden dat het maximum van Mira zo helder is als α Ceti (=Menkar) welke een magnitude heeft van 2.5º en de helderste naburige ster is in een omgeving van lichtzwakke sterren.16 In vroegere eeuwen, kon Mira gemakkelijk worden gezien als iemand in die richting keek. In feite verschijnt het als een nieuwkomer in de in het oogspringende constellatie samengesteld door de sterren α, γ and δ Ceti. Daar Mira niet te observeren is wanneer het in conjuctie is met de zon (van April tot Juni), dat is ongeveer 3 cycli van de 12, de waarschijnlijkheid om Mira te zien als een heldere ster is 4.2%, dus een keer per 24 cycli of 22 jaren.

    De ontdekking van Mira
    Een van de onbeantwoorde problemen is waarom Mira pas zo laat is ontdekt. Helen L. Thomas17 oppperde het idee dat het gebrek aan interesse bij de oude astronomen in het determineren van magnitudes van sterren en het gebrek aan goede sterrenkaarten het mogelijk maakte dat er slechts weinig heldere novae waren ontdekt, wat leidde tot een late ontdekking van Mira. Tegenwoordig wordt de data van de maxima van Mira's helderheid en de eventuele bijbehorende tijdscorrelatie statistisch bestudeerd, hiermee is het mogelijk om ook een eventueel eerdere ontdekking van Mira op het spoor te komen.

    Toch blijft het vreemd dat Mira pas zo laat is ontdekt en we kunnen ons afvragen onder wat voor condities een "nieuwe ster van gemiddelde magnitude" (niet te helder, niet te zwak) aan moet voldoen om ontdekt te kunnen worden met het blote oog. Volgens de psychologie moet de aandacht er specifiek op worden gericht.18 Over het algemeen is het zo dat we dingen niet zien die we niet verwachten te zien. Er zijn 2 mogelijkheden om op iets geattendeerd te worden: Men zoekt iets anders (bv de autosleutels op je buro en men ziet plotseling de pen die men al tijden kwijt was) of men wordt door iets afwijkends er op gericht (de rode bloem in een veld met gele bloemen). In het geval van een nova kan deze gevonden worden als iemand toevallig in die richting kijkt en opmerkt dat de helderheid groter is dan de omgevingssterren en wist dat dit de vorige keer nog niet zo was.

    Mira helderheid gaat van de zesde magnitude tot maximum in ongeveer 100 dagen, dit is niet snel genoeg voor een plotselinge verschijning (zoals in ons vorige voorbeeld), tenzij net na een periode van conjunctie met de zon. Dit laatste gebeurde met de ontdekker David Fabricius op 13 augustus 159619 Daarnaast bleek dat Fabricius iets zocht in deze omgeving, hij bestudeerde namelijk de komende conjunctie van Jupiter en Venus. De ster Mira voldeed dus in dit eerste geval aan beide hierboven gestelde voorwaarden.

    De ontdekking van Mira door David Fabricius in het kleine dorpje Osteel in Friesland (Noord Duitsland) gaf aanleiding tot grote verwarring en er ontstond een discussie met de diverse grote astronomen uit die tijd. Hieronder een gedeelte van de brieven van David Fabricius zoals deze zijn opgenomen in De Stella Nova in Pede Serpentarii van Kepler:20

    Bekend met uw verslag in "Optiek van een nieuwe ster"21 en van de ster uit het jaar 9622 van Cetus en ik stuurde enige observatieverslagen naar Tycho: Toen in de morgen van 3/1323 Augustus 1596 observeerde ik Jupiter, ik zag een heldere ster in het Zuiden, iets helderder dan de 3de in het hoofd van Aries en het had een rode kleur. Jupiter was 20°31' daar vandaan. Op het moment dat Jupiter was 50°7 van altitude in de zuidelijke meridiaan, kwam de zon op. Op 11/21 Augustus 11/21 heb ik gemeten 31°30' de meridiaan altitude van deze nieuwe ster met de quadrant. Jupiter was toen 20°35' ervan verwijderd, [deze nieuwe ster] was op zuidelijke declinatie van 4°51' in 25°47' regio van Aries, zuidelijke latitude 15°54'1/224 rechte klimming [RA] 29°39'. Op onze latitude van 53°38' het verscheen met 13°15' van Gemini, ging onder met 14°45' van Aries, de overgang 1°51'van Taurus, het was 27°50' van de staart van Cetus, 12°51' van zijn mond, 26°36' van de derde ster van Aries. Het was tweede magnitude. Deze observaties zijn zeker. Na Michael'sfeest25 verdwijn het.

    Uit de brief van 12/22 maart 1609. Op 5 februari me voorbereidend op de komende conjunctie van Jupiter en Venus26 richtte ik mijn aandacht op een onbekende ster in Cetus. Metende de hemelafstanden, zag ik dat zij betrekking hadden op de plaats welke ik genoteerd had op de globe, welke ik had geobserveerd in augustus en september 96,27 en welke ik daar niet meer had gezien. Hoe wonderlijk!. Ik roep God als getuige dat ik tweemaal heb gezien, geobserveerd en genoteerd op verschillende tijden, dat Jupiter bijna was op dezelfde plaats als in 96.28 Ik kan me niet genoeg bezinnen op het bewonderingswaardige Werk van God, en zie nu mijn Kepler, dat mijn [ster] onder de nieuwe sterren en kometen is, werkelijk bestaat, het is niet gecreeërd ex novo, maar zij zijn soms verminderd in licht, maar desniettemin volbrengen zij hun bewegingen. Wanneer God ons daadwerkelijk wil laten zien is iets dat buiten de [normale], regelmaat valt, Hij verlicht deze onzichtbare lichamen, laat ze verschijnen en brengt ze onder de publieke aandacht. Ik denk niet dat ik verkeerd suggesties heb betreffende deze lichamen van ether. Van eind februari tot nu toe heb ik gezien, terwijl ik nu niet kan observeren vanwege het maanlicht. Ik vraag: heeft u dit geobserveerd of weet u iemand die dit geobserveerd heeft? Ik verlang er naar uw mening over deze feiten te horen. Hoe wonderlijk en waar! Zijn positie, zoals ik schreef in het Duitse traktaat op de nieuwe ster, is 25°47' van Aries en 15°54' van de zuidelijke latitude.29

    Uit de brief blijkt dat de aanwezigheid van Jupiter in de nabijheid van Mira van cruciaal belang was voor beide observaties van David Fabricius. Zijn aandacht voor de nieuwe ster werd alleen getrokken omdat hij Jupiter aan het bestuderen was en na 12 jaar zag hij Mira opnieuw omdat deze zich weer in dit gebied van de hemel bevond.

    Johannes Bayer nam Mira in 1603 waar met een magnitude 5, en gaf het daarmee de 15de letter van het griekse alfabet ο 'omicron', dus zijn magnitude was tussen die van degene ervoor en die van erna, vergelijkend met de moderne waarden van de magnitudes van λ, μ, ν, π, σ, τ Ceti30 was de magnitude van Mira waarschijnlijk 4.6 ±0.5 toen Bayer deze observeerde tijdens het schrijven van zijn Uranometria. Frappant is dat Bayer Mira opnam in zijn kaarten, zonder op te merken dat niet aanwezig was in de Almagest van Ptolemeaus.31 Ook hier een geval van niet volledig de aandacht erbij hebben.

    Mira geobserveerd door Hipparchus?
    K. Manitius32 identificeert de ster epi tes lopsias 'binnen de walvis' in het sterrenbeeld van Cetus als Mira. Müller en Hartwig33 citerend Manitius' hypothese identificeren Mira als de Nova Hipparchi in 134 v.C. De hypotheses van Manitius en van Müller and Hartwig zijn in overeenstemming met de hierboven genoemde conclusies betreffende de waarschijnlijkheid om Mira te zien tijdens een maximum door de de eeuwen heen.

    Tegenwoordig neemt men algemeen aan dat de Nova Hipparchi zeer waarschijnlijk in Scorpio ligt, dit nadat in China in diezelfde periode een nova in dit sterrenbeeld is waargenomen.34

    Aantekeningen

    1. Allen, R.H. , "Starnames, Their Lore and Meaning", Dover Publ, New York (USA), 1963 (1st ed. 1899) p. 164 "It was first noticed as a 3dmagnitude on the 13th of August, 1596, and again on the 15th of February, 1609, by David Fabricius, an amateur astronomer and disciple of Tycho Brahe."
    2. Sigismondi, C., "Mira Ceti and the Star of Bethlehem", Quodlibet Journal: Volume 4 Number 1, Winter 2002; Sigismondi, C., "Long-term Behavior of Mira Ceti Maxima", AAVSO, spring session May, 4th 2001
    3. Kepler, Johannes, "De vero anno quo aeternus Dei Filius humanam naturam in utero benedictae Virginis Mariae assumpsit", Tip. G. Bringer, Frankfurt 1614
    4. Sigismondi, C., "Mira Ceti and the Star of Bethlehem", Quodlibet Journal: Volume 4 Number 1, Winter 2002;
    5. Caspar, Max, "Kepler 1571-1630", Collier Books, New York, 1962, p. 236.
    6. Josephus, Flavius, "Antiquities of the Jews", XVII, Hfdst. 6.4: "But Herod deprived this Matthias of the high priesthood, and burnt the other Matthias, who had raised the sedition, with his companions, alive. And that very night there was an eclipse of the moon".
    7. Mosley, J., "Common Errors in 'Star of Bethlehem' Planetarium Shows", Planetarian, Third Quarter 1981.
    8. Zoals bijvoorbeeld het tablet 35 429 van het British Museum uit Borsippa. Het tablet vermeld de efemeriden van Saturnus, Jupiter, Mars en Mercurius naast die van de Maanfasen een verduistering van de maand Nisannu (April) 7 v.Chr.tot Addaru JI (April) 6 v. Chr.
    9. Allen, R.H. , ibid. p. 164
    10. Sigismondi, C., ibid.
    11. Mattei, J., "Classification des étoiles variables", http://www.astrosurf.com/lombry/variables-classification.htm
    12. Burnham, Jr. R., "Burnham's Celestial Handbook", Dover Publications, Inc., New York, 1978, Vol. 1 p. 633-639
    13. Guthnick, P., "Neue Untersuchungen über den veränderlichen Stern o (Mira) Ceti", Ehrhardt Karras, Halle a. S. , 241 pp.+25 graphs. 1901; Pickering, E. C., "Observations of Variable Stars by Argelander, Ann. Harvard Coll. Obs. XXXIII", Published by the Observatory, Cambridge, MA. 1900; Müller, G., and Hartwig, E., "Geschichte und Literatur des Lichtwechsels", Poeschel & Trepte, Leipzig, 1920; Campbell, L., "Observations of 323 Variable Stars", Ann. Harvard Coll. Obs., 79 part 1, Published by the Observatory, Cambridge, MA. 1918; Campbell, L., "Studies on Long Period variable Stars", AAVSO publication, Cambridge MA. 1955 Mattei, J., "AAVSO Electronic Dataset", courtesy of J. Mattei director of the AAVSO. 2001; Mattei, J. A., M. W. Mayall, E. O. Waagen, "Maxima and Minima of Long Period Varriables, 1949-1975", AAVSO publication, Cambridge MA. 1990; Sigismondi, C., "Long-term Behavior of Mira Ceti Maxima", AAVSO, spring session May, 4th 2001
    14. Hoffleit D., Warren Jr W.H., "The Bright Star Catalogue", 5th Revised Ed. 1996.
    15. Burnham, Jr. R., "ibid.", p. 631.
    16. Sigismondi, C., "Long-term Behavior of Mira Ceti Maxima", AAVSO, spring session May, 4th 2001, p. 4
    17. Thomas, Helen L., "The Early History of Variable Stars Observing", PhD Thesis, Radcliffe College. 1948
    18. Mack, A., and Rock, I., "Inattentional Blindness". MIT Press Cambridge,MA. 1998
    19. Kepler, Johannes, "De Stella Nova in Pede Serpentarii", Prague, 1606, p. 598; 603-604
    20. Kepler, Johannes, "De Stella Nova in Pede Serpentarii", Prague, 1606,
    21. in het jaar 1604
    22. bedoeld wordt het jaar 1596
    23. Juliaanse versus Gregoriaanse kalender, in die tijd hielden verschillende landen nog de "oude" Juliaanse kalender, terwijl andere reeds overgegaan waren op de Gregoriaanse kalender. Fabricius wilde dus voorkomen dat de datums verkeerd werden geinterpreteerd.
    24. ten opzichte van de eclips
    25. welke was op 29 september volgens de Juliaanse kalender
    26. welke was op 26 maart
    27. bedoeld wordt het jaar 1596
    28. bedoeld wordt het jaar 1596
    29. Alles tussen [] zijn toevoegingen van de schrijver.
    30. Burnham, Jr. R., "ibid.", p. 633-639
    31. Jaschek C. "The Almagest: Ptolemy's star catalogue (years 127-141)", Bull. Inform. CDS 33, 125 (1987)
    32. Manitius, K., "Hipparchi in Arati et Eudoxi Phaenomena Commentariorum Libri Tres", Lipsiae , 1894 , p. 264-5; 367.; Hoffleit D., "History of Mira's Discovery", Journal Of The AAVSO Volume 25, Number 2, 85th AAVSO Annual Meeting, 1996
    33. Müller, G., and Hartwig, E., "Geschichte und Literatur des Lichtwechsels", Poeschel & Trepte, Leipzig, 1920, Vol 2 p.324
    34. Ho Peng Yoke, "Ancient and Medieval Observations of Comets and Novae in Chinese Sources", Vistas in Astronomy, 5, 1962, p. 127_225


    Zonnewijzer van Achaz

    “En dit zal u een teken zijn van den HEERE, dat de HEERE het woord, dat Hij gesproken heeft, doen zal: Zie, Ik zal de schaduw der graden, die met de zon in de graden van Achaz' zonnewijzer nederwaarts gegaan is, tien graden achterwaarts doen keren. Dies is de zon tien graden teruggekeerd, in de graden, die zij nederwaarts gegaan was.”
    Jesaja 38:7

    Als we de beschrijving lezen van Achaz zonnewijzer dan valt ons op dat er gesproken wordt over ma'aloth wat vertaalt kan worden met “treden”, “graden”, daarnaast lezen we dat de schaduw tien ma’aloth naar beneden is gegaan.


    Aan de hand van deze korte beschrijving kunnen we concluderen dat het om een zogeheten “Egyptische schaduwklok” (zie figuur boven) gaat en niet om een Griekse of Babylonische, bij welke de schaduw om de ‘gnomon’ heen draait. Hier wordt gesproken dat de schaduw omlaag gaat, wat het geval was bij Egyptische schaduwklokken, vaak werden deze gebouwd in de vorm van trappen (zie als voorbeeld de Jaipur zonnewijzer hieronder). In de rest van ons betoog gaan we er dan ook van uit dat met “graden” de treden van een trap wordt bedoeld.



    Bovennatuurlijk fenomeen
    Onder een bovennatuurlijk fenomeen, wordt bedoeld dat het niet verklaard kan worden met iets uit de natuur, Dat God dit kan valt niet aan te twijfelen, echter bij veel verschijnselen welke in Bijbel worden beschreven blijkt dat God vaak zich uit in natuurlijke verschijnselen, gezocht dient dan ook of dit op een andere manier is te vergelijken.

    Rotatieverandering van de Aarde
    De Aarde draait eens in de 24 uur om zijn eigen as, vanaf de Aarde bezien lijkt het dat de Zon vanuit het oosten opgaat en na een aantal uren weer in het westen ondergaat. Volgens sommige geleerden, zou er een verandering in de rotatie snelheid hebben plaatsgevonden. Je kunt dit vergelijken met een auto die op een rotonde rijdt en die plotseling op de rem trapt. Als eerste merk je als passagier of bestuurder dat je naar voren wordt gedrukt, daarnaast zul je merken dat je merken dat je naar het centrum van de rotonde wordt getrokken. Ditzelfde geldt ook voor de Aarde, Israël zou door de inhoud van de Middellandse Zee bedolven worden. Hier is echter geen sprake van in de geschiedenis. Vandaar dat we deze theorie moeten afwijzen en onderzoeken of er een andere mogelijkheid is.

    Atmosferische Reflectie
    Onder atmosferische reflectie wordt de afbuiging van zonlicht verstaan door waterdeeltjes in de lucht. Het meest bekende fenomeen in deze categorie is de “regenboog” welke vaak na of tijdens een regenbui te zien is.
    1. Kleine kring van 22°
    2. Bijzon van kleine kring.
    3. Grote kring van 46°
    4. Zuil
    5. Parhelische kring
    6. Omhullende halo
    7. Circumzenithale boog.
    Een van deze atmosferische reflecties is de bijzon. We kunnen dit vergelijken met een ruit of een spiegel waar de Zon in wordt weerkaatst en daardoor een andere schaduw veroorzaakt bij een object. Deze bijzonnen kunnen soms erg helder zijn, en vooral als de Zon zelf nog eens bedekt is door een wolk een apart schaduwen spel veroorzaken. De duur van zo’n fenomeen is van een paar secondes tot hooguit een kwartier.
    Een probleem is echter dat een bijzon (van de kleine kring) slechts op 22° van de Zon bevindt en de zeldzame verschijning van een bijzon van de grote kring slechts op 46° van de Zon. Dit is in beide gevallen te weinig om de schaduw 10 treden terug te laten gaan.

    Een Zonsverduistering
    Er zijn 2 theorieën betreffende een zonsverduistering. De eerste theorie stelt dat vlak voor een zonsverduistering de schaduw van de Maan er voor heeft gezorgd dat de schaduw 10 treden achteruit ging, Probleem is echter dat in dit geval er helemaal geen teruggang is maar dat er een totale schaduw is. De andere theorie baseert zich op deze totale schaduw en kijkt dan naar het astronomische taalgebruik. Nu blijkt dat er in zowel de Akkadische als Ugaritische literatuur voorbeelden zijn met dit taalgebruik. In het Ugaritische tablet KTU 1.78 wordt vermelding gemaakt van een zonsverduistering welke waarschijnlijk plaatsvond op 5 maart 1223 v.C.: In de 2de maand (=Maart) de poorten van de dag werden vernieuwd na de ondergang van de Zon door de poortwachter Rsp (= de god van de onderwereld; Mars?) En in Akkadische geschriften zien we vaak de term umu utarra wat betekent "de dag gaat terug". Dat past perfect met de opmerking achterwaarts doen keren. Tevens wordt in seculiere bronnen, zoals Flavius Josephus en de Babylonische Talmud, gesproken over een zonsverduistering vlak voordat Merodach-baladan contact opneemt met Hizkia. Deze zonsverduistering vond plaats op 11 Januari 689 v.C.

    • Babylonian Talmud, Sanhedrin 96a R. Johanan
    • T. de Jong & W. H. van Soldt, “The earliest known solar eclipse record redated”, Nature 338 [1989], March 16, p. 238.
    • John Russell Hind, “Historical Eclipses”, Nature, 6 (1872), p. 151-153
    • Institute for Biblical & Scientific Studies, The Sun's Shadow Moved Back [2003]
    • E. W. Maunder, “DIAL OF AHAZ”, International Standard Bible Encyclopedia [1915]
    • Samuel Rapaport, "Midrash Esther", Tales and Maxims from the Midrash [1907], p.197
    • S. Quirke, Digital Egypt for Universities [2003] University College London
    • Christopher B. F. Walker, “Eclipse seen at ancient Ugarit”, Nature 338 [1989], March 16, p. 204.

    Ster van Bethlehem: Christmas of Xmas

    Suzanne McCarthy heeft op haar blog Powerscourt een interessante discussie onder de noemer A Canadian Xmas, over het al dan niet weglaten van Christus in het woord Kerstmis (Eng. "Christmas"), of dat de X een vervanging is van het Griekse teken χ dat een teken is voor Christus.

    Update 15 December 2005: Jim West gaat hier in op de discussie.

    zondag, december 11, 2005

    Ster van Bethlehem: Meteoren

    De bekende Sir Patrick Moore heeft enige jaren geleden een nieuwe theorie bedacht wat de Ster van Bethlehem zou zijn geweest en daar een aardig boek over geschreven. Volgens hem zou de ster 2 heldere meteoren zijn geweest.

    Meteoren kan men het beste vergelijken met puin uit de ruimte, als deze de dampkring van de Aarde bereiken gaan ze langzaam verbranden en geven daarbij een helder licht af. Soms als ze groot genoeg zijn, hoort men harde knallen en komen ze op de aarde. Zijn ze eenmaal op de Aarde terechtgekomen dan worden ze door de astronomen meteorieten genoemd. De bekendste meteorenregens zijn de Perseïden welke begin Augustus hun hoogtepunt hebben.


    Volgens Patrick Moore is de enige logische verklaring, zich baserend op het Bijbelgedeelte "dat de ster de wijzen voor ging", meteoren zijn, daar dit het enige astronomische fenomeen is welke voor het blote oog zichtbaar beweegt langs de hemel. Daarnaast moet het volgens hem een fenomeen zijn geweest welke slechts kort zichtbaar was, maar lang genoeg observeerbaar voor de wijzen. Daar de ster meerdere keren is verschenen moeten het minimaal twee meteoren zijn geweest, die vanuit het Oosten opkwamen en zich in een westwaardse richting bewogen, daarbij een "staart" achterlatend welke enige uren zichtbaar was (zie onderstaande spectaculaire afbeelding). Helaas verklaard Sir Patrick niet de moeilijkheid, hoe het mogelijk is dat de ster stopte boven de stal.


    De Iranees Hossein Alizadeh Gharib is een medestander in deze theorie en gaat ervan uit dat de wijzen aanhangers waren van het Zoroastrianisme, die zo stelt hij fervente meteoren-jagers waren en er regelmatig op uittrokken om de meteorieten te vinden. Hij verwijst onder meer naar de Vidaevadata waar het volgende over de stichter van het Zoroastrianisme wordt vermeld: "Zoroaster stood up and went forth...with a massive stone which he had received from God, the Creator, and was in a large stall. [The Devil asked,] 'Where did you get that stone?' [Zoroaster replied,] 'Of this far-horizoned earth, beside the River Daraja, beyond the hill of the house of Poroshasp.'" (Razi. Vidaevadata, pp. 1728-1729) Met deze meteoriet wordt zeer waarschijnlijk de 1.5-ton zware meteoriet bedoeld die eens werd bewaard in de vuurtempel van Ardabil.

    Alizadeh Gharib gaat er vanuit dat volgelingen van het Zoroastrianisme op zoek gingen naar de gevallen meteorieten en zo "bij toeval" in Israel kwamen.

    Mark Kidger, een astrofysicus die al meer dan 20 jaar geïnteresseerd is in de Ster van Bethlehem en hier ook boeken over heeft gepubliceerd is niet erg onder de indruk van Sir Patrick's theorie van de twee meteoren. Hij stelt dat een meteoor slechts enkele tot hooguit 10 secondes zichtbaar is en "It would have appeared and disappeared so quickly the wise men would have had to have had jet propelled camels to have followed it."

    En dat is dan ook de belangrijkste reden waarom deze o zo aardige hypothese niet erg waarschijnlijk is. Daarnaast is het ook zeer onwaarschijnlijk dat een meteor zichtbaar in Perzië honderden kilometers verder zou zijn neergevallen

    • Alizadeh Gharib, Hossein, "The Magi and the Meteorites", Griffith Observer, September 2002
    • Alizadeh Gharib, Hossein. "From the Solar System to the Court of Naser al-Din Shah" (December, 1998) (in het Perzisch)
    • Alizadeh Gharib, Hossein. "Zoroaster's Meteorite," Sky & Telescope 97, 5 (May, 1999): 12-14.
    • Combe, Victoria, Star of Bethlehem 'was two brilliant meteors', The Daily Telegraph (United Kingdom), August 30, 2001 (http://portal.telegraph.co.uk/news/main.jhtml?xml=/news/2001/08/30/nstar30.xml)
    • Moore, Sir P., "The Star of Bethelehem", Canopus Publishing, 2001
    • Razi, Hashem, trans. Vidaevadata. Tehran, Iran: Fekr-e-Rooz Publications, 1997

    Ster van Bethlehem: Coma Berenices

    Eind 19de eeuw was het "evangelie in de sterren" een populair genre, en verschillende boeken die toen zijn uitgegeven, zijn de afgelopen jaren opnieuw uitgebracht. Wat de waarde van deze boeken is, zal ik later behandelen, voor onze huidige cyclus staat er een aardige hypothese in: de Ster van Bethlehem zou zijn verschenen in het sterrenbeeld Coma Berenices.

    Het sterrenbeeld is in de derde eeuw voor Christus samengesteld door de astronoom Conon uit Alexandrië. Hij deed dit ter ere van Berenice, de vrouw van Euergetes (Ptolemaeus III, koning van Egypte). Toen haar man op een gevaarlijke expeditie was, beloofde zij haar mooie haar aan Venus toe te wijden als haar man veilig terugkeerde. Het haar werd opgehangen in de tempel van Venus, maar werd vervolgens gestolen. Volgens Conon had Jupiter het weggenomen en aan de sterrenhemel gezet.


    E.W. Bullinger gaf eind 19de eeuw hier een volkomen nieuwe betekenis aan. Hij beweerde dat de naam Coma afgeleid zou zijn van het Hebreeuwse chamad wat "begeren" betekent. Volgens hem is naar alle waarschijnlijkheid de Ster van Bethlehem in dit sterrenbeeld verschenen. Er was een goed bewaarde en doorgegeven traditionele profetie, welbekend in het Oosten, die zei dat er een nieuwe ster zou verschijnen in dit teken, wanneer Hij geboren zou worden, over Wie dit sterrenbeeld spreekt. Volgens Bullinger wordt hier zonder twijfel gesproken in de profetie van Bileam (Num 24:17). In zijn betoog argumenteerd hij dat deze nieuwe ster een nova was. Volgens hem verschijnen novae met regelmaat, zoals die van Hipparchus in 125 v.C., en vallen altijd samen met een grote historische gebeurtenis, zoals: de openbaring aan Adam, de geboorte van Henoch, de openbaring aan Noach, de geboorte van Mozes, de geboorte van Cyrus.

    Een nova is een ster die in zijn laatste levenstadium implodeert en daardoor tijdelijk extra veel licht geeft, hierdoor is het mogelijk dat waarnemers van de aarde een 'nieuwe ster' zien die daarvoor niet zichtbaar was. Hoewel novae met regelmaat voorkomen, is het een vrij grote zeldzaamheid, zo zijn de afgelopen eeuwen maar een paar met het blote oog zichtbaar geweest. Dankzij de moderne technieken, is men tegenwoordig in staat om de restanten van deze novae te fotograferen, door dit na een verloop van tijd nog een keer te doen kan men door vergelijk bepalen wanneer de nova ontstond. Via deze manier zijn er vele tientallen novae gedetermineerd.

    Als Bullinger en zijn vele navolgers gelijk hebben, dan moet het mogelijk zijn om de restanten van deze nova terug te vinden, daarnaast mag men verwachten dat in de uitgebreide Chinese of Babylonische kronieken hier een vermelding van is gemaakt. Nu blijkt dat dit niet het geval is, nergens heeft men in deze kronieken een vermelding gevonden van een nova. Ook hebben de moderne astronomen welke zeer uitgebreid dit sterrenbeeld hebben bestudeerd en gefotografeerd nergens restanten gevonden van een nova welke in overeenstemming is met de tijd dat Christus is geboren.

    Deze theorie wordt nog onwaarschijnlijker, als we ervan uit moeten gaan dat deze nova meerdere keren zichtbaar is geweest of dat er in Coma Berenices meerdere novae zichtbaar moeten zijn geweest. Door het totale gebrek aan enig bewijsmateriaal moet deze theorie worden afgewezen.

    • Allen, R.H. , "Starnames, Their Lore and Meaning", Dover Publ, New York (USA), 1963 (1st ed. 1899).
    • Bronkhorst, G., in Profetisch Perspectief Vol. 3
    • Bullinger, E.W., "The Witness of the Stars", Grand Rapids, 1995
    • Burnham, Jr. R., "Burnham's Celestial Handbook", Dover Publications, Inc., New York, 1978.
    • Fleming, K.C., "God's Voice in the Stars", New Jersey, 1981
    • Kepler, Johannes, "De vero anno quo aeternus Dei Filius humanam naturam in utero benedictae Virginis Mariae assumpsit", Tip. G. Bringer, Frankfurt 1614
    • Kepler, Johannes, "De Stella Nova in Pede Serpentarii", Prague, 1606, in Opera Omnia vol. II edited by C. Frisch (Frankfurt, Heyder & Zimmer) p. 598; 603-604 (1859).
    • Papke, W., "Das Zeichen des Messias", Bielefeld, 1995
    • Papke, W., "Het Teken van de Messias", Woerden, 1999

    zaterdag, december 10, 2005

    Ster van Bethlehem: Maria en het zwaard

    "En een zwaard zal door uw eigen ziel gaan, opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden"
    Lukas 2:35

    Hoe geweldig moet het zijn geweest, toen het Maria duidelijk werd dat zij de vrouw was die de Here mocht dragen. Geen wonder dat haar tante Elisabeth zei: "Jij bent de gelukkigste vrouw van de hele wereld" (Luk 1:42), en de reactie van Maria is dan ook niet vreemd "Ik prijs de Here met mijn hele hart! Ik kan mijn blijdschap niet op!. Ik ben maar een gewone vrouw, nu zullen de mensen altijd en overal zeggen dat ik bevoorrecht ben, want de machtige, heilige God heeft grote dingen voor mij gedaan." (vs. 46-48)

    Hoe trots moet ze zijn geweest, toen de herders kwamen met hun geweldige boodschappen, "Maria nam al deze woorden stil in zich op en dacht er veel over na." De dankzeggingen van de oude Anna, de rijke wijzen die uit een ver land kwamen. Veel dingen om over na te denken. En dan die zegenspreuk van de priester Simeon die over Jezus sprak als "een Licht voor alle volken, de roem en eer voor Israel" (Luk 2:32), maar dan de ommekeer "er zal een zwaard door uw ziel gaan" (vs. 35), niet een gewoon zwaard, maar een groot slagzwaard, dat bedoeld is om zwaar te verwonden. Niet lichamelijk maar geestelijk ("door uw ziel"), ze zal op het diepst en smartelijkst getroffen worden. Wat wordt hiermee bedoeld? Velen in Israël zullen zich aan haar Zoon ergeren, Hij zal ze tot een val wezen, tot hun ongeluk. Maar vele anderen zal Hij de grootste vreugde geven, de diepste gedachten van de mensen zullen openbaar worden (vs 34-35).

    Hoe zal ze getreurd hebben toen ze van de gruweldaad van Herodes hoorde: "een stem in Rama hoorde, Rachel huilt om haar kinderen en wil zich niet laten troosten. Er zijn geen kinderen meer over" (Mat. 2:17-18; Jer 31:15). Toen ze hoorde van de godslastering de Farizeën (Mat 12:22), hoe haar kind in haar woonplaats werd veracht (Mat 13:54-58). Wat zal door haar hart zijn gegaan toen ze haar Zoon daar aan het kruis zag hangen, en die zelfs op dat moment nog aan haar dacht "kijk, hij is uw zoon en zij is uw moeder", waarna Johannes Maria in haar huis nam vanaf dat moment (Joh 19:26).

    Haar Zoon, die de zonden van de wereld op zich nam. Hoe zal ze treuren, dat deze geweldige daad veranderd is in een commercieel gebeuren dat kerstmis heet, waar de armoedige stal wordt veranderd in een showroom, omdat een auto niet in een stal past. Kerken die hun deuren sluiten omdat niemand meer geinteresseerd is. Waar de kou van de wereld opgewarmd moet worden door "candlelight" avonden. Hoe reageerde Maria, hoe reageren wij, toen Christus zich afvroeg "of Hij bij de mensen nog geloof zal vinden als Hij terugkomt" (Luk 18:8)?



    vrijdag, december 09, 2005

    Ster van Bethlehem: Anna

    Een van de laatste personen die wordt genoemd bij de geboorte van Jezus Christus is Anna, weinig is over haar bekend. Zij is slechts aan de vergetelheid ontrukt door de arts Lukas, tevergeefs zullen we haar vinden in de bronnen van de geschiedschrijvers.

    Wat weten we over haar? Ze was een profetes (Luk 2:36), een vrouw, door wier mond de Heere Zijn woord spreken en bekend maken wilde. Waaruit haar profetische taak heeft bestaan weten we niet. Wel dat ze altijd bij de tempel was om God te dienen. Taken die wij 2000 jaar later sterk verwaarlozen.

    Verder wordt meegedeeld, dat ze een dochter is van Phanuël, uit het geslacht Aser. Een laatste bizonderheid is dat ze oud is. In vers 37 staat dat ze vierentachtig jaar weduwe was, daarvoor was ze zeven jaar getrouwd, dat maakt 91 jaar. Gaan we er van uit dat ze op jonge leeftijd, zeg 16 jaar, trouwde, dan blijkt dat ze minimaal 107 jaar oud moet zijn geweest, we kunnen dus spreken van een hoogbejaarde dame.

    donderdag, december 08, 2005

    Ster van Bethlehem: Kometen, Novae en Supernovae

    De afgelopen jaren is een groot aantal boeken en artikelen verschenen of de Ster van Bethlehem een Komeet een Nova of een Supernova is geweest, hieronder een overzicht welke ik over dit onderwerp heb kunnen vinden:

    • Asimov, I., "De komeet van Halley", Utrecht, 1985. p. 39
    • Barrett, A.A., “Observations of Comets in Greek and Roman Sources before A.D. 410”, Journal of the Royal Astronomical Society of Canada, 72 (1978), 91-106.
    • Biot, Édouard, “Catalogue des comètes observées en Chine depuis l’an 1230 jusqu’à l’an 1640 de notre ère”, Connaissance des Temps pour l’an 1846 (Paris, 1843), Additions, pp. 44-59 & 69-84.
    • Biot, Édouard, “Catalogue des étoiles extraordinaires [comètes] observées en Chine depuis les temps anciens jusqu’à l’an 1203 de notre ère”, Connaissance des Temps pour l’an 1846 (Paris, 1843), Additions, pp. 60-69.
    • Brüning, V.F., Bibliographie der Kometenliteratur (Anton Hiersemann Verlag, Stuttgart, 2000 [= Hiersemanns bibliographische Handbücher, Band 15]).
    • Clark, D.H. & Stephenson, Francis Richard, The Historical Supernovae (Pergamon Press, Oxford, 1977). (http://adsabs.harvard.edu//full/seri/JRASC/0072//0000081.000.html)
    • Cullen, Christopher, “Halley’s Comet and the ‘Ghost’ Event of 10 BC”, Quarterly Journal of the Royal Astronomical Society, 32 (1991), 113-119. (http://adsabs.harvard.edu//full/seri/QJRAS/0032//0000113.000.html)
    • Fleck Jr., R.C., “The Comet of Bethlehem: An Early Thirteenth-Century Representation by Nicholas of Verdun”, Journal for the History of Astronomy, 23 (1992), 137-140.
    • Green, David A. & Stephenson, Francis Richard, “The Historical Supernovae”, in: K.W. Weiler (ed.), Supernovae and Gamma Ray Bursters (Springer-Verlag, Berlin/Heidelberg/New York, 2003 [= Lecture Notes in Physics, nr. ???]), pp. ???-???. (http://arxiv.org/abs/astro-ph/0301603)
    • Hasegawa, I., “Catalogue of Ancient and Naked-Eye Comets”, Vistas in Astronomy, 24 (1980), 59-102.
    • Heitzer, E., Das Bild des Kometen in der Kunst: Untersuchungen zur ikonographischen und ikonologischen Tradition des Kometenmotivs in der Kunst vom 14. bis zum 18. Jahrhundert (Gebr. Mann Verlag, Berlin, 1995 [= Studien zur profanen Ikonographie, nr. 4]).
    • Helden, Dr. R. van, "Kijk op Kometen", Zomer & Keuning, Ede. 1985, p. 8
    • Hind, John Russell, “On the Past History of the Comet of Halley”, Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 10 (1850), 51-58. (http://adsabs.harvard.edu//full/seri/MNRAS/0010//0000051.000.html)
    • Ho Peng-Yoke, “Ancient and Mediaeval Observations of Comets and Novae in Chinese Sources”, Vistas in Astronomy, 5 (1962), 127-225.
    • Hughes, David W., Yau, K.K.C. & Stephenson, Francis Richard, “Giotto’s Comet – Was it the Comet of 1304 and not Comet Halley?”, Quarterly Journal of the Royal Astronomical Society, 34 (1993), 21-32. (http://adsabs.harvard.edu//full/seri/QJRAS/0034//0000021.000.html)
    • Humboldt, F.W.H.A. von, Kosmos: Entwurf einer physischen Weltbeschreibung (J.G. Cotta’scher Verlag, Stuttgart, 1850), vol. 3, pp. 220-232. (http://gallica.bnf.fr/document?O=N097210&E=225)
    • Humphrey, C.J., "The Star of Bethlehem a Comet in 5-BC and the Date of the Birth of Christ", ROYAL ASTRON. SOC. QUART. JRN. V.32, NO.4/DEC, P.389, 1991.
    • Humphrey, C.J., "Was the Star of Bethlehem a Comet", BRITISH ASTRON. ASSOC. JNL. V.102, NO. 1/FEB, P. 4, 1992.
    • Jansen, J. & Doyle, R.J., “Additions and Corrections to the I. Hasegawa Catalogue”, Vistas in Astronomy, 34 (1991), 179-186.
    • Kronk, Gary, Cometography: A Chronology of Comets, 4 vols. (Cambridge University Press, Cambridge, 1999-..…).
    • Lundmark, Knut, “Suspected New Stars Recorded in Old Chronicles and among Recent Meridian Observations”, Publications of the Astronomical Society of the Pacific, 33 (1921), 225-238. (http://adsabs.harvard.edu//full/seri/PASP./0033//0000225.000.html)
    • Massing, J.M., “Der Stern des Giotto”, in: P. Wolfram & A.S. Beyer (eds.), Die Kunst und das Studium der Natur vom 14. zum 16. Jahrhundert (Acta Humaniora, Weinheim, 1987), pp. 159-179.
    • Olson, Roberta J.M. & Pasachoff, Jay M., “Comets, Meteors, and Eclipses: Art and Science in Early Renaissance Italy”, Meteoritics & Planetary Science, 37 (2002), 1563-1578. (http://adsabs.harvard.edu//full/seri/M+PS./0037//0001563.000.html)
    • Olson, Roberta J.M. & Pasachoff, Jay M., “New Information on Comet Halley as Depicted by Giotto di Bondone and other Western Artists”, in: B.T. Battrick, E.J. Rolfe & R. Reinhard (eds.), 20th ESLAB Symposium on the Exploration of Halley’s Comet: Proceedings of the International Symposium, Heidelberg, Germany, 27-31 October 1986 (European Space Agency, Paris, 1986 [= ESA SP-250]), vol. 3, pp. 201-213 [= Astronomy & Astrophysics, 187 (1987), 1-11]. (http://adsabs.harvard.edu//full/seri/A+A../0187//0000001.000.html)
    • Olson, Roberta J.M., “[...] and they saw Stars: Renaissance Representation of Comets and Pre-Telescopic Astronomy”, The Art Journal, 44 (1984), 216-224.
    • Olson, Roberta J.M., “Giotto’s Portrait of Halley’s Comet”, Scientific American, 240 (1979), nr. 5, 160-170.
    • Olson, Roberta J.M., “Much Ado about Giotto’s Comet”, Quarterly Journal of the Royal Astronomical Society, 35 (1994), 145-148. (http://adsabs.harvard.edu//full/seri/QJRAS/0035//0000145.000.html)
    • Olson, Roberta J.M., Fire and Ice: A History of Comets in Art (Walker & Co., New York, 1985).
    • Papke, W., "Das Zeichen des Messias", Bielefeld, 1995
    • Papke, W., "Het Teken van de Messias", in Profetisch Perspectief 1995, Vol.3
    • Ramsey, J.T. & Licht, A.L., The Comet of 44 B.C. and Caesar’s Funeral Games (Scholars Press, Atlanta, 1997).
    • Schechner Genuth, Sara J., Comets, Popular Culture, and the Birth of Modern Cosmology (Princeton University Press, Princeton, 1997).
    • Seggewiß, W., “Gestirne der Könige: Kometen-Kunst aus zwei Jahrtausenden”, Sterne und Weltraum, 36 (1997), 222-229.
    • Stentzel, A., "Jesus Christus und sein Stern", Hamburg, 1913
    • Stephenson, Francis Richard & Green, David A., “A Millennium of Shattered Stars: Our Galaxy’s Historical Supernovae”, Sky & Telescope, 105 (2003), nr. 5, 40-48.
    • Stephenson, Francis Richard & Green, David A., Historical Supernovae and their Remnants (Oxford University Press, Oxford, 2002). (http://www.cam.net.uk/home/DaveGreen/hsn.html)
    • Stephenson, Francis Richard & Walker, Christopher B.F., Halley’s Comet in History (British Museum Publications, London, 1985).
    • Stephenson, Francis Richard & Yau, K.K.C., “Far Eastern Observations of Halley’s Comet: 240 B.C. to A.D. 1368”, Journal of the British Interplanetary Society, 38 (1985), 195-216.
    • Stephenson, Francis Richard, “A Revised Catalogue of Pre-Telescopic Galactic Novae and Supernovae”, Quarterly Journal of the Royal Astronomical Society, 17 (1976), 121-138. (http://adsabs.harvard.edu//full/seri/QJRAS/0017//0000121.000.html)
    • Vsekhsvyatskii, S.K., Fizicheskie kharakteristiki komet (Gosudarstvennoe Izdatel’stvo, Moscow, 1958) – also available in an English translation as: Physical Characteristics of Comets (Israel Program for Scientific Translations/National Aeronautics and Space Administration/National Science Foundation, Jerusalem/Washington, 1964).
    • Williams, J., Observations of Comets from B.C. 611 to A.D. 1640: Extracted from the Chinese Annals. Translated, with Introductory Remarks and an Appendix, comprising Tables necessary for reducing Chinese Time to European Reckoning and a Chinese Celestial Atlas (Strangeways and Walden, London, 1871).
    • Xi Zezong & Bo Shuren, “Zhong chao ri san guo gudai de xinxing jilu ji qi zai shedian tianwenxue zhong de yiyi [Ancient Novae and Supernovae Recorded in Chinese, Korean and Japanese Annals and their Significance in Radioastronomy]”, Acta Astronomica Sinica, 13 (1965), 1-21 – also published as: “Ancient Oriental Records of Novae and Supernovae”, Science, 154 (1966), 597-603.
    • Xi Zezong, “Gu xinxing xin biao [A New Catalogue of Ancient Novae]”, Acta Astronomica Sinica, 3 (1955), 183-196 – also published in Astronomicheskii Zhurnal, 34 (1957), 159-??? and “A New Catalogue of Ancient Novae”, Smithsonian Contributions to Astrophysics, 2 (1958), 109-130.
    • Yeomans, Donald K., Comets: A Chronological History of Observation, Science, Myth, and Folklore (Wiley, New York, 1991).
    • Yeomans, Donald K., Rahe, J. & Freitag, Ruth, “Halley’s Comet in History”, in: R. Reinhard & B.T. Battrick (eds.), Space Missions to Halley’s Comet (European Space Agency, Noordwijk, 1986 [= ESA SP-1066]), pp. 1-24.
    • Zhentao Xu, D.W. Pankenier & Yaotiao Jiang, East Asian Archaeoastronomy: Historical Records of Astronomical Observations of China, Japan and Korea (Gordon and Breach Science Publishers, Amsterdam [etc.], 2000 [= Earth Space Institute Book Series, vol. 5]), chapters 5 & 6.
    • Zinner, Ernst, “Die Neuen Sterne”, Sirius, 52 (1919), 25-35, 127-134 & 152-165.
    Mocht u aanvullingen hebben laat het me weten.

    Ster van Bethlehem: Simeon

    "Een licht tot verlichting der Heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israel."
    Staten Vertaling, Lucas 2: 32

    Voor Simeon geldt het zelfde als voor de herders, de belangrijke zaken die hem door de Heilige Geest waren ingegeven, werden doorgegeven aan Jozef en Maria en op schrift gesteld door de arts Lucas, maar zijn niet opgeslagen in de annalen van de wereldse leiders.
    Nu zijn er weliswaar theologen die denken dat deze Simeon een belangrijk man was, zij baseren dat op de zinsnede "Er was een man in Jeruzalem", zij beweren nu dat dit alleen wordt gezegd van mensen die belangrijk waren. Zie bijvoorbeeld John Gill "Not in Nazareth, or Bethlehem, but in Jerusalem, the metropolis of the nation: one that lived there, was an inhabitant of that city, and a person of fame and note. So Joseph ben Jochanan is called איש ירושלם a man of Jerusalem, an inhabitant of that place. (Luk 2:25, Pirke Abot. sect 4. 5.).
    Als dit inderdaad zo is, dan moeten we zoeken naar priesters die deze naam hadden.

    Nu wordt er in de joodse literatuur vermelding gemaakt van een Simeon de rechtvaardige (הצדיק, Pirke Abot, sect. 2. T. Bab. Yoma, fol, 69. 1. T. Hieros. Yoma, 3. & 43. 3.), deze kan het echter niet zijn daar deze een aantal jaren hiervoor leefde en al gestorven was.
    Ook is het idee geopperd dat het Rabban Simeon de zoon van Hillel was, echter hoewel het tijdstip klopt, blijkt uit de Bijbel dat hij aan het einde van zijn leven was, terwijl deze Rabban Simeon juist aan het begin van zijn carriëre stond, wat dus niet met elkaar strookt.

    We kunnen dus bij gebrek aan gegevens deze Simeon niet nader identificeren, belangrijker is zijn boodschap en die is ons overgeleverd.

    woensdag, december 07, 2005

    Ster van Bethlehem: Komeet

    Een van de meest fascinerende verschijnselen aan de hemel zijn kometen en het is dan ook niet verwonderlijk dat een van de hypotheses er van uitgaat dat een komeet de 'ster van Bethlehem' is geweest. Een oude verwijzing naar deze hypothese kunnen we zien op het beroemde fresco "De aanbidding door de Drie Wijzen" van Giotto di Bondone. Een recente aanhanger is de astronoom C.J. Humphrey.


    Oorsprong van kometen

    Kometen zijn de vrijbuiters van het zonnestelsel, men kan ze vergelijken met ijzige modderklompen van enkele kilometers doorsnede, die in ons zonnestelsel, net zoals de Aarde, om de Zon bewegen. Dit gebeurt, in tegenstelling tot de Aarde, in een veelal langgerekte ellipsbaan. Als nu zo'n komeet in de buurt van de Zon komt, begint de komeet enigszins te sublimeren (verdampen) en vormt een of meerdere staarten. Pas als zo'n staart groot genoeg wordt, dan wordt de komeet met het blote oog op Aarde zichtbaar. Wat we dus zien van kometen zien is slechts een momentopname uit hun bestaan. De langste tijd van hun bestaan bevinden ze zich ver van de zon, in de eeuwige kou van het heelal. Nu is deze staart altijd van de Zon afgekeerd, dit wordt veroorzaakt door de stuwende kracht van de zonnewind en hoewel een komeet met zo'n lange staart heel indrukwekkend is om te zien, is het toch niet meer dan een onbeduidend hemellichaam. Een kleine kern met een zeer lange en vooral ijle staart. Volgens berekeningen bevat een vingerhoed lucht op Aarde meer materie dan in 25 km3 staart. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in dit kader de Engelsen zeggen: "A comet is the nearest thing to nothing that anything can be and still be something."

    De hypothese
    Nu was een komeet een van die hemellichamen welke in vroeger tijden grote consternatie gaf. Zonder waarschuwing verscheen er plotseling een vage komeet aan de hemel. Hij werd steeds helderder en daarna steeds vager en verdween tenslotte. De astronomen uit de oudheid, die de bewegingen van alle andere hemellichamen vastlegden waren radeloos waar het kometen betrof. Onbekend met de natuur van kometen leken de lange staarten soms gelijkend op reusachtige zwaarden, voorbodes te zijn voor iets ongewoons. En iets 'ongewoons' wordt door de meeste mensen geïnterpreteerd als iets bedreigends, het kon te maken hebben met een ramp. Hoe diepgeworteld dit is blijkt dat ook nadat de aard van kometen bekend was en men dankzij het baanbrekend werk van de astronoom Halley, de komst van kometen kon berekenen, de verschijning van de beroemdste komeet genoemd naar deze astronoom Halley in 1910 toch nog de mensen in verwarring bracht. Men had namelijk ontdekt dat in de staart giftige cyaniden aanwezig waren en nu dacht men, flink aangedikt door de kranten, dat dit de mensheid kon schaden, men kocht dan ook in grote getale gasmaskers." Zelfs in 1973 toen de komeet Kohoutek verscheen, voorspelden sommigen nog dat deze het einde van de wereld zou brengen en veroorzaakte zodoende nog in sommige delen van de wereld paniek. Het is dan ook zeker niet vreemd dat men vroeger, onwetend over de natuur, de verschijning van een komeet vaak beschouwde als aankondiger van de dood van een koning," of als de voorbode van een oorlog. Bekend is in dit geval het tapijt van Bayeux, waarop de reeds genoemde komeet van Halley is afgebeeld en geacht werd in verband te staan met de verovering van Engeland door Willem van Normandië."

    Dat kometen niet altijd rampspoed brachten blijkt uit een omgekeerde redenering: voor de Normandiërs bracht de komeet voorspoed. In sommige bronnen werden kometen dan ook gezien als boodschappers bij de geboorte van koningen. Ook zijn er meldingen dat een komeetverschijning de komst van een godheid aankondigde, waarin sommigen bijbelgeleerden dan ook het bewijs zagen dat hiermee ook bij de heidenen melding is gemaakt van de 'ster van Bethlehem'. Origenes stelt dan ook in een van zijn werken: "Als nu bij het ontstaan van nieuwe rijken of bij andere belangrijke gebeurtenissen op Aarde, kometen of andere sterren van gelijke aard verschijnen, waarom zal men zich er dan over verwonderen, als de verschijning van een ster de geboorte van Hem begeleid, die in het mensdom een hervorming ten uitvoer zal brengen...".

    Een van de hedendaagse aanhangers, Humphrey, van deze hypothese dat de ster van Bethlehem een komeet is, wijst dan ook op deze argumenten. Hij is echter niet de eerste die de theorie aanhing dat de 'ster van Bethlehem' een komeet zou kunnen zijn geweest, dit werd namelijk ook al door de reeds genoemde Kerkvader Origines geleerd. Daarnaast is op veel middeleeuwse afbeeldingen een komeet op de achtergrond van de aanbidding van de wijzen getekend, men denkt maar aan het beroemde fresco "De aanbidding door de Drie Wijzen" van Giotto.

    Anderen willen in het kader van deze hypothese Numeri 24: 17 anders vertalen. Het Hebreeuwse woord sébèt, wat normaliter met scepter of heersersstaf wordt vertaald wil men dan met komeet vertalen, zodat men krijgt: "Een komeet rijst op uit Israël" i.p.v. "Een scepter rijst op uit Israël".

    Als het een komeet was welke komen dan hiervoor in aanmerking? In de periode van -12 v.C. tot en met 1 n.C. zijn er in totaal vier kometen geobserveerd, namelijk die van 26 augustus 12 v.C. in Gemini, 10 v.C. in Boötes, 5 maart 5 v.C. in Capricornus, april 4 v.C. in Aquila en tot slot die van 1 n.C. in Leo. Ofschoon de laatste jaren deze hypothese niet al te serieus wordt genomen, is er in 1991 door de Britse astronoom Colin Humphreys getracht deze hypothese nieuw leven in te blazen. Volgens Humphreys kwam de komeet Halley die in 12 v.C. verscheen te vroeg en die van 4 v.C. en diegenen daarna te laat. Hierdoor blijft alleen de komeet van 5 maart 5 v.C. als enige over. Dit strookt ook met de door ons opgegeven grenswaarden, ten minste als we de dood van Herodes op 4 v.C. plaatsen. Deze mening is ook Pingré en anderen toegedaan, en hebben berekend dat deze komeet in het (Romeinse) jaar 750 A.U.C., boven Bethlehem te zien was als men uit Jeruzalem vertrok. De hypothese dat de "ster der wijzen" de komeet van Halley zou zijn, een opvatting welke tot het begin van deze eeuw standhield komt daarmee te vervallen. Een passage in het werk van Josephus, de joodse historicus, laat de komeet van Halley, geobserveerd op 26 januari 66 n.C., verwijzen als een voorteken van de val van Jeruzalem, vier jaar later. De beroemde komeet mag dan op deze wijze toch een rol spelen in de Joodse geschiedenis. Humphreys verdere argumenten zijn dat Jezus waarschijnlijk geboren werd tussen 9 maart en 4 mei van het jaar 5 v.C., waarschijnlijk rond Pascha, die in dat jaar tussen 13 en 27 april plaatsvond. "Een geboorte in het jaar 5 v.C. is te rijmen met de volkstelling van keizer Augustus en alleen tijdens Pasen zou de herberg van Bethlehem vol zijn geweest. Een geboorte met Kerstmis (ook) niet met het verhaal in Lucas dat de schaapherders in de velden leefden en 's nachts de wacht hielden over hun kudden toen Christus werd geboren." Deze argumentatie is mijns inziens niet helemaal waterdicht. In Lucas lezen we dat de ouders van Jezus ieder jaar Pascha vierden in Jeruzalem en blijkbaar kon men ieder jaar daar weer ruimte vinden, nu ligt Jeruzalem slechts een paar kilometer van Bethlehem af, en ik kan me voorstellen dat in een situatie waarin Maria zwanger was, ze toch liever naar hun overnachtingsadres daar gingen. Verder zijn de lentes (we spreken immers over de periode april!) in Judea niet van dusdanige aard dat men de kudden 's nachts binnen zouden houden. Het enige wat voor spreekt, is de volkstelling van Augustus, hierdoor is het mogelijk dat het vele malen drukker was dan normaal, dit is dan ook de enige reden waarom er geen plaats was.

    De vele afbeeldingen ten spijt, waar een schitterende komeet als achtergrond is gegeven, zal men op grond van de gegevens (of liever gezegd het gemis aan), de hypothese, dat het een komeet was, moeten laten vervallen.

    Literatuur
    • Allen, R.H. , "Starnames, Their Lore and Meaning", Dover Publ, New York (USA), 1963 (1st ed. 1899).
    • Asimov, I., "De komeet van Halley", Utrecht, 1985. p. 39
    • Astronomy, 1988, february
    • Bronkhorst, G., in Profetisch Perspectief Vol. 3
    • Bruggen, K. van, "Het verstoorde Mierennest", Amsterdam, 1916
    • Bullinger, E.W., "The Witness of the Stars", Grand Rapids, 1995
    • Burnham, Jr. R., "Burnham's Celestial Handbook", Dover Publications, Inc., New York, 1978.
    • Fleming, K.C., "God's Voice in the Stars", New Jersey, 1981
    • Hasegawa, I., "Catalogue of Ancient and Naked-eye Comets", 1980, p. 65
    • Helden, Dr. R. van, "Kijk op Kometen", Zomer & Keuning, Ede. 1985, p. 8
    • Herodotos, "Historiën", uitg. O. Damsté, Houten, 1987, I. 87
    • Kepler, Johannes, "De vero anno quo aeternus Dei Filius humanam naturam in utero benedictae Virginis Mariae assumpsit", Tip. G. Bringer, Frankfurt 1614
    • Kepler, Johannes, "De Stella Nova in Pede Serpentarii", Prague, 1606, in Opera Omnia vol. II edited by C. Frisch (Frankfurt, Heyder & Zimmer) p. 598; 603-604 (1859).
    • Origines (±185-254 n.C.), "Contra Celsum", I. 58, 59
    • Papke, W., "Das Zeichen des Messias", Bielefeld, 1995
    • Papke, W., "Het Teken van de Messias", in Profetisch Perspectief1995, Vol.3
    • Silius Italicus, "Punica", 26-101 n.C., (Ed. J.D.Duff) , London, 1949, VIII r. 637
    • Stentzel, A., "Jesus Christus und sein Stern", Hamburg, 1913
    • Vries, Sj. de, "De Spiegel des Historie", Zwolle, 1953, p. 28
    • Yahuda, A.S., "Language of the Pentateuch in its Relation to Egyptian", Vol. 1, p. 57

    dinsdag, december 06, 2005

    Tanach

    De laatste tijd komen er steeds meer online Bijbels op internet. Zo heeft Chris Kimbal een website met de complete Tanach - תנ״ך hier.
    Het mooie is dat via de optie DH rechtsboven, je de verschillende verschillende bronnen J, P, E en R zichtbaar kan maken in verschillende kleuren. De Bijbeltekst zelf is gebaseerd op de Westminster Leningrad Codex (WLC).

    Alain Verboomen heeft op zijn website de mogelijkheid om op te zoeken waar een bepaald woord nog meer voorkomt.

    Al met al zeer waardevolle aanvullingen. Voor hen die zich liever bezig houden met Nederlandstalige Bijbels op internet zijn de volgende websites nuttig:
    De Willibrord vertaling: http://www.willibrordbijbel.nl/
    De Nieuwe Vertaling van de NBG: http://www.biblija.net/biblija.cgi?lang=nl
    De Staten Vertaling: http://www.coas.nl/bijbel/
    en de Herziene Vertaling: http://www.herzienestatenvertaling.nl/

    maandag, december 05, 2005

    Koehandel (Lea & Rachel)

    Laban had twee dochters: De jongste was Rachel en van haar lezen we dat "ze schoon van gestalte en schoon van uiterlijk was", evenals haar toekomstige schoonmoeder Rebecca (Gen24:16). Dat kon van haar zuster Lea niet gezegd worden. Ze had fletse ogen en dat was in het Oosten een groot gebrek, want fonkelende ogen golden als een buitengewoon sieraad voor de vrouw. Het effect werd vaak benadrukt door zwartsel aan de oogharen en wenkbrauwen te strijken, zoals ook Izebel deed (2 Kon 9:30)

    We kunnen ons voorstellen hoe Lea zich gevoeld moet hebben als ze met haar zuster geconfronteerd werd. Zonder God erin te kennen ging Jacob met Laban een soort koehandel aan: Hij zou zeven jaar als herder bij hem in dienst komen en aan het eind daarvan zou hij Rachel als vrouw krijgen. Uit het vervolg blijkt dat dit stellig niet Gods bedoeling is geweest. Laban hield zich niet aan de gemaakte afspraak. Hij nodigde wel iedereen uit op het bruiloftsmaal, maar in de bruidsnacht bracht hij de gesluierde Lea bij Jacob in de tent. Die schrok de volgende morgen: zie, het was Lea. Laban verontschuldigde zich en zei dat wat hij gedaan had de gewoonte van het land was. Hij beloofde alsnog, weer voor zeven jaren dienst, Rachel.

    Het een en ander werd bedisseld buiten de meisjes om. In huwelijkszaken hadden die niets te vertellen. Lea had de waarheid kunnen vertellen. Daarom was ze niet te verontschuldigen, maar na bovenstaande is haar bedrog te begrijpen. Hoe de meisjes over deze koehandel dachten horen we later: "Zijn we niet door onze vader als vreemden behandeld, omdat hij ons erkocht heeft?" (Gen 31:15).

    Jacob liet duidelijk merken dat hij niet om Lea gaf: "hij had Rachel lief, in tegenstelling tot Lea" (Gen 29:30). Juist daarom schonk God Lea kinderen en Rachel niet (Gen 29:31). De ongelukkige Lea hoopte daardoor haar man te winnen, al wekte ze daardoor de jaloezie van haar zus op. Wat was ze blij toen haar eerste geboren werd. Zij, en niet haar man, gaf hem de naam Ruben, want "de Here heeft mijn ellende aangezien: nu zal mijn man me liefhebben".
    Uit deze en haar latere woorden blijkt welk een gelovige vrouw ze was. Rachel niet: die stal haar vaders huisgoden en wist door een list ze zich toe te eigenen. Eerst jaren later kwam Jacob ertoe ze te begraven (Gen 35:4).

    Bij de geboorte van haar tweede zoon ze Lea: "De Here heeft gehoord dat ik niet bemind ben: Hij heeft me ook deze geschonken". Met drie kinderen meende ze te mogen verwachten dat Jacob haar toch wel zou liefhebben: "Nu zal mijn man zich toch wel tot mij aangetrokken voelen, want ik heb hem drie zonen geschonken". Het verdient een speciale vermelding dat ze over God spreekt als JHWH, de Verbondsgod. Rachel sprak van Elohim (een Hoger Wezen). Ze loofde de Here bij de geboorte van haar vierde kind. Steeds was zij het die de kinderen hun namen gaf.

    De verhouding tot haar zuster was slecht. Als die in haar dwaze bijgeloof de liefdesappels wil hebben om kinderen te krijgen zegt Lea: "Is het niet genoeg dat je mijn man gestolen hebt?" Zij had die appeltjes niet nodig. Bij de geboorte van haar vijfde kind zei ze: "God heeft me mijn loon gegeven". Bij haar laatste kind zei ze: "God heeft mij een mooi geschenk gegeven. Ditmaal zal mijn man bij mij wonen omdat ik hem zes zonen geschonken heb" (wat hij blijkbaar dus niet deed).

    Jammer dat, als Rachel haar slavin inschakelt om Jacob kinderen te schenken, zij haar daarin gaat volgen (Nb. Dan spreekt ook zij van Elohim!). Ook de verhouding tot haar vader was niet zoals die had moeten zijn: als Jacob in overleg met zijn vrouwen besluit te vluchten zeggen ze: "Wij krijgen of erven toch niets meer uit het vaderlijk huis. Hij heeft ons verkocht en het geld bovendien nog opgemaakt. Doe dus maar wat God van je vraagt". Jacob had hun verteld dat God Zelf hem in een droom (Gen 31:13) had opgedragen het land te verlaten. Hoewel Laban bij het afscheid zijn dochters omhelsde en hun zijn vaderlijke zegen gaf heeft hij ze nooit meer gezien.

    Jacob was zo consequent in zijn voorkeur voor Rachel, dat hij bij het naderen van zijn broer Ezau (van wie hij vreesde dat hij kwaad in de zin had), Lea met haar kinderen voorop liet gaan en Kozef en Rachel in de achterhoede hield (Gen 33:7).

    Met meer recht dan Rachel wordt Lea "een bouwer van het volk Israël" genoemd (Ruth 4:11). Uit haar zoon Juda is David geboren. Dus was zij ook de stammoeder van Christus: Gods belofte aan Abraham (Gen 28:14) is in haar kind vervuld; niet in dat van Rachel. Bij haar dood werd ze in de spelonk van Machpela bijgezet: bij de drie aartsvaders: Abraham, Izak en Jacob. Die eer is Rachel niet ten deel gevallen.

    zondag, december 04, 2005

    Sterrenbeelden (Job 9:9)

    Af en toe vind je in de Bijbel van die passages waarin de sterrenhemel wordt groot gemaakt, één van deze gedeeltes is Job 9:9

    Die den Wagen maakt, den Orion, en het Zevengesternte, en de binnenkameren van het Zuiden;

    De links hierboven zijn genomen van Astronomy Picture of the Day, een site die iedere dag schitterende foto's plaatst van de sterrenhemel. Een aanrader als startpagina.

    Moerbezienboom (2 Sam 5:23-24)

    'De moerbeitoppen ruischten;'
    God ging voorbij;
    Neen, niet voorbij, hij toefde;
    Hij wist wat ik behoefde,
    En sprak tot mij;
    Nicolaas Beets, Dennenaalden, 1892 -1900

    In 2 Samuel 5:23-24 wordt gesproken over de moerbezienboom (SV), andere vertalingen geven de moerbeiboom (NV), balsemstruiken (NBG, WV) of een pijnboom (Leidse Vert.). De letterlijke betekenis is "wenende bomen, tranenstruik" waarschijnlijk wordt hiermee de mastix terebint bedoelt, waarvan het melkachtig sap de boom "huilend" verlaat.

    Als het gaat waaien dan klapperen de takken vaak tegen elkaar welke dan lijken op het geluid van een geluid van treden/voetstappen, "van marcherende voeten", vandaar dat de Willibrord Vertaling zo mooi vertaald: "Zodra u in de toppen van de balsemstruiken het geluid van voetstappen hoort".

    zaterdag, december 03, 2005

    Strafwetgeving in het Oude Testament

    De afgelopen dagen staat de uitvoering van de doodstraf weer in de belangstelling.
    Tijdens het Symposium van het CvB te Veenendaal, was dan ook één van de onderwerpen de Strafwetgeving in het Oude Testament, welke werd gehouden door Drs. C.C. Stavleu en Dr. A.E.M.A. van Veen-Vrolijk. Hieronder een kort verslag van deze:

    In de Pentateuch treffen we de doodstraf aan in de vorm van steniging (Lev. 20:2) of verbranding (Lev. 20:14). Welke motieven liggen ten grondslag aan die straffen? De volgende werden behandeld:

    1) Het motief van Gods heerlijkheid en de heiligheid van Israël
    Het theologische concept dat ten grondslag ligt aan de wetsteksten is de heerlijkheid van God, die woning heeft gemaakt temidden van de Israëlieten. De Here verzamelt een heilig volk rondom zich (Ex 19:5,6). Bij het volk bestaat een verschil tussen 'heilig' en 'rein'. Reinheid is de normale toestand waarin Israëlieten zich moeten bevinden. Heiligheid is het aspect van toewijding. Er is echter veelvuldig sprake van verontreiniging en ontheiliging van de plaats waar Gods heerlijkheid vertoeft. Reiniging vindt plaats door offers en verootmoediging.
    2) Bescherming van heiligheid als dragend concept voor strafwetgeving
    Strafwetten worden uitgevoerd bij overtredingen die zo verontreinigend zijn dat offerpraktijken ontoereikend zijn. Dit zijn overtredingen die verband houden met rechtstreekse overtredingen van de Tien geboden.
    3) Gradaties in heiligheid als constituerend element in de wetgeving
    Er bestaan gradaties in heiligheid, zoals allerheiligst (Het heilige der heiligen) en heilig. Deze gradaties zijn mede constituerend voor de strafwetgeving. We ontdekken de regel: hoe dichter bij de heerlijkheid, des te zwaarder de bestraffing. Een priesterdochter wordt bijvoorbeeld zwaarder geoordeeld dan een gewone vrouw (Lev. 22:9).
    4) De Israëlieten als symbooldragers
    De regelgeving brengt ons bij enkele aspecten in de reinigheidswetgeving (Lev. 11-15). Een opmerkelijk voorbeeld van strafwetgeving is dat iemand met een gevreesde huidziekte wordt verstoten uit de verbondsgemeenschap (Lev. 13). Deze persoon symboliseerd de dood.
    Ook werd de verbinding naar het Nieuwe Testament aangegeven:

    1) Discontinuïteit
    Het doel van de strafwetgeving is het behoud van de heerlijkheid van God in het midden van de Israëlieten. De heiligheid van het volk moet worden gehandhaafd en in extreme situaties moeten strenge straffen ten uitvoer worden gebracht. Het koninkrijk van God krijgt in de nieuwe bedeling echter een andere gestalte: er is geen sprake meer van een natie rondom de heerlijkheid van God. Het Nieuwe Testament kenmerkt zich door de heerlijkheid van God in het hart van de gelovige en door de aanwezigheid van Christus in de gemeente. Het koninkrijk in het NT heeft dus geen natiegestalte meer. Op grond van het Oude Testament kunnen daarom geen beweringen worden gedaan over de legitimiteit van de doodstraf.
    2) Het behoud van de heerlijkheid in het Nieuwe Testament
    Tuchtuitoefening binnen de gemeente vindt haar basis in de oudtestamentische strafwetgeving. De kandelaar kan worden weggenomen uit het midden van de gemeente (Opb. 2:5). Tevens kent het Nieuwe Testament ook de voorstelling van het lichaam als tempel van de Heilige Geest (1 Cor 3:16).
    Tijdens de discussie, die hierop volgde kwam naar voren dat er een verschil moet worden gemaakt tussen de Mozaïsche wetgeving (Leviticus) en de Noachische wetgeving (Gen 9:5,6) betreffende de doodstraf.

    vrijdag, december 02, 2005

    Ster van Bethlehem: Aurora Borealis

    Ook over de verschijning van de engelen aan de herders zijn de meningen verdeeld. Sommige sceptici stellen dat deze laatste verschijning (over de andere verschijningen zwijgt men gewoonlijk) geen engelenverschijning was maar het (in Judea) zeldzame natuurfenomeen Aurora Borealis, ofwel het noorderlicht. Dit natuurfenomeen is een lichtverschijnsel dat veroorzaakt wordt door elektrische ontladingen welke geactiveerd zijn door geïoniseerde deeltjes afkomstig van de zonnewind.
    Dit verschijnsel welke vooral in de poolstreken veelvuldig voorkomt, is zeer indrukwekkend, allerlei kleuren van de regenboog schieten als steeds veranderende zuilen de ruimte in en kan soms uren duren. Nu stellen deze geleerden, dat deze eenvoudige en bijgelovige herders zich gemakkelijk konden vergissen en in hun verwarring deze spookachtige verschijning van de Aurora Borealis aanzagen voor engelen. Dezelfde sceptici wijzen dan ook op andere engelenverschijnselen in de Bijbel waar zij dan de conclusie aan verbinden dat het hier ook om de Aurora Borealis gaat. Een voorbeeld hiervan is Ezechiël 1 (vs. 4) "Toen zag ik, en ziet, een stormwind kwam van het noorden af, een grote wolk, en een vuur daarin vervangen, en een glans was rondom die wolk; en uit het midden daarvan was als de verf van Hasmal, uit het midden des vuurs." Maar moet men de verklaringen van deze niet-gelovige geleerden volgen? Of moet men veeleer constateren dat hiermee de boodschap wordt weggeredeneerd? Deze geleerden doen voor, alsof de herders een zinsbegoocheling hadden, het is dan wel frappant, dat zij, dankzij deze zinsbegoocheling het kind Christus vonden. Bovendien hoe moet men dan de andere engelenverschijningen verklaren? Het is dan ook logischer, dat het hier om echte engelen gaat, net zoals bij de andere genoemde engelenverschijnselen.

    Aantekeningen

    • E. Sue, "De Wandelende Jood", Blankwaardt&Schoonhoven, Rijswijk, g.j., Dl. 1 p. 6.; Hier wordt een schitterende gegeven van het noorderlicht.
    • NRC Handelsblad , F. Eijgenraam, 28 dec. 1990.
    • Online Bible (Windows CD-rom), Gill, Ez. 1: 4. Hier wordt een verklaring gegeven wat de Hasmal is: "and out of the midst thereof as the colour of amber out of the midst of the fire; that is, out of the midst of the fire, and out of the midst of the brightness about it, there was something which was as "the colour of amber"; or, "like the chasmal" { lmcjj }yuk "tanquam species hasmal, vel chasmal", Calvin, Tigerius version, Starckius; "angeli", Munster; "flammae crepitantis", Montanus; "prunarum ardentissimarum", Polanus; "purissimi aeris", Piscator; hlektrou, Sept. "electri", V. L. Pagninus.}; which, the Jews { Baal Aruch, Philip. Aquinas. Vid. Jarchi & Kimchi ib loc.} say, is the name of an angel."
    • Petterson, Franck, Aurora Borealis - the northern lights, http://www.imv.uit.no/english/science/publicat/waynorth/wn1/contents.htm
    • Stothers, R., “Ancient Aurorae”, Isis, 70 (1979), 85-95.


    donderdag, december 01, 2005

    Ster van Bethlehem: Uranus

    Een van de vreemdere hypotheses is dat de Ster van Bethlehem Uranus zou zijn geweest. Zover ik heb kunnen nagaan was George Banos de eerste die deze theorie naar voren bracht.

    Als eerste wordt in deze hypothese beargumenteerd dat Uranus in het sterrenbeeld Pisces was in 6 BC en met een magnitude van 5.7 tot 6.1 nog net zichtbaar was voor het blote oog. Daarnaast was Uranus dicht bij het Zenith en stond dus recht boven de magoi.

    Het verdwijnen van de 'ster' kon veroorzaakt zijn door:
    1. Het slechte zicht, daar Uranus op de grens van de zichtbaarheid was,
    2. Het felle schijnsel van de Maan, of
    3. Zeer waarschijnlijk, vanwege de beweging van de Aarde en daardoor de beweging van Uranus naar de Zon.
    De 'magoi' waren dan overstelpt door vreugde toen ze de planeet opnieuw zagen en daardoor hun eerdere observaties bevestigd zagen.

    De conclusie wordt getrokken dat de ster van Bethlehem de planeet Uranus zou zijn geweest en ruim 1800 jaar voor Herschel zou zijn ontdekt. De vraag die door Banos wordt gesteld: "Why has the discovery been forgotten? Many answers could have been given to this question: the difficulty of the observation in association with the decline of Babylonian astrology is, I think, the most evident reason." lijkt mij vergezocht, is Uranus al moeilijk met het blote oog waar te nemen, storende factoren als de Maan en later de Zon (punt 3) maken het al geheel onmogelijk.

    • Banos, George, Was the Star of Bethlehem the Planet Uranus?, Astronomy Quarterly, Vol. 3., p.165, (1979).
    • Farquharson, J. F., The Star of Bethlehem, BRITISH ASTRONOMICAL ASSOC. JOURNAL V. 92, p.146, (1982).
    • Harris, John, The Star of Bethlehem and Babylon, http://www.spirasolaris.ca/sbb1.html (1997).
    • Hughes, D. The Star of Bethlehem, Walker and Company, New York, p.199, (1979).
    • Kidger, Mark, What The Star of Bethlehem Was Not, http://www.iac.es/galeria/mrk/Whatnot.html

    Daily Hebrew: Thursday's Translation (Ezekiel 3)

    Vandaag kwam ik een nieuwe blog tegen van Werben "Daily Hebrew", een aanrader voor iedereen die dagelijks een stuk uit de Hebreeuwse Bijbel wil lezen, met veel verklaringen.

    Vandaag wordt Ezechiel 3 behandeld.